De Stint ongeluk Oss rechtszaak ontstond na het dodelijke ongeval in september 2018 bij een spoorwegovergang in Oss. Vier jonge kinderen kwamen om het leven en meerdere betrokkenen raakten zwaargewond. Daardoor ontstond direct maatschappelijke onrust. Het Openbaar Ministerie besloot vervolgens twee bestuurders van het Stint-bedrijf te vervolgen. Volgens het OM droegen zij strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een mogelijk onveilig voertuig.

Lees in dit artikel van Juristenblog.nl hoe het vonnis tot stand is gekomen en wat dit betekent. Liever een sneller overzicht van de zaak? Lees dan de FAQ onderaan.

Stint ongeluk Oss rechtszaak: het drama en de aanleiding

Op 20 september 2018 reed een Stint met kinderen de spoorwegovergang op. Kort daarna botste een trein op het voertuig. Hulpdiensten rukten massaal uit, maar vier kinderen overleden ter plaatse. Het ongeval schokte het hele land en leidde tot politieke vragen over toezicht en productveiligheid.

Het OM baseerde de strafzaak tegen de ondernemers op artikel 307 Wetboek van Strafrecht, dood door schuld. Daarnaast beriep het OM zich op artikel 308 Wetboek van Strafrecht, zwaar lichamelijk letsel door schuld. Beide bepalingen vereisen aanmerkelijke schuld. Daarom moest de rechtbank vaststellen of de ondernemers ernstig onvoorzichtig handelden. Volgens het OM hadden zij risico’s onvoldoende onderkend of beheerst. Centraal stond de vraag of sprake was van “aanmerkelijke schuld”, een vereiste voor strafrechtelijke aansprakelijkheid bij culpoze delicten.

Stint ongeluk Oss rechtszaak: technische discussie en aanmerkelijke schuld

Tijdens het proces onderzochten deskundigen uitgebreid de technische werking van de Stint. Zij analyseerden de elektrische aandrijving, het remsysteem en mogelijke storingen. Bovendien keken zij naar de toelatingsprocedure voor bijzondere bromfietsen. Daardoor verschoof de kern van de zaak naar de vraag of het voertuig structureel onveilig was. De rechtbank moest echter méér vaststellen dan een technisch gebrek. Zij moest beoordelen of de ondernemers zó onvoorzichtig handelden dat hun gedrag strafrechtelijk verwijtbaar was. Het criterium “aanmerkelijke schuld” vormt daarbij de kern. Niet iedere fout leidt tot strafbaarheid. Alleen wanneer het handelen duidelijk afwijkt van wat redelijkerwijs verwacht mocht worden, kan een veroordeling volgen. Daarom lag de lat voor het bewijs hoog.

De vrijspraak door de rechtbank

In het vonnis, met ECLI:NL:RBOBR:2026:1019, sprak de rechtbank de ondernemers vrij van dood door schuld. De rechters oordeelden dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat hun handelen direct tot het ongeval leidde. Ook achtte de rechtbank onvoldoende bewezen dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel door schuld. In de samenhangende uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2026:1018 motiveerde de rechtbank haar oordeel uitgebreider. De rechters benadrukten dat strafrechtelijke aansprakelijkheid een duidelijke en aantoonbare mate van schuld vereist. Zij stelden vast dat de ondernemers niet bewust veiligheidsnormen negeerden. Bovendien konden zij niet vaststellen dat sprake was van roekeloosheid. Daarom ontbrak het noodzakelijke element van aanmerkelijke schuld.

De rechtbank maakte daarbij een belangrijk onderscheid. Enerzijds erkende zij het immense leed van de nabestaanden. Anderzijds paste zij strikt de strafrechtelijke criteria toe. Daardoor eindigde de Stint ongeluk Oss rechtszaak in eerste aanleg in vrijspraak.

Reacties en maatschappelijke gevolgen

De uitspraak riep sterke emoties op. Nabestaanden reageerden zichtbaar teleurgesteld en geëmotioneerd. Zij hadden gehoopt dat een veroordeling erkenning zou bieden voor hun verlies. Tegelijkertijd wezen juristen op het fundamentele verschil tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke schuld. Het strafrecht vereist immers concreet bewijs van aanmerkelijke verwijtbaarheid.

De belangrijkste punten in de zaak zijn:

  • Verdenking op grond van artikel 307 en 308 Wetboek van Strafrecht
  • Centrale toetsing van het criterium aanmerkelijke schuld
  • Technische analyse van voertuig en toelating
  • Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs
  • Instellen van hoger beroep door het Openbaar Ministerie

Hoger beroep in de Stint ongeluk Oss rechtszaak

Kort na het vonnis kondigde het Openbaar Ministerie hoger beroep aan. Het OM acht de bewijswaardering van de rechtbank onjuist. Daarom legt het de zaak voor aan het gerechtshof. Volgens de rechtbank valt de oprichters strafrechtelijk niets te verwijten. Toch is dat oordeel nog niet definitief. Het hof zal de feiten, de technische bevindingen en de schuldvraag opnieuw beoordelen. Uiteindelijk zal het arrest bepalen of de vrijspraak in stand blijft of wordt vernietigd. Daarmee blijft de Stint ongeluk Oss rechtszaak juridisch en maatschappelijk van groot belang.

1. Van welke strafbare feiten werden de ondernemers precies verdacht?
Het Openbaar Ministerie verdacht hen van dood door schuld (artikel 307 Wetboek van Strafrecht) en zwaar lichamelijk letsel door schuld (artikel 308 Wetboek van Strafrecht). Beide feiten zijn culpoze delicten, wat betekent dat geen opzet maar schuld centraal staat. Het OM moest daarom bewijzen dat de ondernemers aanmerkelijk onvoorzichtig handelden. Zonder die ernstige mate van verwijtbaarheid kan geen veroordeling volgen.

2. Wat betekent ‘aanmerkelijke schuld’ in juridische zin?
Aanmerkelijke schuld houdt in dat iemand zich ernstig onvoorzichtig of nalatig heeft gedragen. Het gaat om gedrag dat duidelijk afwijkt van wat redelijkerwijs van een zorgvuldig handelend persoon mag worden verwacht. Een gewone fout of inschattingsfout is onvoldoende. De rechter kijkt naar alle omstandigheden van het geval, waaronder kennis, rol en verantwoordelijkheden.

3. Waarom sprak de rechtbank de ondernemers vrij?
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hun handelen direct tot het ongeval leidde. Bovendien kon zij niet vaststellen dat zij bewust veiligheidsrisico’s negeerden. Daardoor ontbrak het vereiste element van aanmerkelijke schuld. Zonder dat element kan de strafrechter geen schuld in strafrechtelijke zin aannemen.

4. Wat is het verschil tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke schuld?
Morele verantwoordelijkheid ziet op maatschappelijke en ethische beoordeling. Strafrechtelijke schuld vereist echter concreet en juridisch bewijs van verwijtbaar handelen. Een gebeurtenis kan moreel zeer zwaar wegen, maar juridisch toch onvoldoende bewijs bevatten voor een veroordeling. Daarom maakt de strafrechter een strikt onderscheid tussen emotionele impact en juridische criteria.

5. Wat gebeurt er in hoger beroep?
In hoger beroep beoordeelt het gerechtshof de zaak opnieuw in volle omvang. Het hof kijkt opnieuw naar de feiten, het bewijs en de juridische kwalificatie. Het kan de vrijspraak bevestigen, maar ook vernietigen en alsnog tot een veroordeling komen. Pas na het arrest van het hof ontstaat meer duidelijkheid over de definitieve uitkomst van de strafzaak.

Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions

De Stint ongeluk Oss rechtszaak ontstond na het dodelijke ongeval in september 2018 bij een spoorwegovergang in Oss. Vier jonge kinderen kwamen om het leven en meerdere betrokkenen raakten zwaargewond. Daardoor ontstond direct maatschappelijke onrust. Het Openbaar Ministerie besloot vervolgens twee bestuurders van het Stint-bedrijf te vervolgen. Volgens het OM droegen zij strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een mogelijk onveilig voertuig.

Lees in dit artikel van Juristenblog.nl hoe het vonnis tot stand is gekomen en wat dit betekent. Liever een sneller overzicht van de zaak? Lees dan de FAQ onderaan.

Stint ongeluk Oss rechtszaak: het drama en de aanleiding

Op 20 september 2018 reed een Stint met kinderen de spoorwegovergang op. Kort daarna botste een trein op het voertuig. Hulpdiensten rukten massaal uit, maar vier kinderen overleden ter plaatse. Het ongeval schokte het hele land en leidde tot politieke vragen over toezicht en productveiligheid.

Het OM baseerde de strafzaak tegen de ondernemers op artikel 307 Wetboek van Strafrecht, dood door schuld. Daarnaast beriep het OM zich op artikel 308 Wetboek van Strafrecht, zwaar lichamelijk letsel door schuld. Beide bepalingen vereisen aanmerkelijke schuld. Daarom moest de rechtbank vaststellen of de ondernemers ernstig onvoorzichtig handelden. Volgens het OM hadden zij risico’s onvoldoende onderkend of beheerst. Centraal stond de vraag of sprake was van “aanmerkelijke schuld”, een vereiste voor strafrechtelijke aansprakelijkheid bij culpoze delicten.

Stint ongeluk Oss rechtszaak: technische discussie en aanmerkelijke schuld

Tijdens het proces onderzochten deskundigen uitgebreid de technische werking van de Stint. Zij analyseerden de elektrische aandrijving, het remsysteem en mogelijke storingen. Bovendien keken zij naar de toelatingsprocedure voor bijzondere bromfietsen. Daardoor verschoof de kern van de zaak naar de vraag of het voertuig structureel onveilig was. De rechtbank moest echter méér vaststellen dan een technisch gebrek. Zij moest beoordelen of de ondernemers zó onvoorzichtig handelden dat hun gedrag strafrechtelijk verwijtbaar was. Het criterium “aanmerkelijke schuld” vormt daarbij de kern. Niet iedere fout leidt tot strafbaarheid. Alleen wanneer het handelen duidelijk afwijkt van wat redelijkerwijs verwacht mocht worden, kan een veroordeling volgen. Daarom lag de lat voor het bewijs hoog.

De vrijspraak door de rechtbank

In het vonnis, met ECLI:NL:RBOBR:2026:1019, sprak de rechtbank de ondernemers vrij van dood door schuld. De rechters oordeelden dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat hun handelen direct tot het ongeval leidde. Ook achtte de rechtbank onvoldoende bewezen dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel door schuld. In de samenhangende uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2026:1018 motiveerde de rechtbank haar oordeel uitgebreider. De rechters benadrukten dat strafrechtelijke aansprakelijkheid een duidelijke en aantoonbare mate van schuld vereist. Zij stelden vast dat de ondernemers niet bewust veiligheidsnormen negeerden. Bovendien konden zij niet vaststellen dat sprake was van roekeloosheid. Daarom ontbrak het noodzakelijke element van aanmerkelijke schuld.

De rechtbank maakte daarbij een belangrijk onderscheid. Enerzijds erkende zij het immense leed van de nabestaanden. Anderzijds paste zij strikt de strafrechtelijke criteria toe. Daardoor eindigde de Stint ongeluk Oss rechtszaak in eerste aanleg in vrijspraak.

Reacties en maatschappelijke gevolgen

De uitspraak riep sterke emoties op. Nabestaanden reageerden zichtbaar teleurgesteld en geëmotioneerd. Zij hadden gehoopt dat een veroordeling erkenning zou bieden voor hun verlies. Tegelijkertijd wezen juristen op het fundamentele verschil tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke schuld. Het strafrecht vereist immers concreet bewijs van aanmerkelijke verwijtbaarheid.

De belangrijkste punten in de zaak zijn:

  • Verdenking op grond van artikel 307 en 308 Wetboek van Strafrecht
  • Centrale toetsing van het criterium aanmerkelijke schuld
  • Technische analyse van voertuig en toelating
  • Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs
  • Instellen van hoger beroep door het Openbaar Ministerie

Hoger beroep in de Stint ongeluk Oss rechtszaak

Kort na het vonnis kondigde het Openbaar Ministerie hoger beroep aan. Het OM acht de bewijswaardering van de rechtbank onjuist. Daarom legt het de zaak voor aan het gerechtshof. Volgens de rechtbank valt de oprichters strafrechtelijk niets te verwijten. Toch is dat oordeel nog niet definitief. Het hof zal de feiten, de technische bevindingen en de schuldvraag opnieuw beoordelen. Uiteindelijk zal het arrest bepalen of de vrijspraak in stand blijft of wordt vernietigd. Daarmee blijft de Stint ongeluk Oss rechtszaak juridisch en maatschappelijk van groot belang.

1. Van welke strafbare feiten werden de ondernemers precies verdacht?
Het Openbaar Ministerie verdacht hen van dood door schuld (artikel 307 Wetboek van Strafrecht) en zwaar lichamelijk letsel door schuld (artikel 308 Wetboek van Strafrecht). Beide feiten zijn culpoze delicten, wat betekent dat geen opzet maar schuld centraal staat. Het OM moest daarom bewijzen dat de ondernemers aanmerkelijk onvoorzichtig handelden. Zonder die ernstige mate van verwijtbaarheid kan geen veroordeling volgen.

2. Wat betekent ‘aanmerkelijke schuld’ in juridische zin?
Aanmerkelijke schuld houdt in dat iemand zich ernstig onvoorzichtig of nalatig heeft gedragen. Het gaat om gedrag dat duidelijk afwijkt van wat redelijkerwijs van een zorgvuldig handelend persoon mag worden verwacht. Een gewone fout of inschattingsfout is onvoldoende. De rechter kijkt naar alle omstandigheden van het geval, waaronder kennis, rol en verantwoordelijkheden.

3. Waarom sprak de rechtbank de ondernemers vrij?
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hun handelen direct tot het ongeval leidde. Bovendien kon zij niet vaststellen dat zij bewust veiligheidsrisico’s negeerden. Daardoor ontbrak het vereiste element van aanmerkelijke schuld. Zonder dat element kan de strafrechter geen schuld in strafrechtelijke zin aannemen.

4. Wat is het verschil tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke schuld?
Morele verantwoordelijkheid ziet op maatschappelijke en ethische beoordeling. Strafrechtelijke schuld vereist echter concreet en juridisch bewijs van verwijtbaar handelen. Een gebeurtenis kan moreel zeer zwaar wegen, maar juridisch toch onvoldoende bewijs bevatten voor een veroordeling. Daarom maakt de strafrechter een strikt onderscheid tussen emotionele impact en juridische criteria.

5. Wat gebeurt er in hoger beroep?
In hoger beroep beoordeelt het gerechtshof de zaak opnieuw in volle omvang. Het hof kijkt opnieuw naar de feiten, het bewijs en de juridische kwalificatie. Het kan de vrijspraak bevestigen, maar ook vernietigen en alsnog tot een veroordeling komen. Pas na het arrest van het hof ontstaat meer duidelijkheid over de definitieve uitkomst van de strafzaak.

Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions

Over Juristenblog.nl

Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.

Schrijf je in & Blijf op de hoogte

Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.

We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.