De Zelfstandigenwet moet een einde maken aan jaren van onzekerheid over het werken met zzp’ers. Op 1 oktober 2026 zette minister Thierry Aartsen het voorstel voor de Zelfstandigenwet namelijk open voor reacties. Tot en met 29 oktober kunnen zelfstandigen en opdrachtgevers hun mening geven.
In dit artikel legt Juristenblog.nl uit wat er in het voorstel staat en waarom het kabinet met deze wet komt. Daarnaast komen de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en de veilige haven uitgebreid aan bod. Ook de kritiek van belangenorganisaties en arbeidsrechtjuristen krijgt een plek, net als de planning richting 2028. Het artikel beschrijft de stand van zaken op 19 oktober 2026 en krijgt een update zodra het voorstel verder komt.
Wat is de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet is een wetsvoorstel van het kabinet dat vooraf duidelijk moet maken wanneer iemand als zelfstandige mag werken. Het voorstel introduceert twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Wie aan beide voldoet en in de praktijk ook zo werkt, valt in een veilige haven en heeft dan geen arbeidsovereenkomst.
Met de Zelfstandigenwet wil het kabinet vooraf vastleggen wanneer zelfstandig werken is toegestaan. Nu volgt dat oordeel van rechter of Belastingdienst meestal pas achteraf. Het voorstel draait die volgorde om met vaste criteria vooraf.
Het idee is overigens niet nieuw, want in 2025 lag er al een initiatiefwet met dezelfde naam. Die tekst van VVD, D66, CDA en SGP ging van 26 mei tot 23 juni 2025 in consultatie. Het huidige kabinet nam de gedachte vervolgens over in het coalitieakkoord.
Nederland telt inmiddels meer dan een miljoen zelfstandigen, die samen een groot deel van de arbeidsmarkt vormen. Voor die groep en hun opdrachtgevers is de vraag of een overeenkomst van opdracht standhoudt dus van groot belang. Blijkt de samenwerking achteraf toch een arbeidsovereenkomst, dan volgen immers naheffingen voor de opdrachtgever. De werkende kan in dat geval bovendien werknemersrechten claimen, zoals een transitievergoeding bij ontslag. De Zelfstandigenwet moet dat risico verkleinen door duidelijke spelregels te bieden voordat een opdracht begint. Zo hoopt het kabinet dat opdrachtgevers weer met meer vertrouwen zzp’ers inhuren, zonder dat de bescherming van werknemers verdwijnt.
Wie wil weten welke regels er nu al gelden, vindt een overzicht in het artikel over zzp in 2026. De Zelfstandigenwet verandert namelijk niets aan de situatie van vandaag. Het voorstel moet eerst nog door de Raad van State en beide Kamers, waardoor de regels op zijn vroegst in 2028 gaan gelden. Tot die tijd blijven de Wet DBA en de bestaande rechtspraak bepalend voor elke opdracht.
Waarom komt er een nieuwe zelfstandigenwet?
De nieuwe zelfstandigenwet is een reactie op jaren van onduidelijke regels. Sinds 2016 geldt de Wet DBA, maar handhaving bleef lang uit. Daardoor bleef het probleem voor veel opdrachtgevers lange tijd grotendeels onzichtbaar.
Dat veranderde op 1 januari 2025, toen de Belastingdienst weer volledig ging handhaven op schijnzelfstandigheid. Blijkt een opdracht achteraf een arbeidsovereenkomst, dan moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen betalen. Bovendien kan de werkende dan aanspraak maken op rechten uit het arbeidsrecht en het pensioenrecht. Veel organisaties werden daardoor in korte tijd een stuk voorzichtiger.
Hoe groot de voorzichtigheid inmiddels is, blijkt uit cijfers die vakblad TPO op een rij zette. Slechts 23 procent van de opdrachtgevers vindt de huidige regels duidelijk, terwijl de Algemene Rekenkamer eerder op 17 procent uitkwam. Op basis van CBS-cijfers voeren bovendien zo’n 140.000 minder zelfstandigen een opdracht uit dan anderhalf jaar geleden. Dat is een forse daling in korte tijd, die zowel zzp’ers als opdrachtgevers in veel sectoren direct in hun portemonnee raakt.
Het kabinet noemt het huidige systeem daarom zelf een grabbelton waarvan de uitkomst onzeker is. Een rechter of inspecteur weegt immers per zaak een reeks factoren, zonder dat partijen vooraf weten hoe die weging uitvalt. Twee opdrachten die op papier vrijwel gelijk zijn, kunnen in de praktijk daardoor heel anders worden beoordeeld. Juist die onzekerheid moet de Zelfstandigenwet wegnemen, zodat zzp’ers en opdrachtgevers weer kunnen plannen. De wet moet bovendien schijnzelfstandigheid tegengaan, terwijl de bestaande rechten van werknemers blijven bestaan. Of beide doelen tegelijk haalbaar zijn, is een van de grote vragen in de maatschappelijke discussie over het voorstel van de minister.
Het Deliveroo-arrest en de Zelfstandigenwet
Op 24 maart 2023 oordeelde de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest dat de maaltijdbezorgers een arbeidsovereenkomst hadden. Daarbij gaf de Hoge Raad een lijst van omstandigheden die samen bepalen of iemand als werknemer of als zelfstandige werkt. Denk aan de aard en duur van het werk, de inbedding in de organisatie en de hoogte van de beloning per opdracht.
Geen van die omstandigheden weegt zwaarder dan de andere, want de rechter kijkt altijd naar het geheel. Ondernemerschap speelt daarbij een rol, bijvoorbeeld via het aantal opdrachtgevers en het dragen van commercieel risico. Ook de manier waarop de beloning tot stand komt en of er btw wordt gerekend, kan meewegen. Voor opdrachtgevers is de uitkomst daardoor vooraf moeilijk te voorspellen, zelfs bij goed opgestelde contracten. Elke zaak draait immers om een weging van feiten die per opdracht verschilt. Een clausule in het contract telt bovendien alleen mee als die in de praktijk ook echt iets betekent. De Zelfstandigenwet vervangt deze rechtspraak overigens niet, maar zet er een vaste route met zekerheid naast.
Wie straks buiten de veilige haven valt, krijgt dus nog steeds met deze weging te maken. Ook binnen de haven blijft de rechtspraak belangrijk voor de uitleg van de criteria. Het Deliveroo-arrest blijft daarom ook na 2028 een belangrijk ijkpunt.
Wet VBAR en het rechtsvermoeden naast de Zelfstandigenwet
Op 6 maart 2026 haalde het kabinet het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR van tafel. Voor dat deel ontbrak in de Tweede Kamer namelijk het draagvlak. De nieuwe Zelfstandigenwet neemt de rol van dat verduidelijkingsdeel nu over.
Minister Aartsen gaf aan dat het oorspronkelijke voorstel veel onrust in de markt veroorzaakte. Het verduidelijkingsdeel moest de criteria voor werknemerschap scherper maken, maar riep in de praktijk juist veel nieuwe vragen op. Met de Zelfstandigenwet kiest het kabinet daarom voor een andere invalshoek, die vooral laat zien wat wel kan.
Het andere deel bleef wel overeind als de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De Tweede Kamer stemde op 21 april 2026 in, waarna de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. Wie voor minder dan 38 euro per uur werkt, kan zich daardoor straks op een wettelijk vermoeden beroepen. De opdrachtgever moet dan aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat, anders geldt de zzp’er als werknemer. De precieze datum van inwerkingtreding volgt nog bij koninklijk besluit.
Het rechtsvermoeden en de Zelfstandigenwet werken dus naast elkaar, maar met een duidelijk verschillend doel. Het vermoeden beschermt zelfstandigen met een laag tarief, terwijl de nieuwe wet vooral zekerheid voor echte ondernemers wil bieden. Een zzp’er met een tarief van 30 euro per uur kan zich straks dus op het vermoeden beroepen. Een specialist met een hoog tarief en meerdere klanten heeft daarentegen meer aan de veilige haven. Samen vormen beide wetten daarmee de kern van de zzp-wetgeving die het kabinet voor de komende jaren voor ogen heeft. Voor het rechtsvermoeden is het parlementaire werk al klaar, terwijl de Zelfstandigenwet nog helemaal aan het begin van het traject staat.
De zelfstandigentoets: wanneer is een zzp’er ondernemer?
De zelfstandigentoets kijkt naar de werkende zelf en niet naar een specifieke opdracht. De toets bestaat uit drie onderdelen, die allemaal tegelijk moeten kloppen. Het eerste onderdeel is een administratie met KVK-inschrijving, btw-nummer, zakelijke rekening en eigen facturen.
Daarna volgt het aantal opdrachtgevers, want het voorstel vraagt er minimaal drie. Die tellen over het lopende en vorige kalenderjaar samen, en één vaste klant mag daarbij. Kleine klussen die alleen dienen om aan de eis te voldoen, tellen niet mee. Een zelfstandige die twee jaar alleen voor één klant werkt, haalt de toets dus niet.
Het derde onderdeel vraagt een jaarlijks minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. Denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw of een aansprakelijkheidsverzekering voor fouten in het eigen werk. Een werknemer valt bij ziekte terug op loondoorbetaling door de werkgever, maar een zzp’er moet dat zelf regelen. Dat bedrag is vast en hangt niet af van omzet of tarief, maar de hoogte ervan is nog niet bekend. Een hoge drempel kan starters en zzp’ers met een laag inkomen namelijk al snel buiten de veilige haven houden.
Een te laag bedrag maakt de eis echter betekenisloos, omdat dan vrijwel iedereen eraan voldoet. Het kabinet zoekt daarom een middenweg die zelfstandigen echt aanzet tot het afdekken van hun risico’s. Voor veel zzp’ers wordt dit bedrag daardoor een van de belangrijkste onderdelen van de uiteindelijke wet. Daarbij speelt mee dat zelfstandigen sterk verschillen in inkomen, sector en risicoprofiel. Een vast bedrag drukt zwaarder op een beginnende schoonmaker dan op een ervaren IT-consultant. Belangenorganisaties zullen in hun reacties op de consultatie vrijwel zeker een concreet bedrag voorstellen of juist waarschuwen voor een te hoge grens. Over die balans liet de minister zich bij de presentatie tegenover TPO wel al uit:
“Het moet niet te veel zijn maar het mag ook geen wassen neus worden”
Thierry Aartsen, minister van Werk en Participatie, 1 oktober 2026
De werkrelatietoets in de Zelfstandigenwet
De werkrelatietoets beoordeelt elke opdracht apart en kijkt naar de relatie met de opdrachtgever. Allereerst moeten beide partijen bewust kiezen voor werk buiten een arbeidsovereenkomst. Vervolgens moet de zelfstandige vrij zijn in de manier waarop hij werkt.
Daarnaast bepaalt hij grotendeels zelf waar en wanneer hij werkt, behalve bij werk op een vaste plek of tijd. Denk aan een bouwplaats, waar een zelfstandige vakman niet zelf kan kiezen waar hij zijn werk doet. Het laatste onderdeel vraagt bovendien dat de zelfstandige voor eigen rekening en risico werkt.
Dat laatste criterium raakt direct aan een veelgebruikte werkwijze, namelijk werken tegen een vast uurtarief. Uit de toelichting blijkt dat werken en factureren op uurbasis in de regel op werknemerschap wijst. Een uurtarief is daarmee niet verboden, maar efficiënter werken moet dan wel financieel voordeel kunnen opleveren. Een resultaatsverplichting tegen een vooraf afgesproken prijs past daarentegen juist goed binnen de toets. Veel zzp’ers in de zorg, de ICT en het onderwijs werken echter per uur. Voor hen kan dit onderdeel daardoor een grote drempel vormen, ook als zij verder als echte ondernemer werken. Een interim-manager die per uur declareert, moet straks dus goed kunnen uitleggen waar zijn ondernemersrisico zit.
Waar de zelfstandige vooral de zelfstandigentoets moet onderbouwen, lijkt de werkrelatietoets een gedeelde verantwoordelijkheid. De opdrachtgever moet namelijk ook zelf kunnen laten zien dat de praktijk overeenkomt met de gemaakte afspraken. Een goed contract alleen is dus niet genoeg als de dagelijkse werkwijze iets heel anders laat zien. Duidelijke afspraken over werktijden, werkplek en aansturing zijn daarom voor beide partijen van groot belang, ook tijdens de opdracht.
De veilige haven van de Zelfstandigenwet
Het hart van de Zelfstandigenwet is de veilige haven voor zelfstandigen die aan alle criteria voldoen. Wie beide toetsen haalt en zo werkt, heeft geen werkgeversgezag en dus geen arbeidsovereenkomst. Het kabinet presenteert die route in het persbericht bij de consultatie als volgt:
“We laten met duidelijke criteria vooraf zien hoe werken met en als zelfstandige(n) wél kan.”
Thierry Aartsen, minister van Werk en Participatie
De haven heeft echter duidelijke grenzen, want alle criteria tellen even zwaar. Voldoet een zelfstandige aan één voorwaarde niet, dan is er voor die opdracht geen enkele zekerheid. Verliest hij tijdens een opdracht een criterium, bijvoorbeeld een opdrachtgever, dan vervalt de zekerheid vanaf dat moment. Werken via een intermediair telt overigens voorlopig als één opdrachtgever, ook bij verschillende klanten.
Wie buiten de veilige haven valt, is daarmee niet automatisch werknemer. In dat geval geldt gewoon de integrale beoordeling van artikel 7:610 BW, met alle omstandigheden uit de rechtspraak. De zelfstandige kan bovendien te horen krijgen wat er moet veranderen om alsnog aan de criteria te voldoen. Het Platform Zelfstandige Ondernemers wijst er wel op dat de toets of de haven is bereikt nog steeds achteraf plaatsvindt. Bij een controle moet de opdrachtgever namelijk kunnen aantonen dat aan alle criteria is voldaan. Een goed dossier met bewijsstukken wordt voor beide partijen daardoor belangrijker dan nu het geval is. Denk aan facturen van andere opdrachtgevers, polissen van verzekeringen en afspraken over de werkwijze.
Wet DBA en Zelfstandigenwet naast elkaar
Het grootste verschil tussen de Wet DBA en de Zelfstandigenwet zit in het moment van toetsen. Nu volgt het oordeel achteraf, terwijl het voorstel vooraf zekerheid wil bieden. De tabel hieronder zet de verschillen daarom op een rij.
| Onderdeel | Nu (Wet DBA en rechtspraak) | Zelfstandigenwet (voorstel) |
|---|---|---|
| Toetsmoment | Achteraf, bij controle of geschil | Vooraf, met vaste criteria |
| Beoordeling | Alle omstandigheden samen, zonder rangorde | Zelfstandigentoets plus werkrelatietoets |
| Zekerheid | Geen vooraf vastgestelde zekerheid | Veilige haven bij alle criteria |
| Buiten de criteria | Integrale weging door rechter | Terugval op dezelfde integrale weging |
Uit de vergelijking blijkt dat de nieuwe wet de huidige beoordeling niet afschaft, maar alleen aanvult. Voor wie niet aan alle criteria voldoet, verandert er in de kern weinig ten opzichte van de Wet DBA. Wel krijgen zij duidelijker zicht op wat er nodig is om alsnog in de haven te komen.
Voor zzp’ers die nu met modelovereenkomsten werken, blijft de huidige situatie in 2026 dus voorlopig gelden. Modelovereenkomsten bieden echter geen garantie meer, omdat de praktijk doorslaggevend is. Tot 2028 blijft het daarom zaak om afspraken en werkwijze goed op elkaar af te stemmen. Wie dat nu al doet, staat bovendien sterker zodra de nieuwe toetsen gaan gelden. Een checklist met de criteria uit het voorstel kan daarbij nu al helpen, ook al is de wet nog niet definitief.
Ook de aansprakelijkheid verschilt sterk tussen een zelfstandige en een werknemer. Een werkgever is in veel gevallen aansprakelijk voor fouten van werknemers, terwijl een zzp’er zijn eigen risico draagt. Dat verklaart ook waarom het voorstel een aansprakelijkheidsverzekering noemt als een van de voorzieningen voor de zelfstandigentoets. Een opdrachtgever die een zzp’er inhuurt, wil immers niet alsnog opdraaien voor schade die tijdens de opdracht ontstaat. Zo laat de vergelijking zien dat de keuze tussen loondienst en zelfstandigheid veel verder reikt dan alleen de belastingen. Wie een zzp’er inhuurt, kijkt daarom niet alleen naar het tarief, maar ook naar verzekeringen en de verdeling van risico’s tussen beide partijen.
Kritiek op de Zelfstandigenwet: drie opdrachtgevers en starters
Vrijwel iedereen steunt het doel van de Zelfstandigenwet, maar de uitwerking roept veel vragen op. Het Platform Zelfstandige Ondernemers vindt het aantal criteria bijvoorbeeld te hoog en niet altijd duidelijk. Twee kleine klusjes erbij doen om aan drie opdrachtgevers te komen, is in de ogen van het platform niet genoeg.
Daarnaast vrezen critici een administratieve afvinklijst in plaats van echte duidelijkheid. Open normen zoals volwaardige opdrachten kunnen bovendien leiden tot nieuwe rechtszaken. Zo kan een wet die duidelijkheid moet brengen, juist nieuwe discussies opleveren.
Arbeidsrechtjurist Erik van Kan wijst op starters en zelfstandigen met langdurige opdrachten, die vaak buiten de veilige haven vallen. Een starter heeft immers zelden al drie opdrachtgevers in het lopende en vorige kalenderjaar. Van Kan stelt daarom voor om naar drie opdrachtgevers in 24 maanden te kijken. Voor iedereen die nu zzp’er wil worden, is dat een belangrijk punt. Wie halverwege een jaar begint, heeft onder de huidige tekst namelijk weinig tijd om drie volwaardige opdrachtgevers te vinden.
Universitair docent Niels van der Neut pleit voor een toets die een bepaalde periode geldig blijft. Zo hoeft een zelfstandige niet bij elke wijziging in zijn klantenkring opnieuw te bewijzen dat hij in de haven valt. Nu kan het wegvallen van één opdrachtgever direct gevolgen hebben voor alle lopende opdrachten. Een vaste geldigheidsduur zou zowel zelfstandigen als opdrachtgevers meer rust geven, zeker bij opdrachten die langer dan een jaar duren. Beide voorstellen moeten de veilige haven vooral voor beginnende en langdurig ingezette ondernemers beter bereikbaar maken. Of het kabinet die suggesties overneemt, blijkt pas na de verwerking van alle ingediende reacties op de consultatie door het ministerie.
Financiële prikkels en reacties op de nieuwe zelfstandigenwet
Andere critici betwijfelen of een nieuwe wet schijnzelfstandigheid echt kan terugdringen. Arbeidsrechtjurist Johan Zwemmer zat in 2020 in de Commissie-Borstlap, die adviseerde het verschil tussen vast en flexibel werk te verkleinen. Dat advies is niet opgevolgd, waardoor financiële prikkels voor werk buiten loondienst blijven bestaan. Zwemmer vatte zijn twijfel samen in een reactie die de Universiteit van Amsterdam bundelde:
“Dan kan je als wetgever wel hogere hekken plaatsen, maar mensen zullen er onderdoor blijven kruipen.”
Johan Zwemmer, universitair docent arbeidsrecht, in NRC
ZZP Nederland verwelkomt de inzet van de minister, maar peilt eerst haar leden. Ook CNV, FNV en VCP dienen samen een reactie in op de consultatie. Het kabinet kan de tekst daarna nog aanpassen, voordat de Raad van State adviseert.
De komende weken wordt daardoor duidelijk hoe breed de steun voor de huidige criteria is. Vooral de hoogte van het minimumbedrag en de eis van drie opdrachtgevers liggen onder een vergrootglas. Ook de positie van zzp’ers die per uur werken, komt naar verwachting terug in veel reacties op de consultatie. Of het kabinet op die punten water bij de wijn doet, hangt mede af van de uitvoeringstoetsen. Pas daarna ontstaat een beeld van de versie die uiteindelijk naar de Tweede Kamer gaat.
Status van de Zelfstandigenwet in 2026 en de weg naar 2028
De Zelfstandigenwet is op dit moment nog een concept en dus geen geldend recht. Het voorstel ging op 1 oktober 2026 in internetconsultatie, tot en met 29 oktober. Tegelijk vroeg het kabinet uitvoeringstoetsen aan bij de betrokken uitvoeringsorganisaties.
Na de consultatie verwerkt het ministerie de reacties, waarna eind 2026 naar planning een advies van de Raad van State volgt. In 2027 behandelen vervolgens eerst de Tweede Kamer en daarna de Eerste Kamer het wetsvoorstel uitgebreid. Het kabinet heeft daarvoor ook de steun van oppositiepartijen nodig, omdat het een minderheidskabinet is.
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, en dat is meteen ook de vroegst mogelijke datum. Die planning staat echter nog helemaal niet vast, want het parlement kan de tekst in 2027 nog wijzigen. Bovendien moet de Belastingdienst de nieuwe toetsen ook echt in de dagelijkse praktijk kunnen uitvoeren. Ook de handhaving van de Wet DBA liep eerder jarenlang vertraging op, waardoor ook nu een latere datum zeker niet is uitgesloten.
Tot 2028 blijven daardoor de huidige regels gelden, met volledige handhaving door de Belastingdienst. Het rechtsvermoeden bij een uurtarief onder 38 euro treedt waarschijnlijk al eerder in werking dan de Zelfstandigenwet. Voor zelfstandigen met een laag tarief verandert er daardoor mogelijk al iets vóór de nieuwe wet ingaat. Dit artikel krijgt een update zodra het advies van de Raad van State openbaar is. Ook de indiening bij de Tweede Kamer en de stemmingen in beide Kamers komen dan in de tijdlijn te staan. Zo blijft dit overzicht van de Zelfstandigenwet tot de invoering steeds actueel.
Wat betekent de Zelfstandigenwet voor zzp’ers en opdrachtgevers nu?
Hoewel de Zelfstandigenwet pas in 2028 ingaat, loont het om nu al naar de criteria te kijken. Een zelfstandige kan bijvoorbeeld nagaan of hij drie volwaardige opdrachtgevers heeft. Ook de voorzieningen voor ziekte en pensioen verdienen daarbij aandacht.
Neem Anne, een zelfstandig communicatieadviseur die drie dagen per week voor één grote klant werkt. Daarnaast doet zij af en toe kleine klussen voor twee andere bedrijven in de regio. Onder de huidige tekst valt zij waarschijnlijk buiten de veilige haven, omdat die kleine klussen niet als volwaardig gelden. Dat maakt haar overigens nog geen werknemer, want dan volgt gewoon de bestaande integrale beoordeling. Wel weet zij nu al wat er moet veranderen om straks zekerheid te krijgen. Een tweede vaste opdrachtgever van enige omvang kan voor haar daarom het verschil maken. Ook een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering helpen haar dichter bij de veilige haven. Zo kan zij in de komende jaren stap voor stap naar de criteria van de nieuwe wet toewerken.
Opdrachtgevers doen er goed aan om de werkwijze bij lopende opdrachten nu al kritisch tegen het licht te houden. De werkrelatietoets sluit namelijk grotendeels aan bij wat de rechtspraak nu ook al belangrijk vindt. Wie nu werktijden, aansturing en werkplek goed vastlegt, verkleint daardoor ook onder de huidige regels het risico op naheffingen. Ook een korte vastlegging van de verdeling van risico’s en verzekeringen helpt bij een latere controle door de Belastingdienst.
Zelfstandigen kunnen tot en met 29 oktober bovendien zelf reageren op het voorstel via de website internetconsultatie.nl. Die reacties wegen mee bij de definitieve versie die naar de Raad van State gaat. Een korte reactie met een concreet voorbeeld uit de eigen praktijk heeft daarbij vaak de meeste waarde voor het ministerie.
Veelgestelde vragen over de Zelfstandigenwet
Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions
De Zelfstandigenwet moet een einde maken aan jaren van onzekerheid over het werken met zzp’ers. Op 1 oktober 2026 zette minister Thierry Aartsen het voorstel voor de Zelfstandigenwet namelijk open voor reacties. Tot en met 29 oktober kunnen zelfstandigen en opdrachtgevers hun mening geven.
In dit artikel legt Juristenblog.nl uit wat er in het voorstel staat en waarom het kabinet met deze wet komt. Daarnaast komen de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en de veilige haven uitgebreid aan bod. Ook de kritiek van belangenorganisaties en arbeidsrechtjuristen krijgt een plek, net als de planning richting 2028. Het artikel beschrijft de stand van zaken op 19 oktober 2026 en krijgt een update zodra het voorstel verder komt.
Wat is de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet is een wetsvoorstel van het kabinet dat vooraf duidelijk moet maken wanneer iemand als zelfstandige mag werken. Het voorstel introduceert twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Wie aan beide voldoet en in de praktijk ook zo werkt, valt in een veilige haven en heeft dan geen arbeidsovereenkomst.
Met de Zelfstandigenwet wil het kabinet vooraf vastleggen wanneer zelfstandig werken is toegestaan. Nu volgt dat oordeel van rechter of Belastingdienst meestal pas achteraf. Het voorstel draait die volgorde om met vaste criteria vooraf.
Het idee is overigens niet nieuw, want in 2025 lag er al een initiatiefwet met dezelfde naam. Die tekst van VVD, D66, CDA en SGP ging van 26 mei tot 23 juni 2025 in consultatie. Het huidige kabinet nam de gedachte vervolgens over in het coalitieakkoord.
Nederland telt inmiddels meer dan een miljoen zelfstandigen, die samen een groot deel van de arbeidsmarkt vormen. Voor die groep en hun opdrachtgevers is de vraag of een overeenkomst van opdracht standhoudt dus van groot belang. Blijkt de samenwerking achteraf toch een arbeidsovereenkomst, dan volgen immers naheffingen voor de opdrachtgever. De werkende kan in dat geval bovendien werknemersrechten claimen, zoals een transitievergoeding bij ontslag. De Zelfstandigenwet moet dat risico verkleinen door duidelijke spelregels te bieden voordat een opdracht begint. Zo hoopt het kabinet dat opdrachtgevers weer met meer vertrouwen zzp’ers inhuren, zonder dat de bescherming van werknemers verdwijnt.
Wie wil weten welke regels er nu al gelden, vindt een overzicht in het artikel over zzp in 2026. De Zelfstandigenwet verandert namelijk niets aan de situatie van vandaag. Het voorstel moet eerst nog door de Raad van State en beide Kamers, waardoor de regels op zijn vroegst in 2028 gaan gelden. Tot die tijd blijven de Wet DBA en de bestaande rechtspraak bepalend voor elke opdracht.
Waarom komt er een nieuwe zelfstandigenwet?
De nieuwe zelfstandigenwet is een reactie op jaren van onduidelijke regels. Sinds 2016 geldt de Wet DBA, maar handhaving bleef lang uit. Daardoor bleef het probleem voor veel opdrachtgevers lange tijd grotendeels onzichtbaar.
Dat veranderde op 1 januari 2025, toen de Belastingdienst weer volledig ging handhaven op schijnzelfstandigheid. Blijkt een opdracht achteraf een arbeidsovereenkomst, dan moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen betalen. Bovendien kan de werkende dan aanspraak maken op rechten uit het arbeidsrecht en het pensioenrecht. Veel organisaties werden daardoor in korte tijd een stuk voorzichtiger.
Hoe groot de voorzichtigheid inmiddels is, blijkt uit cijfers die vakblad TPO op een rij zette. Slechts 23 procent van de opdrachtgevers vindt de huidige regels duidelijk, terwijl de Algemene Rekenkamer eerder op 17 procent uitkwam. Op basis van CBS-cijfers voeren bovendien zo’n 140.000 minder zelfstandigen een opdracht uit dan anderhalf jaar geleden. Dat is een forse daling in korte tijd, die zowel zzp’ers als opdrachtgevers in veel sectoren direct in hun portemonnee raakt.
Het kabinet noemt het huidige systeem daarom zelf een grabbelton waarvan de uitkomst onzeker is. Een rechter of inspecteur weegt immers per zaak een reeks factoren, zonder dat partijen vooraf weten hoe die weging uitvalt. Twee opdrachten die op papier vrijwel gelijk zijn, kunnen in de praktijk daardoor heel anders worden beoordeeld. Juist die onzekerheid moet de Zelfstandigenwet wegnemen, zodat zzp’ers en opdrachtgevers weer kunnen plannen. De wet moet bovendien schijnzelfstandigheid tegengaan, terwijl de bestaande rechten van werknemers blijven bestaan. Of beide doelen tegelijk haalbaar zijn, is een van de grote vragen in de maatschappelijke discussie over het voorstel van de minister.
Het Deliveroo-arrest en de Zelfstandigenwet
Op 24 maart 2023 oordeelde de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest dat de maaltijdbezorgers een arbeidsovereenkomst hadden. Daarbij gaf de Hoge Raad een lijst van omstandigheden die samen bepalen of iemand als werknemer of als zelfstandige werkt. Denk aan de aard en duur van het werk, de inbedding in de organisatie en de hoogte van de beloning per opdracht.
Geen van die omstandigheden weegt zwaarder dan de andere, want de rechter kijkt altijd naar het geheel. Ondernemerschap speelt daarbij een rol, bijvoorbeeld via het aantal opdrachtgevers en het dragen van commercieel risico. Ook de manier waarop de beloning tot stand komt en of er btw wordt gerekend, kan meewegen. Voor opdrachtgevers is de uitkomst daardoor vooraf moeilijk te voorspellen, zelfs bij goed opgestelde contracten. Elke zaak draait immers om een weging van feiten die per opdracht verschilt. Een clausule in het contract telt bovendien alleen mee als die in de praktijk ook echt iets betekent. De Zelfstandigenwet vervangt deze rechtspraak overigens niet, maar zet er een vaste route met zekerheid naast.
Wie straks buiten de veilige haven valt, krijgt dus nog steeds met deze weging te maken. Ook binnen de haven blijft de rechtspraak belangrijk voor de uitleg van de criteria. Het Deliveroo-arrest blijft daarom ook na 2028 een belangrijk ijkpunt.
Wet VBAR en het rechtsvermoeden naast de Zelfstandigenwet
Op 6 maart 2026 haalde het kabinet het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR van tafel. Voor dat deel ontbrak in de Tweede Kamer namelijk het draagvlak. De nieuwe Zelfstandigenwet neemt de rol van dat verduidelijkingsdeel nu over.
Minister Aartsen gaf aan dat het oorspronkelijke voorstel veel onrust in de markt veroorzaakte. Het verduidelijkingsdeel moest de criteria voor werknemerschap scherper maken, maar riep in de praktijk juist veel nieuwe vragen op. Met de Zelfstandigenwet kiest het kabinet daarom voor een andere invalshoek, die vooral laat zien wat wel kan.
Het andere deel bleef wel overeind als de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De Tweede Kamer stemde op 21 april 2026 in, waarna de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. Wie voor minder dan 38 euro per uur werkt, kan zich daardoor straks op een wettelijk vermoeden beroepen. De opdrachtgever moet dan aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat, anders geldt de zzp’er als werknemer. De precieze datum van inwerkingtreding volgt nog bij koninklijk besluit.
Het rechtsvermoeden en de Zelfstandigenwet werken dus naast elkaar, maar met een duidelijk verschillend doel. Het vermoeden beschermt zelfstandigen met een laag tarief, terwijl de nieuwe wet vooral zekerheid voor echte ondernemers wil bieden. Een zzp’er met een tarief van 30 euro per uur kan zich straks dus op het vermoeden beroepen. Een specialist met een hoog tarief en meerdere klanten heeft daarentegen meer aan de veilige haven. Samen vormen beide wetten daarmee de kern van de zzp-wetgeving die het kabinet voor de komende jaren voor ogen heeft. Voor het rechtsvermoeden is het parlementaire werk al klaar, terwijl de Zelfstandigenwet nog helemaal aan het begin van het traject staat.
De zelfstandigentoets: wanneer is een zzp’er ondernemer?
De zelfstandigentoets kijkt naar de werkende zelf en niet naar een specifieke opdracht. De toets bestaat uit drie onderdelen, die allemaal tegelijk moeten kloppen. Het eerste onderdeel is een administratie met KVK-inschrijving, btw-nummer, zakelijke rekening en eigen facturen.
Daarna volgt het aantal opdrachtgevers, want het voorstel vraagt er minimaal drie. Die tellen over het lopende en vorige kalenderjaar samen, en één vaste klant mag daarbij. Kleine klussen die alleen dienen om aan de eis te voldoen, tellen niet mee. Een zelfstandige die twee jaar alleen voor één klant werkt, haalt de toets dus niet.
Het derde onderdeel vraagt een jaarlijks minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. Denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw of een aansprakelijkheidsverzekering voor fouten in het eigen werk. Een werknemer valt bij ziekte terug op loondoorbetaling door de werkgever, maar een zzp’er moet dat zelf regelen. Dat bedrag is vast en hangt niet af van omzet of tarief, maar de hoogte ervan is nog niet bekend. Een hoge drempel kan starters en zzp’ers met een laag inkomen namelijk al snel buiten de veilige haven houden.
Een te laag bedrag maakt de eis echter betekenisloos, omdat dan vrijwel iedereen eraan voldoet. Het kabinet zoekt daarom een middenweg die zelfstandigen echt aanzet tot het afdekken van hun risico’s. Voor veel zzp’ers wordt dit bedrag daardoor een van de belangrijkste onderdelen van de uiteindelijke wet. Daarbij speelt mee dat zelfstandigen sterk verschillen in inkomen, sector en risicoprofiel. Een vast bedrag drukt zwaarder op een beginnende schoonmaker dan op een ervaren IT-consultant. Belangenorganisaties zullen in hun reacties op de consultatie vrijwel zeker een concreet bedrag voorstellen of juist waarschuwen voor een te hoge grens. Over die balans liet de minister zich bij de presentatie tegenover TPO wel al uit:
“Het moet niet te veel zijn maar het mag ook geen wassen neus worden”
Thierry Aartsen, minister van Werk en Participatie, 1 oktober 2026
De werkrelatietoets in de Zelfstandigenwet
De werkrelatietoets beoordeelt elke opdracht apart en kijkt naar de relatie met de opdrachtgever. Allereerst moeten beide partijen bewust kiezen voor werk buiten een arbeidsovereenkomst. Vervolgens moet de zelfstandige vrij zijn in de manier waarop hij werkt.
Daarnaast bepaalt hij grotendeels zelf waar en wanneer hij werkt, behalve bij werk op een vaste plek of tijd. Denk aan een bouwplaats, waar een zelfstandige vakman niet zelf kan kiezen waar hij zijn werk doet. Het laatste onderdeel vraagt bovendien dat de zelfstandige voor eigen rekening en risico werkt.
Dat laatste criterium raakt direct aan een veelgebruikte werkwijze, namelijk werken tegen een vast uurtarief. Uit de toelichting blijkt dat werken en factureren op uurbasis in de regel op werknemerschap wijst. Een uurtarief is daarmee niet verboden, maar efficiënter werken moet dan wel financieel voordeel kunnen opleveren. Een resultaatsverplichting tegen een vooraf afgesproken prijs past daarentegen juist goed binnen de toets. Veel zzp’ers in de zorg, de ICT en het onderwijs werken echter per uur. Voor hen kan dit onderdeel daardoor een grote drempel vormen, ook als zij verder als echte ondernemer werken. Een interim-manager die per uur declareert, moet straks dus goed kunnen uitleggen waar zijn ondernemersrisico zit.
Waar de zelfstandige vooral de zelfstandigentoets moet onderbouwen, lijkt de werkrelatietoets een gedeelde verantwoordelijkheid. De opdrachtgever moet namelijk ook zelf kunnen laten zien dat de praktijk overeenkomt met de gemaakte afspraken. Een goed contract alleen is dus niet genoeg als de dagelijkse werkwijze iets heel anders laat zien. Duidelijke afspraken over werktijden, werkplek en aansturing zijn daarom voor beide partijen van groot belang, ook tijdens de opdracht.
De veilige haven van de Zelfstandigenwet
Het hart van de Zelfstandigenwet is de veilige haven voor zelfstandigen die aan alle criteria voldoen. Wie beide toetsen haalt en zo werkt, heeft geen werkgeversgezag en dus geen arbeidsovereenkomst. Het kabinet presenteert die route in het persbericht bij de consultatie als volgt:
“We laten met duidelijke criteria vooraf zien hoe werken met en als zelfstandige(n) wél kan.”
Thierry Aartsen, minister van Werk en Participatie
De haven heeft echter duidelijke grenzen, want alle criteria tellen even zwaar. Voldoet een zelfstandige aan één voorwaarde niet, dan is er voor die opdracht geen enkele zekerheid. Verliest hij tijdens een opdracht een criterium, bijvoorbeeld een opdrachtgever, dan vervalt de zekerheid vanaf dat moment. Werken via een intermediair telt overigens voorlopig als één opdrachtgever, ook bij verschillende klanten.
Wie buiten de veilige haven valt, is daarmee niet automatisch werknemer. In dat geval geldt gewoon de integrale beoordeling van artikel 7:610 BW, met alle omstandigheden uit de rechtspraak. De zelfstandige kan bovendien te horen krijgen wat er moet veranderen om alsnog aan de criteria te voldoen. Het Platform Zelfstandige Ondernemers wijst er wel op dat de toets of de haven is bereikt nog steeds achteraf plaatsvindt. Bij een controle moet de opdrachtgever namelijk kunnen aantonen dat aan alle criteria is voldaan. Een goed dossier met bewijsstukken wordt voor beide partijen daardoor belangrijker dan nu het geval is. Denk aan facturen van andere opdrachtgevers, polissen van verzekeringen en afspraken over de werkwijze.
Wet DBA en Zelfstandigenwet naast elkaar
Het grootste verschil tussen de Wet DBA en de Zelfstandigenwet zit in het moment van toetsen. Nu volgt het oordeel achteraf, terwijl het voorstel vooraf zekerheid wil bieden. De tabel hieronder zet de verschillen daarom op een rij.
| Onderdeel | Nu (Wet DBA en rechtspraak) | Zelfstandigenwet (voorstel) |
|---|---|---|
| Toetsmoment | Achteraf, bij controle of geschil | Vooraf, met vaste criteria |
| Beoordeling | Alle omstandigheden samen, zonder rangorde | Zelfstandigentoets plus werkrelatietoets |
| Zekerheid | Geen vooraf vastgestelde zekerheid | Veilige haven bij alle criteria |
| Buiten de criteria | Integrale weging door rechter | Terugval op dezelfde integrale weging |
Uit de vergelijking blijkt dat de nieuwe wet de huidige beoordeling niet afschaft, maar alleen aanvult. Voor wie niet aan alle criteria voldoet, verandert er in de kern weinig ten opzichte van de Wet DBA. Wel krijgen zij duidelijker zicht op wat er nodig is om alsnog in de haven te komen.
Voor zzp’ers die nu met modelovereenkomsten werken, blijft de huidige situatie in 2026 dus voorlopig gelden. Modelovereenkomsten bieden echter geen garantie meer, omdat de praktijk doorslaggevend is. Tot 2028 blijft het daarom zaak om afspraken en werkwijze goed op elkaar af te stemmen. Wie dat nu al doet, staat bovendien sterker zodra de nieuwe toetsen gaan gelden. Een checklist met de criteria uit het voorstel kan daarbij nu al helpen, ook al is de wet nog niet definitief.
Ook de aansprakelijkheid verschilt sterk tussen een zelfstandige en een werknemer. Een werkgever is in veel gevallen aansprakelijk voor fouten van werknemers, terwijl een zzp’er zijn eigen risico draagt. Dat verklaart ook waarom het voorstel een aansprakelijkheidsverzekering noemt als een van de voorzieningen voor de zelfstandigentoets. Een opdrachtgever die een zzp’er inhuurt, wil immers niet alsnog opdraaien voor schade die tijdens de opdracht ontstaat. Zo laat de vergelijking zien dat de keuze tussen loondienst en zelfstandigheid veel verder reikt dan alleen de belastingen. Wie een zzp’er inhuurt, kijkt daarom niet alleen naar het tarief, maar ook naar verzekeringen en de verdeling van risico’s tussen beide partijen.
Kritiek op de Zelfstandigenwet: drie opdrachtgevers en starters
Vrijwel iedereen steunt het doel van de Zelfstandigenwet, maar de uitwerking roept veel vragen op. Het Platform Zelfstandige Ondernemers vindt het aantal criteria bijvoorbeeld te hoog en niet altijd duidelijk. Twee kleine klusjes erbij doen om aan drie opdrachtgevers te komen, is in de ogen van het platform niet genoeg.
Daarnaast vrezen critici een administratieve afvinklijst in plaats van echte duidelijkheid. Open normen zoals volwaardige opdrachten kunnen bovendien leiden tot nieuwe rechtszaken. Zo kan een wet die duidelijkheid moet brengen, juist nieuwe discussies opleveren.
Arbeidsrechtjurist Erik van Kan wijst op starters en zelfstandigen met langdurige opdrachten, die vaak buiten de veilige haven vallen. Een starter heeft immers zelden al drie opdrachtgevers in het lopende en vorige kalenderjaar. Van Kan stelt daarom voor om naar drie opdrachtgevers in 24 maanden te kijken. Voor iedereen die nu zzp’er wil worden, is dat een belangrijk punt. Wie halverwege een jaar begint, heeft onder de huidige tekst namelijk weinig tijd om drie volwaardige opdrachtgevers te vinden.
Universitair docent Niels van der Neut pleit voor een toets die een bepaalde periode geldig blijft. Zo hoeft een zelfstandige niet bij elke wijziging in zijn klantenkring opnieuw te bewijzen dat hij in de haven valt. Nu kan het wegvallen van één opdrachtgever direct gevolgen hebben voor alle lopende opdrachten. Een vaste geldigheidsduur zou zowel zelfstandigen als opdrachtgevers meer rust geven, zeker bij opdrachten die langer dan een jaar duren. Beide voorstellen moeten de veilige haven vooral voor beginnende en langdurig ingezette ondernemers beter bereikbaar maken. Of het kabinet die suggesties overneemt, blijkt pas na de verwerking van alle ingediende reacties op de consultatie door het ministerie.
Financiële prikkels en reacties op de nieuwe zelfstandigenwet
Andere critici betwijfelen of een nieuwe wet schijnzelfstandigheid echt kan terugdringen. Arbeidsrechtjurist Johan Zwemmer zat in 2020 in de Commissie-Borstlap, die adviseerde het verschil tussen vast en flexibel werk te verkleinen. Dat advies is niet opgevolgd, waardoor financiële prikkels voor werk buiten loondienst blijven bestaan. Zwemmer vatte zijn twijfel samen in een reactie die de Universiteit van Amsterdam bundelde:
“Dan kan je als wetgever wel hogere hekken plaatsen, maar mensen zullen er onderdoor blijven kruipen.”
Johan Zwemmer, universitair docent arbeidsrecht, in NRC
ZZP Nederland verwelkomt de inzet van de minister, maar peilt eerst haar leden. Ook CNV, FNV en VCP dienen samen een reactie in op de consultatie. Het kabinet kan de tekst daarna nog aanpassen, voordat de Raad van State adviseert.
De komende weken wordt daardoor duidelijk hoe breed de steun voor de huidige criteria is. Vooral de hoogte van het minimumbedrag en de eis van drie opdrachtgevers liggen onder een vergrootglas. Ook de positie van zzp’ers die per uur werken, komt naar verwachting terug in veel reacties op de consultatie. Of het kabinet op die punten water bij de wijn doet, hangt mede af van de uitvoeringstoetsen. Pas daarna ontstaat een beeld van de versie die uiteindelijk naar de Tweede Kamer gaat.
Status van de Zelfstandigenwet in 2026 en de weg naar 2028
De Zelfstandigenwet is op dit moment nog een concept en dus geen geldend recht. Het voorstel ging op 1 oktober 2026 in internetconsultatie, tot en met 29 oktober. Tegelijk vroeg het kabinet uitvoeringstoetsen aan bij de betrokken uitvoeringsorganisaties.
Na de consultatie verwerkt het ministerie de reacties, waarna eind 2026 naar planning een advies van de Raad van State volgt. In 2027 behandelen vervolgens eerst de Tweede Kamer en daarna de Eerste Kamer het wetsvoorstel uitgebreid. Het kabinet heeft daarvoor ook de steun van oppositiepartijen nodig, omdat het een minderheidskabinet is.
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, en dat is meteen ook de vroegst mogelijke datum. Die planning staat echter nog helemaal niet vast, want het parlement kan de tekst in 2027 nog wijzigen. Bovendien moet de Belastingdienst de nieuwe toetsen ook echt in de dagelijkse praktijk kunnen uitvoeren. Ook de handhaving van de Wet DBA liep eerder jarenlang vertraging op, waardoor ook nu een latere datum zeker niet is uitgesloten.
Tot 2028 blijven daardoor de huidige regels gelden, met volledige handhaving door de Belastingdienst. Het rechtsvermoeden bij een uurtarief onder 38 euro treedt waarschijnlijk al eerder in werking dan de Zelfstandigenwet. Voor zelfstandigen met een laag tarief verandert er daardoor mogelijk al iets vóór de nieuwe wet ingaat. Dit artikel krijgt een update zodra het advies van de Raad van State openbaar is. Ook de indiening bij de Tweede Kamer en de stemmingen in beide Kamers komen dan in de tijdlijn te staan. Zo blijft dit overzicht van de Zelfstandigenwet tot de invoering steeds actueel.
Wat betekent de Zelfstandigenwet voor zzp’ers en opdrachtgevers nu?
Hoewel de Zelfstandigenwet pas in 2028 ingaat, loont het om nu al naar de criteria te kijken. Een zelfstandige kan bijvoorbeeld nagaan of hij drie volwaardige opdrachtgevers heeft. Ook de voorzieningen voor ziekte en pensioen verdienen daarbij aandacht.
Neem Anne, een zelfstandig communicatieadviseur die drie dagen per week voor één grote klant werkt. Daarnaast doet zij af en toe kleine klussen voor twee andere bedrijven in de regio. Onder de huidige tekst valt zij waarschijnlijk buiten de veilige haven, omdat die kleine klussen niet als volwaardig gelden. Dat maakt haar overigens nog geen werknemer, want dan volgt gewoon de bestaande integrale beoordeling. Wel weet zij nu al wat er moet veranderen om straks zekerheid te krijgen. Een tweede vaste opdrachtgever van enige omvang kan voor haar daarom het verschil maken. Ook een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering helpen haar dichter bij de veilige haven. Zo kan zij in de komende jaren stap voor stap naar de criteria van de nieuwe wet toewerken.
Opdrachtgevers doen er goed aan om de werkwijze bij lopende opdrachten nu al kritisch tegen het licht te houden. De werkrelatietoets sluit namelijk grotendeels aan bij wat de rechtspraak nu ook al belangrijk vindt. Wie nu werktijden, aansturing en werkplek goed vastlegt, verkleint daardoor ook onder de huidige regels het risico op naheffingen. Ook een korte vastlegging van de verdeling van risico’s en verzekeringen helpt bij een latere controle door de Belastingdienst.
Zelfstandigen kunnen tot en met 29 oktober bovendien zelf reageren op het voorstel via de website internetconsultatie.nl. Die reacties wegen mee bij de definitieve versie die naar de Raad van State gaat. Een korte reactie met een concreet voorbeeld uit de eigen praktijk heeft daarbij vaak de meeste waarde voor het ministerie.
Veelgestelde vragen over de Zelfstandigenwet
Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions
Over Juristenblog.nl
Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.
Gerelateerde berichten
Schrijf je in & Blijf op de hoogte
Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.
We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.






