Prinsjesdag Grondwet: die twee woorden horen bij elkaar. Artikel 65 van de Grondwet bepaalt namelijk wat er op de derde dinsdag van september moet gebeuren. Op dinsdag 15 september 2026 is het weer zover. De koninklijke familie rijdt door Den Haag, de koning spreekt de troonrede uit en de minister van Financiën presenteert de nieuwe begroting. Veel aandacht gaat ieder jaar naar de koetsen, hoedjes en andere tradities. Toch draait Prinsjesdag juridisch om iets anders. De regering moet het parlement namelijk vertellen welk beleid zij het komende jaar wil voeren.
In dit artikel van Juristenblog.nl staat de juridische kant van Prinsjesdag Grondwet centraal. Waar komt de derde dinsdag van september eigenlijk vandaan? Welke rol speelt artikel 65 Grondwet? En wat is het verschil tussen de troonrede en de Miljoenennota? Ook de kritiek op de ceremonie komt aan bod. Want terwijl in Den Haag de koetsen rijden, wachten veel huishoudens vooral af wat de kabinetsplannen voor hun inkomen betekenen.
Wat is Prinsjesdag en wanneer valt Prinsjesdag 2026
Prinsjesdag is de dag waarop het kabinet zijn plannen voor het volgende jaar presenteert. De koning leest daarbij de troonrede voor. Normaal gebeurt dat in de Ridderzaal, maar door de verbouwing van het Binnenhof wordt tijdelijk de Koninklijke Schouwburg gebruikt. Daarna gaat de minister van Financiën naar de Tweede Kamer met de Rijksbegroting en de Miljoenennota. De Rijksoverheid bevestigt dat Prinsjesdag 2026 op 15 september plaatsvindt. Die dag begint ook het nieuwe werkjaar van de regering.
De datum staat sinds 1887 vast op de derde dinsdag van september. In 2026 valt die dinsdag op 15 september. De koninklijke familie vertrekt vanaf Paleis Noordeinde en gaat vervolgens naar de plaats van de Verenigde Vergadering. Daar spreekt de koning de troonrede uit. De Eerste en Tweede Kamer zitten tijdens deze bijeenkomst samen in één vergadering.
Prinsjesdag is dus meer dan een traditie die in de loop der jaren is ontstaan. De jaarlijkse bijeenkomst volgt rechtstreeks uit de Grondwet. Artikel 65 verplicht de regering om ieder jaar uitleg te geven over het voorgenomen beleid. Ook de datum en de gezamenlijke vergadering van beide Kamers staan in dat artikel. De koets kan veranderen en de locatie kan tijdelijk worden verplaatst. De juridische basis blijft echter hetzelfde.
De juridische basis van Prinsjesdag in de Grondwet
De koppeling tussen Prinsjesdag en de Grondwet staat dus letterlijk in artikel 65 van de Grondwet. Vooral het woord “jaarlijks” is belangrijk. Het kabinet kan niet besluiten een jaar over te slaan omdat een formele bijeenkomst niet goed uitkomt. Bovendien moet de uiteenzetting plaatsvinden in een verenigde vergadering. De Eerste en Tweede Kamer komen dan samen.
Daarmee krijgt Prinsjesdag een duidelijke juridische basis. De Grondwet schrijft overigens niet voor hoe uitgebreid de ceremonie moet zijn. Nergens staat dat een koets door Den Haag moet rijden of dat er een balkonmoment moet plaatsvinden. Artikel 65 gaat in de kern maar over één verplichting: de regering moet jaarlijks haar voorgenomen beleid uiteenzetten. Dat onderscheid is belangrijk in discussies over de toekomst van Prinsjesdag Grondwet.
Wie is inhoudelijk verantwoordelijk voor de troonrede
De koning leest de troonrede voor, maar bepaalt de inhoud niet zelf. De tekst komt vanuit het kabinet. De minister-president legt de voorlopige tekst eind augustus voor aan de ministerraad en bespreekt deze ook met de koning. Tijdens de laatste ministerraad voor Prinsjesdag wordt de tekst definitief vastgesteld. Ook de uitleg van het Koninklijk Huis over de troonrede maakt duidelijk dat de regering daarin haar plannen voor het komende jaar bekendmaakt.
Politieke verantwoordelijkheid voor de troonrede ligt daarom bij het kabinet. De koning spreekt de woorden uit, maar hoeft zich daarover niet tegenover de Tweede Kamer te verantwoorden. Ministers moeten dat wel. Als de koning verhinderd is, kan bovendien iemand anders de troonrede namens hem uitspreken. Artikel 65 houdt daar uitdrukkelijk rekening mee. De tekst blijft dus een verklaring van de regering en is geen persoonlijke boodschap van de koning.
De relatie met artikel 105: de begroting
Na de troonrede volgt het financiële deel van Prinsjesdag. De minister van Financiën biedt de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. De grondslag daarvoor staat niet in artikel 65, maar in artikel 105 van de Grondwet. Daarin staat dat de begroting van de inkomsten en uitgaven van het Rijk bij wet wordt vastgesteld. Opvallend is dat artikel 105 ook rechtstreeks verwijst naar het moment uit artikel 65.
Dat verschil is belangrijk. Artikel 65 Grondwet gaat over de uiteenzetting van het regeringsbeleid. Artikel 105 gaat over de begroting en het budgetrecht van het parlement. Het kabinet kan de financiële plannen bovendien niet simpelweg zelf invoeren. De begrotingswetten moeten eerst door het parlement. De troonrede en Miljoenennota horen op Prinsjesdag dus bij elkaar, maar juridisch hebben ze ieder een eigen functie.
De geschiedenis van Prinsjesdag: van 1814 tot nu
Prinsjesdag bestaat al veel langer dan de huidige tekst van artikel 65. Sinds 1814 vindt rond de opening van het parlementaire werkjaar een plechtigheid plaats waarbij een troonrede wordt uitgesproken. De datum lag toen nog niet in september. Volgens het overzicht over de geschiedenis van Prinsjesdag van de Rijksoverheid viel de dag aanvankelijk op de eerste maandag van november. Later werd dat de derde maandag van oktober.
In 1848 werd Prinsjesdag vervroegd naar de derde maandag van september. Daar zat een praktische reden achter. Het parlement had meer tijd nodig om de begrotingsplannen voor 1 januari af te handelen. Bij de grondwetswijziging van 1887 veranderde maandag vervolgens in dinsdag. Kamerleden uit verder gelegen provincies hoefden daardoor niet al op zondag naar Den Haag te reizen. Een praktisch probleem uit de negentiende eeuw bepaalt zo nog altijd op welke dag Prinsjesdag valt.
De twintigste eeuw en de huidige vorm
Vanaf het begin van de twintigste eeuw kreeg Prinsjesdag steeds meer de vorm die tegenwoordig herkenbaar is. De Gouden Koets werd in 1903 voor het eerst op Prinsjesdag gebruikt. Toch was ook toen niet iedere traditie zo vast als soms wordt gedacht. Een uitgebreid historisch overzicht van Parlement.com over de geschiedenis van Prinsjesdag laat zien dat locaties, gebruiken en vervoermiddelen door de jaren heen regelmatig veranderden.
Ook de Grondwet veranderde. Artikel 65 kreeg in 1983 zijn huidige vorm. Daarmee werd de jaarlijkse uiteenzetting van het regeringsbeleid expliciet in de Grondwet vastgelegd. Sinds die grondwetsherziening is de Staten-Generaal bovendien permanent in zitting. Prinsjesdag is daardoor formeel niet meer de opening van een nieuwe zittingsperiode. De dag geldt in de praktijk nog wel als het begin van het nieuwe parlementaire werkjaar.
Ook recent veranderde de uitvoering verschillende keren. Door de coronapandemie vond de ceremonie in 2020 en 2021 plaats in de Grote Kerk in Den Haag. De traditionele rijtoer ging toen niet door. Door de renovatie van het Binnenhof wordt de troonrede momenteel in de Koninklijke Schouwburg gehouden. De locatie en ceremonie kunnen dus veranderen. De regel uit artikel 65 blijft ondertussen gewoon gelden.
Over de herkomst van de naam zelf bestaat weleens verwarring. Historica Carla van Baalen legde in een interview met de Staten-Generaal uit waar de term vandaan komt:
“De term Prinsjesdag werd in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de verjaardagen van de Prinsen van Oranje.” Carla van Baalen, directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Staten-Generaal
De naam Prinsjesdag had oorspronkelijk dus weinig te maken met een troonrede of begroting. De term verwees naar de verjaardagen van prinsen van Oranje. Pas later werd de naam gekoppeld aan de opening van het parlementaire jaar. Die oorspronkelijke betekenis verdween langzaam naar de achtergrond. De naam bleef bestaan, maar kreeg een heel andere functie.
Wat gebeurt er op Prinsjesdag: het programma stap voor stap
Het programma van Prinsjesdag ziet er ieder jaar ongeveer hetzelfde uit. Toch staat een groot deel daarvan niet in de Grondwet. Veel onderdelen zijn gebaseerd op protocol en traditie. De Rijksoverheid beschrijft de ceremonie op Prinsjesdag als een vast programma met onder meer de rijtoer, de troonrede en het aanbieden van de Miljoenennota.
De koninklijke familie vertrekt vanaf Paleis Noordeinde en rijdt vervolgens naar de plaats van de Verenigde Vergadering. Langs de route staan doorgaans veel belangstellenden. Ook Defensie, politie en Koninklijke Marechaussee zijn betrokken bij de uitvoering en beveiliging van de dag. Na de troonrede verschuift de aandacht naar de Tweede Kamer en de financiële plannen van het kabinet.
De rijtoer en de koets
De Gouden Koets was jarenlang misschien wel het bekendste symbool van Prinsjesdag. Toch wordt deze sinds 2016 niet meer gebruikt. Eerst kwam dat door een restauratie. In januari 2022 maakte koning Willem-Alexander vervolgens bekend dat de koets voorlopig niet zou terugkeren. De maatschappelijke discussie over het koloniale paneel op de koets speelde daarbij een belangrijke rol. Ook de NOS berichtte destijds uitgebreid over het besluit rond de Gouden Koets.
De geschiedenis van het rijtuig laat zien dat ook bekende tradities kunnen veranderen. Volgens Het Koninklijk Huis over het gebruik van de Gouden Koets werd deze pas in 1903 voor het eerst gebruikt tijdens Prinsjesdag. Ook daarna reed de koets lang niet ieder jaar. Het gebruik ervan is dus geen grondwettelijke verplichting.
De troonrede en het koffertje van Financiën
Na aankomst spreekt de koning de troonrede uit tijdens de Verenigde Vergadering. Daarna verschuift de aandacht naar de minister van Financiën. Die biedt de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. Volgens de geschiedenis van het Prinsjesdagkoffertje begon deze traditie in 1947. Minister Pieter Lieftinck nam het idee over uit het Verenigd Koninkrijk.
De dag heeft daarmee twee kanten. Aan de ene kant staat het zichtbare ceremonieel met rijtuigen, uniformen en publiek. Aan de andere kant begint een serieus financieel en politiek proces. De Rijksbegroting gaat namelijk direct het parlementaire traject in. Uiteindelijk is dat voor het overheidsbeleid veel belangrijker dan het koffertje waarin de stukken symbolisch worden aangeboden.
Waarom Prinsjesdag bij veel mensen een dubbel gevoel oproept
Prinsjesdag levert ieder jaar een opvallend contrast op. In Den Haag zijn er koetsen, uniformen en ceremoniële kleding. Tegelijkertijd wachten huishoudens op cijfers over belastingen, toeslagen en koopkracht. De financiële gevolgen van het kabinetsbeleid staan uiteindelijk in de Miljoenennota en de afzonderlijke begrotingen. De officiële Prinsjesdagstukken worden door de Rijksoverheid openbaar gemaakt, zodat de plannen en bedragen ook buiten de ceremonie kunnen worden bekeken.
Dat ongemak heeft weinig te maken met artikel 65 zelf. De Grondwet vraagt alleen om een jaarlijkse uiteenzetting van het regeringsbeleid. De uitgebreide ceremonie is daar in de loop van de tijd omheen gegroeid. Toch kunnen die twee in de beeldvorming moeilijk los van elkaar worden gezien. Zeker wanneer de koopkracht onder druk staat, kunnen beelden van staatsie botsen met zorgen over dagelijkse uitgaven.
Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga formuleerde deze kritiek scherp, in een column op Binnenlandsbestuur.nl:
“De troonrede in huidige vorm is echter niet een goede traditie…” Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht, in een column op Binnenlandsbestuur.nl
Wat het gevoel van onrechtvaardigheid met vertrouwen doet
Die kritiek raakt ook aan het vertrouwen in de politiek. Soms ontstaat de indruk dat de plannen op Prinsjesdag al volledig vaststaan. Juridisch en politiek ligt dat anders. Na Prinsjesdag volgen de Algemene Politieke Beschouwingen, de Algemene Financiële Beschouwingen en de behandeling van de afzonderlijke begrotingen. Ook premier Jetten benadrukte tijdens de persconferentie na de ministerraad van 28 augustus 2026 dat het parlementaire proces geen automatische goedkeuring van de kabinetsplannen is en dat wijzigingen mogelijk blijven.
Kamerleden kunnen kritiek leveren, alternatieven voorstellen en proberen meerderheden te vinden voor wijzigingen. Ook moties en amendementen kunnen invloed hebben op de uiteindelijke plannen. Prinsjesdag is daarmee eerder het begin van het politieke debat dan het einde ervan.
Dat debat speelt zich bovendien niet alleen binnen de muren van de Tweede Kamer af. Rond belangrijke politieke vergaderingen vinden regelmatig demonstraties plaats, bijvoorbeeld op het Malieveld. Meer over de juridische grenzen daarvan staat in het artikel van Juristenblog.nl over de grenzen van het demonstratierecht in Nederland. Achter de tradities zit dus een democratisch proces waarin de plannen nog kunnen veranderen.
Kritiek en discussie: is Prinsjesdag nog van deze tijd
De discussie over de vorm van Prinsjesdag keert bijna ieder jaar terug. Voorstanders wijzen op de traditie en herkenbaarheid van de dag. Tegenstanders vinden juist dat de koetsen, kleding en koninklijke ceremonie te veel aandacht krijgen. Daardoor zou de politieke inhoud naar de achtergrond verdwijnen. De discussie rond de Gouden Koets is daar een goed voorbeeld van. Het besluit om de koets voorlopig niet meer te gebruiken laat zien dat ook gevestigde onderdelen van de ceremonie ter discussie kunnen worden gesteld.
Een soberder Prinsjesdag is juridisch goed mogelijk. Zelfs de Grondwet schrijft nauwelijks iets voor over de vorm van de troonrede. Volgens de toelichting van het Koninklijk Huis stelt de Grondwet geen eisen aan de volgorde, lengte of precieze inhoud van de troonrede. De discussie over de ceremonie moet daarom worden gescheiden van de verplichting uit artikel 65.
Vergelijking van de vaste onderdelen
Niet ieder bekend onderdeel van Prinsjesdag heeft dezelfde juridische status. Sommige onderdelen volgen rechtstreeks uit de Grondwet, terwijl andere vooral uit traditie en protocol voortkomen. De tekst van artikel 65 Grondwet noemt bijvoorbeeld wel de troonrede, de derde dinsdag van september en de Verenigde Vergadering. Over een koets, rijtoer of balkonmoment staat niets in het artikel.
| Onderdeel | Grondwettelijke basis | Juridisch karakter |
|---|---|---|
| Troonrede | Artikel 65 Grondwet | Politieke uiteenzetting van kabinetsbeleid, geen wet |
| Rijksbegroting / Miljoenennota | Artikel 105 Grondwet | Wetsvoorstel, behoeft parlementaire goedkeuring |
| Verenigde Vergadering | Artikel 65 en 66 Grondwet | Gezamenlijke zitting Eerste en Tweede Kamer |
| Rijtoer en balkonmoment | Geen grondwetsartikel | Staatsrechtelijk gewoonterecht en protocol |
| Algemene Beschouwingen | Kamerreglement, niet in Grondwet | Inhoudelijk parlementair debat over troonrede en begroting |
De tabel laat vooral zien dat veel bekende onderdelen niet in de Grondwet staan. De rijtoer en het balkonmoment kunnen worden aangepast zonder grondwetswijziging. Voor artikel 65 ligt dat anders. Een wijziging van die bepaling moet via de zware procedure voor een grondwetswijziging.
Dat onderscheid is belangrijk bij kritiek op Prinsjesdag. Wie de koets wil afschaffen, hoeft niet automatisch tegen Prinsjesdag zelf te zijn. Andersom hoeft het behoud van artikel 65 ook niet te betekenen dat de huidige ceremonie altijd hetzelfde moet blijven. Bij Prinsjesdag Grondwet kunnen vorm en juridische basis dus los van elkaar worden bekeken.
Wat de troonrede en Miljoenennota concreet betekenen
Voor de meeste mensen is uiteindelijk vooral belangrijk wat er in de plannen staat. De Miljoenennota geeft inzicht in de inkomsten en uitgaven van de overheid en in de financiële gevolgen van het kabinetsbeleid. Daarnaast verschijnen de afzonderlijke begrotingen van de ministeries. Op de website van de Rijksoverheid staan de Miljoenennota, het Belastingplan en alle begrotingsstukken bij elkaar.
Daarbij werken veel verschillende bewindspersonen aan de plannen. Niet alleen ministers, maar ook staatssecretarissen zijn verantwoordelijk voor delen van het beleid. Meer daarover staat in het artikel over de taken en bevoegdheden van een staatssecretaris. De minister van Financiën presenteert de stukken op Prinsjesdag, maar de inhoud komt uit het hele kabinet.
Belangrijk is bovendien dat de plannen op Prinsjesdag nog niet definitief zijn. De Tweede Kamer behandelt de begrotingen daarna. Kamerleden kunnen wijzigingen voorstellen en stemmen uiteindelijk over de begrotingswetten. De politieke onderhandelingen gaan daarom ook na Prinsjesdag door. Dat bleek eind augustus 2026 opnieuw uit de uitleg van het kabinet over de begrotingsbehandeling.
Prinsjesdag is daarom vooral een startpunt. Op de derde dinsdag van september legt het kabinet zijn plannen op tafel. Daarna begint het politieke debat. Voor een goed begrip van Prinsjesdag Grondwet is juist dat verschil belangrijk. De ceremonie duurt één dag, maar de besluitvorming over de begroting gaat daarna nog maanden verder.
Hulp en meer informatie over Prinsjesdag en de rijksbegroting
Meer informatie over Prinsjesdag, de Rijksbegroting en de werking van het parlement is bij verschillende organisaties te vinden. Ook de Prinsjesdagpagina van het ministerie van Financiën bundelt informatie over de Miljoenennota, Rijksbegroting, troonrede en het begrotingsproces.
- Rijksoverheid informatienummer: rijksoverheid.nl/contact, tel: 1400. Hier is algemene informatie te vinden over wet- en regelgeving, Prinsjesdag en de begroting.
- Tweede Kamer der Staten-Generaal: tweedekamer.nl/contact, tel: 070-318 2211. Dit contactpunt is bedoeld voor vragen over de parlementaire behandeling van de begroting en het debat na de troonrede.
- ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat: prodemos.nl/contact, tel: 070-757 0200. ProDemos geeft uitleg over de werking van de democratie en rechtsstaat in Nederland.
- Nationale ombudsman: rijksoverheid.nl/contactgids/nationale-ombudsman, tel: 0800-335 5555. De Nationale ombudsman behandelt klachten over de manier waarop overheidsinstanties burgers hebben behandeld.
Veelgestelde vragen over Prinsjesdag en de Grondwet
De officiële regels rond Prinsjesdag zijn onder meer terug te vinden bij De Nederlandse Grondwet en in de uitleg van de Rijksoverheid over Prinsjesdag. Hieronder staan de belangrijkste juridische vragen kort op een rij.
Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions
Prinsjesdag Grondwet: die twee woorden horen bij elkaar. Artikel 65 van de Grondwet bepaalt namelijk wat er op de derde dinsdag van september moet gebeuren. Op dinsdag 15 september 2026 is het weer zover. De koninklijke familie rijdt door Den Haag, de koning spreekt de troonrede uit en de minister van Financiën presenteert de nieuwe begroting. Veel aandacht gaat ieder jaar naar de koetsen, hoedjes en andere tradities. Toch draait Prinsjesdag juridisch om iets anders. De regering moet het parlement namelijk vertellen welk beleid zij het komende jaar wil voeren.
In dit artikel van Juristenblog.nl staat de juridische kant van Prinsjesdag Grondwet centraal. Waar komt de derde dinsdag van september eigenlijk vandaan? Welke rol speelt artikel 65 Grondwet? En wat is het verschil tussen de troonrede en de Miljoenennota? Ook de kritiek op de ceremonie komt aan bod. Want terwijl in Den Haag de koetsen rijden, wachten veel huishoudens vooral af wat de kabinetsplannen voor hun inkomen betekenen.
Wat is Prinsjesdag en wanneer valt Prinsjesdag 2026
Prinsjesdag is de dag waarop het kabinet zijn plannen voor het volgende jaar presenteert. De koning leest daarbij de troonrede voor. Normaal gebeurt dat in de Ridderzaal, maar door de verbouwing van het Binnenhof wordt tijdelijk de Koninklijke Schouwburg gebruikt. Daarna gaat de minister van Financiën naar de Tweede Kamer met de Rijksbegroting en de Miljoenennota. De Rijksoverheid bevestigt dat Prinsjesdag 2026 op 15 september plaatsvindt. Die dag begint ook het nieuwe werkjaar van de regering.
De datum staat sinds 1887 vast op de derde dinsdag van september. In 2026 valt die dinsdag op 15 september. De koninklijke familie vertrekt vanaf Paleis Noordeinde en gaat vervolgens naar de plaats van de Verenigde Vergadering. Daar spreekt de koning de troonrede uit. De Eerste en Tweede Kamer zitten tijdens deze bijeenkomst samen in één vergadering.
Prinsjesdag is dus meer dan een traditie die in de loop der jaren is ontstaan. De jaarlijkse bijeenkomst volgt rechtstreeks uit de Grondwet. Artikel 65 verplicht de regering om ieder jaar uitleg te geven over het voorgenomen beleid. Ook de datum en de gezamenlijke vergadering van beide Kamers staan in dat artikel. De koets kan veranderen en de locatie kan tijdelijk worden verplaatst. De juridische basis blijft echter hetzelfde.
De juridische basis van Prinsjesdag in de Grondwet
De koppeling tussen Prinsjesdag en de Grondwet staat dus letterlijk in artikel 65 van de Grondwet. Vooral het woord “jaarlijks” is belangrijk. Het kabinet kan niet besluiten een jaar over te slaan omdat een formele bijeenkomst niet goed uitkomt. Bovendien moet de uiteenzetting plaatsvinden in een verenigde vergadering. De Eerste en Tweede Kamer komen dan samen.
Daarmee krijgt Prinsjesdag een duidelijke juridische basis. De Grondwet schrijft overigens niet voor hoe uitgebreid de ceremonie moet zijn. Nergens staat dat een koets door Den Haag moet rijden of dat er een balkonmoment moet plaatsvinden. Artikel 65 gaat in de kern maar over één verplichting: de regering moet jaarlijks haar voorgenomen beleid uiteenzetten. Dat onderscheid is belangrijk in discussies over de toekomst van Prinsjesdag Grondwet.
Wie is inhoudelijk verantwoordelijk voor de troonrede
De koning leest de troonrede voor, maar bepaalt de inhoud niet zelf. De tekst komt vanuit het kabinet. De minister-president legt de voorlopige tekst eind augustus voor aan de ministerraad en bespreekt deze ook met de koning. Tijdens de laatste ministerraad voor Prinsjesdag wordt de tekst definitief vastgesteld. Ook de uitleg van het Koninklijk Huis over de troonrede maakt duidelijk dat de regering daarin haar plannen voor het komende jaar bekendmaakt.
Politieke verantwoordelijkheid voor de troonrede ligt daarom bij het kabinet. De koning spreekt de woorden uit, maar hoeft zich daarover niet tegenover de Tweede Kamer te verantwoorden. Ministers moeten dat wel. Als de koning verhinderd is, kan bovendien iemand anders de troonrede namens hem uitspreken. Artikel 65 houdt daar uitdrukkelijk rekening mee. De tekst blijft dus een verklaring van de regering en is geen persoonlijke boodschap van de koning.
De relatie met artikel 105: de begroting
Na de troonrede volgt het financiële deel van Prinsjesdag. De minister van Financiën biedt de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. De grondslag daarvoor staat niet in artikel 65, maar in artikel 105 van de Grondwet. Daarin staat dat de begroting van de inkomsten en uitgaven van het Rijk bij wet wordt vastgesteld. Opvallend is dat artikel 105 ook rechtstreeks verwijst naar het moment uit artikel 65.
Dat verschil is belangrijk. Artikel 65 Grondwet gaat over de uiteenzetting van het regeringsbeleid. Artikel 105 gaat over de begroting en het budgetrecht van het parlement. Het kabinet kan de financiële plannen bovendien niet simpelweg zelf invoeren. De begrotingswetten moeten eerst door het parlement. De troonrede en Miljoenennota horen op Prinsjesdag dus bij elkaar, maar juridisch hebben ze ieder een eigen functie.
De geschiedenis van Prinsjesdag: van 1814 tot nu
Prinsjesdag bestaat al veel langer dan de huidige tekst van artikel 65. Sinds 1814 vindt rond de opening van het parlementaire werkjaar een plechtigheid plaats waarbij een troonrede wordt uitgesproken. De datum lag toen nog niet in september. Volgens het overzicht over de geschiedenis van Prinsjesdag van de Rijksoverheid viel de dag aanvankelijk op de eerste maandag van november. Later werd dat de derde maandag van oktober.
In 1848 werd Prinsjesdag vervroegd naar de derde maandag van september. Daar zat een praktische reden achter. Het parlement had meer tijd nodig om de begrotingsplannen voor 1 januari af te handelen. Bij de grondwetswijziging van 1887 veranderde maandag vervolgens in dinsdag. Kamerleden uit verder gelegen provincies hoefden daardoor niet al op zondag naar Den Haag te reizen. Een praktisch probleem uit de negentiende eeuw bepaalt zo nog altijd op welke dag Prinsjesdag valt.
De twintigste eeuw en de huidige vorm
Vanaf het begin van de twintigste eeuw kreeg Prinsjesdag steeds meer de vorm die tegenwoordig herkenbaar is. De Gouden Koets werd in 1903 voor het eerst op Prinsjesdag gebruikt. Toch was ook toen niet iedere traditie zo vast als soms wordt gedacht. Een uitgebreid historisch overzicht van Parlement.com over de geschiedenis van Prinsjesdag laat zien dat locaties, gebruiken en vervoermiddelen door de jaren heen regelmatig veranderden.
Ook de Grondwet veranderde. Artikel 65 kreeg in 1983 zijn huidige vorm. Daarmee werd de jaarlijkse uiteenzetting van het regeringsbeleid expliciet in de Grondwet vastgelegd. Sinds die grondwetsherziening is de Staten-Generaal bovendien permanent in zitting. Prinsjesdag is daardoor formeel niet meer de opening van een nieuwe zittingsperiode. De dag geldt in de praktijk nog wel als het begin van het nieuwe parlementaire werkjaar.
Ook recent veranderde de uitvoering verschillende keren. Door de coronapandemie vond de ceremonie in 2020 en 2021 plaats in de Grote Kerk in Den Haag. De traditionele rijtoer ging toen niet door. Door de renovatie van het Binnenhof wordt de troonrede momenteel in de Koninklijke Schouwburg gehouden. De locatie en ceremonie kunnen dus veranderen. De regel uit artikel 65 blijft ondertussen gewoon gelden.
Over de herkomst van de naam zelf bestaat weleens verwarring. Historica Carla van Baalen legde in een interview met de Staten-Generaal uit waar de term vandaan komt:
“De term Prinsjesdag werd in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de verjaardagen van de Prinsen van Oranje.” Carla van Baalen, directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Staten-Generaal
De naam Prinsjesdag had oorspronkelijk dus weinig te maken met een troonrede of begroting. De term verwees naar de verjaardagen van prinsen van Oranje. Pas later werd de naam gekoppeld aan de opening van het parlementaire jaar. Die oorspronkelijke betekenis verdween langzaam naar de achtergrond. De naam bleef bestaan, maar kreeg een heel andere functie.
Wat gebeurt er op Prinsjesdag: het programma stap voor stap
Het programma van Prinsjesdag ziet er ieder jaar ongeveer hetzelfde uit. Toch staat een groot deel daarvan niet in de Grondwet. Veel onderdelen zijn gebaseerd op protocol en traditie. De Rijksoverheid beschrijft de ceremonie op Prinsjesdag als een vast programma met onder meer de rijtoer, de troonrede en het aanbieden van de Miljoenennota.
De koninklijke familie vertrekt vanaf Paleis Noordeinde en rijdt vervolgens naar de plaats van de Verenigde Vergadering. Langs de route staan doorgaans veel belangstellenden. Ook Defensie, politie en Koninklijke Marechaussee zijn betrokken bij de uitvoering en beveiliging van de dag. Na de troonrede verschuift de aandacht naar de Tweede Kamer en de financiële plannen van het kabinet.
De rijtoer en de koets
De Gouden Koets was jarenlang misschien wel het bekendste symbool van Prinsjesdag. Toch wordt deze sinds 2016 niet meer gebruikt. Eerst kwam dat door een restauratie. In januari 2022 maakte koning Willem-Alexander vervolgens bekend dat de koets voorlopig niet zou terugkeren. De maatschappelijke discussie over het koloniale paneel op de koets speelde daarbij een belangrijke rol. Ook de NOS berichtte destijds uitgebreid over het besluit rond de Gouden Koets.
De geschiedenis van het rijtuig laat zien dat ook bekende tradities kunnen veranderen. Volgens Het Koninklijk Huis over het gebruik van de Gouden Koets werd deze pas in 1903 voor het eerst gebruikt tijdens Prinsjesdag. Ook daarna reed de koets lang niet ieder jaar. Het gebruik ervan is dus geen grondwettelijke verplichting.
De troonrede en het koffertje van Financiën
Na aankomst spreekt de koning de troonrede uit tijdens de Verenigde Vergadering. Daarna verschuift de aandacht naar de minister van Financiën. Die biedt de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. Volgens de geschiedenis van het Prinsjesdagkoffertje begon deze traditie in 1947. Minister Pieter Lieftinck nam het idee over uit het Verenigd Koninkrijk.
De dag heeft daarmee twee kanten. Aan de ene kant staat het zichtbare ceremonieel met rijtuigen, uniformen en publiek. Aan de andere kant begint een serieus financieel en politiek proces. De Rijksbegroting gaat namelijk direct het parlementaire traject in. Uiteindelijk is dat voor het overheidsbeleid veel belangrijker dan het koffertje waarin de stukken symbolisch worden aangeboden.
Waarom Prinsjesdag bij veel mensen een dubbel gevoel oproept
Prinsjesdag levert ieder jaar een opvallend contrast op. In Den Haag zijn er koetsen, uniformen en ceremoniële kleding. Tegelijkertijd wachten huishoudens op cijfers over belastingen, toeslagen en koopkracht. De financiële gevolgen van het kabinetsbeleid staan uiteindelijk in de Miljoenennota en de afzonderlijke begrotingen. De officiële Prinsjesdagstukken worden door de Rijksoverheid openbaar gemaakt, zodat de plannen en bedragen ook buiten de ceremonie kunnen worden bekeken.
Dat ongemak heeft weinig te maken met artikel 65 zelf. De Grondwet vraagt alleen om een jaarlijkse uiteenzetting van het regeringsbeleid. De uitgebreide ceremonie is daar in de loop van de tijd omheen gegroeid. Toch kunnen die twee in de beeldvorming moeilijk los van elkaar worden gezien. Zeker wanneer de koopkracht onder druk staat, kunnen beelden van staatsie botsen met zorgen over dagelijkse uitgaven.
Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga formuleerde deze kritiek scherp, in een column op Binnenlandsbestuur.nl:
“De troonrede in huidige vorm is echter niet een goede traditie…” Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht, in een column op Binnenlandsbestuur.nl
Wat het gevoel van onrechtvaardigheid met vertrouwen doet
Die kritiek raakt ook aan het vertrouwen in de politiek. Soms ontstaat de indruk dat de plannen op Prinsjesdag al volledig vaststaan. Juridisch en politiek ligt dat anders. Na Prinsjesdag volgen de Algemene Politieke Beschouwingen, de Algemene Financiële Beschouwingen en de behandeling van de afzonderlijke begrotingen. Ook premier Jetten benadrukte tijdens de persconferentie na de ministerraad van 28 augustus 2026 dat het parlementaire proces geen automatische goedkeuring van de kabinetsplannen is en dat wijzigingen mogelijk blijven.
Kamerleden kunnen kritiek leveren, alternatieven voorstellen en proberen meerderheden te vinden voor wijzigingen. Ook moties en amendementen kunnen invloed hebben op de uiteindelijke plannen. Prinsjesdag is daarmee eerder het begin van het politieke debat dan het einde ervan.
Dat debat speelt zich bovendien niet alleen binnen de muren van de Tweede Kamer af. Rond belangrijke politieke vergaderingen vinden regelmatig demonstraties plaats, bijvoorbeeld op het Malieveld. Meer over de juridische grenzen daarvan staat in het artikel van Juristenblog.nl over de grenzen van het demonstratierecht in Nederland. Achter de tradities zit dus een democratisch proces waarin de plannen nog kunnen veranderen.
Kritiek en discussie: is Prinsjesdag nog van deze tijd
De discussie over de vorm van Prinsjesdag keert bijna ieder jaar terug. Voorstanders wijzen op de traditie en herkenbaarheid van de dag. Tegenstanders vinden juist dat de koetsen, kleding en koninklijke ceremonie te veel aandacht krijgen. Daardoor zou de politieke inhoud naar de achtergrond verdwijnen. De discussie rond de Gouden Koets is daar een goed voorbeeld van. Het besluit om de koets voorlopig niet meer te gebruiken laat zien dat ook gevestigde onderdelen van de ceremonie ter discussie kunnen worden gesteld.
Een soberder Prinsjesdag is juridisch goed mogelijk. Zelfs de Grondwet schrijft nauwelijks iets voor over de vorm van de troonrede. Volgens de toelichting van het Koninklijk Huis stelt de Grondwet geen eisen aan de volgorde, lengte of precieze inhoud van de troonrede. De discussie over de ceremonie moet daarom worden gescheiden van de verplichting uit artikel 65.
Vergelijking van de vaste onderdelen
Niet ieder bekend onderdeel van Prinsjesdag heeft dezelfde juridische status. Sommige onderdelen volgen rechtstreeks uit de Grondwet, terwijl andere vooral uit traditie en protocol voortkomen. De tekst van artikel 65 Grondwet noemt bijvoorbeeld wel de troonrede, de derde dinsdag van september en de Verenigde Vergadering. Over een koets, rijtoer of balkonmoment staat niets in het artikel.
| Onderdeel | Grondwettelijke basis | Juridisch karakter |
|---|---|---|
| Troonrede | Artikel 65 Grondwet | Politieke uiteenzetting van kabinetsbeleid, geen wet |
| Rijksbegroting / Miljoenennota | Artikel 105 Grondwet | Wetsvoorstel, behoeft parlementaire goedkeuring |
| Verenigde Vergadering | Artikel 65 en 66 Grondwet | Gezamenlijke zitting Eerste en Tweede Kamer |
| Rijtoer en balkonmoment | Geen grondwetsartikel | Staatsrechtelijk gewoonterecht en protocol |
| Algemene Beschouwingen | Kamerreglement, niet in Grondwet | Inhoudelijk parlementair debat over troonrede en begroting |
De tabel laat vooral zien dat veel bekende onderdelen niet in de Grondwet staan. De rijtoer en het balkonmoment kunnen worden aangepast zonder grondwetswijziging. Voor artikel 65 ligt dat anders. Een wijziging van die bepaling moet via de zware procedure voor een grondwetswijziging.
Dat onderscheid is belangrijk bij kritiek op Prinsjesdag. Wie de koets wil afschaffen, hoeft niet automatisch tegen Prinsjesdag zelf te zijn. Andersom hoeft het behoud van artikel 65 ook niet te betekenen dat de huidige ceremonie altijd hetzelfde moet blijven. Bij Prinsjesdag Grondwet kunnen vorm en juridische basis dus los van elkaar worden bekeken.
Wat de troonrede en Miljoenennota concreet betekenen
Voor de meeste mensen is uiteindelijk vooral belangrijk wat er in de plannen staat. De Miljoenennota geeft inzicht in de inkomsten en uitgaven van de overheid en in de financiële gevolgen van het kabinetsbeleid. Daarnaast verschijnen de afzonderlijke begrotingen van de ministeries. Op de website van de Rijksoverheid staan de Miljoenennota, het Belastingplan en alle begrotingsstukken bij elkaar.
Daarbij werken veel verschillende bewindspersonen aan de plannen. Niet alleen ministers, maar ook staatssecretarissen zijn verantwoordelijk voor delen van het beleid. Meer daarover staat in het artikel over de taken en bevoegdheden van een staatssecretaris. De minister van Financiën presenteert de stukken op Prinsjesdag, maar de inhoud komt uit het hele kabinet.
Belangrijk is bovendien dat de plannen op Prinsjesdag nog niet definitief zijn. De Tweede Kamer behandelt de begrotingen daarna. Kamerleden kunnen wijzigingen voorstellen en stemmen uiteindelijk over de begrotingswetten. De politieke onderhandelingen gaan daarom ook na Prinsjesdag door. Dat bleek eind augustus 2026 opnieuw uit de uitleg van het kabinet over de begrotingsbehandeling.
Prinsjesdag is daarom vooral een startpunt. Op de derde dinsdag van september legt het kabinet zijn plannen op tafel. Daarna begint het politieke debat. Voor een goed begrip van Prinsjesdag Grondwet is juist dat verschil belangrijk. De ceremonie duurt één dag, maar de besluitvorming over de begroting gaat daarna nog maanden verder.
Hulp en meer informatie over Prinsjesdag en de rijksbegroting
Meer informatie over Prinsjesdag, de Rijksbegroting en de werking van het parlement is bij verschillende organisaties te vinden. Ook de Prinsjesdagpagina van het ministerie van Financiën bundelt informatie over de Miljoenennota, Rijksbegroting, troonrede en het begrotingsproces.
- Rijksoverheid informatienummer: rijksoverheid.nl/contact, tel: 1400. Hier is algemene informatie te vinden over wet- en regelgeving, Prinsjesdag en de begroting.
- Tweede Kamer der Staten-Generaal: tweedekamer.nl/contact, tel: 070-318 2211. Dit contactpunt is bedoeld voor vragen over de parlementaire behandeling van de begroting en het debat na de troonrede.
- ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat: prodemos.nl/contact, tel: 070-757 0200. ProDemos geeft uitleg over de werking van de democratie en rechtsstaat in Nederland.
- Nationale ombudsman: rijksoverheid.nl/contactgids/nationale-ombudsman, tel: 0800-335 5555. De Nationale ombudsman behandelt klachten over de manier waarop overheidsinstanties burgers hebben behandeld.
Veelgestelde vragen over Prinsjesdag en de Grondwet
De officiële regels rond Prinsjesdag zijn onder meer terug te vinden bij De Nederlandse Grondwet en in de uitleg van de Rijksoverheid over Prinsjesdag. Hieronder staan de belangrijkste juridische vragen kort op een rij.
Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions
Over Juristenblog.nl
Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.
Gerelateerde berichten
Schrijf je in & Blijf op de hoogte
Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.
We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.






