In Nederland geldt de AVG als een van de strengste privacywetten ter wereld. Maar wie beschermt die wet eigenlijk? Slachtoffers van misdrijven, stalking en seksueel misbruik stellen die vraag steeds vaker, omdat zij ervaren dat de privacy van daders herhaaldelijk zwaarder lijkt te wegen dan hun eigen recht op veiligheid. Dit artikel van Juristenblog.nl onderzoekt wanneer en hoe dat mechanisme optreedt, welke concrete zaken illustreren wat er mis kan gaan, en waarom dit zo onrechtvaardig voelt.

Privacy van daders: wat zegt de wet?

De spanning tussen privacy en veiligheid is geen bijzaak van het Nederlandse rechtssysteem, maar een structurele uitdaging die in de wet zelf verankerd is. Artikel 10 van de Grondwet beschermt de persoonlijke levenssfeer van iedere burger, verdachten en veroordeelden inbegrepen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geeft daar op Europees niveau uitwerking aan. Die bescherming is principieel en rechtsstatelijk noodzakelijk. Zonder haar zou willekeur in vervolging en straf de norm kunnen worden.

Maar diezelfde bescherming heeft een keerzijde. Wanneer instanties cruciale informatie over een verdachte of veroordeelde niet mogen delen vanwege privacywetgeving, kunnen nieuwe slachtoffers worden gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden. Dat is niet een theoretisch risico: het is in Nederland herhaaldelijk werkelijkheid geworden.

Definitie: wat is de AVG?
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in het Engels de General Data Protection Regulation (GDPR), is een Europese verordening die sinds 25 mei 2018 in Nederland van kracht is. De AVG regelt hoe organisaties persoonsgegevens mogen verwerken, opslaan en delen. Organisaties, waaronder politie, zorginstellingen en werkgevers, zijn gebonden aan strikte regels over welke gegevens zij mogen uitwisselen. Overtreding kan leiden tot hoge boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Onderzoek van het WODC naar de privacy van slachtoffers in het strafproces legt een fundamentele ongelijkheid bloot: er is in Nederland veel aandacht voor de privacybescherming van de verdachte, maar relatief weinig voor die van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt soms nog steeds “vergeten”. Tegelijkertijd mogen instellingen de gegevens van een verdachte of veroordeelde niet zomaar delen, ook als dat nodig zou zijn om anderen te waarschuwen.

Het VOG-systeem en zijn blinde vlekken

Een centraal instrument in de Nederlandse veiligheidsketen is de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Iemand die in aanmerking wil komen voor werk met kwetsbare groepen, zoals kinderen of ouderen, moet een geldige VOG kunnen overleggen. Het systeem werkt in theorie: wie veroordeeld is, kan geen VOG krijgen voor dat type werk. Maar er is een kritische blinde vlek.

Zolang iemand niet strafrechtelijk is vervolgd of veroordeeld, blijft zijn VOG geldig, ook wanneer er aantoonbaar sprake was van grensoverschrijdend gedrag. Meldingen, schorsingen en ontslagen zonder rechterlijke uitspraak registreert het VOG-systeem niet, het systeem dat werkgevers bij een aanvraag raadplegen. Dit is een van de meest concrete manieren waarop de privacy van daders in de praktijk nieuwe slachtoffers mogelijk maakt. Daders kunnen hierdoor gewoon doorwerken bij een andere werkgever, terwijl die nieuwe werkgever van niets weet.

Zaken waarbij privacy van daders bescherming bood

De volgende zaken illustreren hoe de privacybescherming van verdachten en daders in de praktijk heeft geleid tot nieuwe slachtoffers of ernstige tekortkomingen in de bescherming van bestaande slachtoffers. De tabel geeft per zaak een beknopt overzicht. Verderop licht dit artikel elke zaak uitgebreid toe, met context over hoe de privacywetgeving precies een rol speelde en welke consequenties dat had.

Zaak Probleem Gevolg
Jan B. (2025/2026) Ontslag kinderdagverblijf niet te delen met nieuwe werkgevers Maandenlang werkzaam bij meerdere crèches, tot zeker 33+ slachtoffers
Robert M. (2010/2011) Buitenlandse veroordeling niet zichtbaar in VOG-systeem Misbruik van ruim 80 kinderen op meerdere kinderdagverblijven
Hardenberg (2024/2025) Signalen niet gedeeld tussen instanties (privacywet) Vrouw vermoord ondanks eerder politiecontact en huis- en contactverbod
Clare Wood (basis Clare’s Law) Politie mocht geweldshistorie partner niet delen Clare vermoord door ex met bekende geweldshistorie; aanleiding voor wetgeving
Strafdossier bevat adresgegevens slachtoffer Adres slachtoffer automatisch bij verdachte beschikbaar via dossier Secundaire victimisatie, intimidatie, vlucht noodzakelijk
Huisverbod plegers vrij inzichtelijk Huisverbodverslag opvraagbaar door pleger zelf Informatieoverdracht bemoeilijkt, veiligheid slachtoffer en kinderen in gevaar
Recidiverende stalker Geen strafrechtelijk register van gedrag zonder veroordeling Stalker kan nieuwe relatie beginnen zonder waarschuwing
Recht op vergetelheid dader Art. 17 AVG: veroordeelde kan verwijdering van naam uit media eisen Slachtoffers en samenleving hebben geen toegang meer tot publieke feiten

Jan B. en de gebroken veiligheidsketen (2025/2026)

Een van de meest schrijnende recente voorbeelden is de zaak rond Jan B., een 66-jarige invalkracht die jarenlang actief was in de kinderopvang. Uit onderzoek van Het Misdaadbureau bleek dat hij al eerder bij kinderopvang Eigen&Wijzer in Huizen op non-actief was gesteld wegens grensoverschrijdend gedrag, nadat in april en juni 2025 twee afzonderlijke meldingen waren binnengekomen. Na de eerste melding mocht Jan B. na een gesprek nog terugkeren op de werkvloer. Pas na de tweede melding beëindigde de opvang zijn contract.

De opvang volgde alle protocollen: medewerkers doorliepen de meldcodes en gaven signalen door aan de politie. De instanties achtten de basis echter onvoldoende voor strafrechtelijk onderzoek en vervolgden Jan B. niet.

Het systeem dat Jan B. beschermde

Dat is precies waar het systeem vastloopt. Doordat er geen rechterlijke uitspraak volgde, behield Jan B. zijn geldige Verklaring Omtrent Gedrag. Strenge privacyregels verbieden werkgevers om elkaar te waarschuwen zonder rechterlijk oordeel. Zo kon hij maandenlang bij meerdere andere kinderdagverblijven aan de slag. Nieuwe werkgevers hadden geen enkele manier om te weten wat er bij zijn vorige werkgever was voorgevallen.

Een moeder die haar zoontje op de BSO in Huizen had, had al eerder aan de bel getrokken. Zij vertelde aan Het Misdaadbureau hoe zij het gedrag van Jan B. had aangekaart, maar uiteindelijk niets meer hoorde:

“Ik heb echt gezegd: ‘Ik wil dit niet wat ik nu zie.'”
Moeder van een kind dat op de BSO in Huizen zat, tegenover Het Misdaadbureau

Ze liet weten dat Jan B. daarna bij de organisatie vertrok, maar dat haar gevoel bleef knagen:

“Deze meneer ging weg bij deze organisatie en ook achteraf heb ik er weer achteraan gemaild met: ‘Ik heb er toch een gek gevoel bij. Moeten wij als ouders iets weten?’ Dan komt het nieuws twee weken geleden naar buiten. Dan vallen de puzzelstukjes in elkaar, maar stort je wereld ook in.”
Moeder van een kind dat op de BSO in Huizen zat, tegenover Het Misdaadbureau

In november 2025 hield de politie Jan B. aan op verdenking van poging tot verkrachting van een 2-jarig meisje op een kinderdagverblijf in Amsterdam. Op zijn computer troffen rechercheurs kinderporno aan, evenals zelfgemaakte naaktfoto’s van een baby en een 3-jarig jongetje. Het totale aantal vermoedelijke slachtoffers liep uiteindelijk op tot meer dan 33, mede doordat na publiciteit tientallen nieuwe meldingen binnenkwamen. Politici reageerden geschokt. VVD-kamerlid Ulysse Ellian stelde de werking van het VOG-systeem ter discussie:

“Ik ben verdrietig en boos tegelijk. De bedoeling van signalen melden is dat zulke verschrikkelijke dingen kunnen worden voorkomen. Het VOG-systeem is bedacht om juist dit te voorkomen; dat werkt hier dus kennelijk niet. Privacy moeten we respecteren, maar het moet niet ten voordele van kwaadwillende criminelen uitvallen.”
VVD-kamerlid Ulysse Ellian, tegenover Het Misdaadbureau

De directie van Eigen&Wijzer pleitte na de zaak voor een waarschuwingssysteem of een BIG-register-achtige constructie voor de sector. BOink, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang, deed eenzelfde oproep. Het CDA kondigde Kamervragen aan. Het debat dat volgde was echter bijna identiek aan het debat dat al in 2010 was gevoerd, na de zaak Robert M.

Robert M. en de buitenlandse veroordeling (2010/2011)

De zaak Jan B. is niet de eerste keer dat het VOG-systeem faalt. Al ruim een decennium eerder toonde de Amsterdamse zedenzaak rond Robert M. een vergelijkbare structurele tekortkoming: de VOG kijkt uitsluitend naar veroordelingen in Nederland. Robert M. was in Duitsland al eens veroordeeld voor het bezit en verspreiden van kinderporno, maar dat gegeven was voor het Nederlandse systeem volstrekt onzichtbaar. Zijn Nederlandse VOG was daarmee geldig, en hij kon aan het werk in de kinderopvang.

Hij misbruikte vervolgens ruim 80 kinderen op meerdere kinderdagverblijven in Amsterdam, soms nog baby’s. De zaak kwam pas in 2010 aan het licht nadat Amerikaanse onderzoekers beeldmateriaal vonden dat zij naar Nederland herleidde. Interpol hielp bij de identificatie. Bij de aanhouding van Robert M. troffen rechercheurs op zijn computers gecodeerd materiaal aan met geavanceerde versleuteling. Een eerdere melding van een ouder uit 2008 over zijn gedrag had destijds al niet geleid tot een aangifte.

De directeur van Het Hofnarretje, het kinderdagverblijf waar Robert M. het langst werkte, raakte eveneens in opspraak. Wat later bleek: hij was in 1995 zelf ontslagen bij een ander kinderdagverblijf na een aangifte wegens misbruik van twee kinderen, maar was destijds niet vervolgd. Die informatie was nergens geregistreerd en had geen belemmering gevormd voor zijn latere positie als directeur.

Na de zaak volgden parlementaire debatten over een Europees register voor zedendelinquenten. Concreet resultaat bleef echter beperkt, zoals de zaak Jan B. vijftien jaar later zou bewijzen.

Hardenberg: signalen die niet mochten worden gedeeld

De zaak uit Hardenberg wordt door experts en politici regelmatig aangehaald als een van de meest tragische illustraties van wat er misgaat wanneer instanties hun informatie niet met elkaar kunnen delen. Het slachtoffer had al geruime tijd te maken met een gewelddadige ex-partner. Er waren eerder meldingen gedaan, er lag een huis- en contactverbod, en toch wist de man haar te bereiken.

Vlak voor haar dood nam zij nog contact op met de politie om de schending van het verbod te melden. De politie greep niet in. Enkele weken later vermoordde haar ex-partner haar.

Het probleem zat niet in onwil, maar in structuur. Politie, hulpverlening en Veilig Thuis werkten vanuit afzonderlijke systemen, met afzonderlijke dossiers en afzonderlijke privacyregels. De AVG en de interne silo’s maakten het in de praktijk moeilijk om een volledig risicoprofiel op te stellen van de man die haar bedreigde. Informatie die bij de ene instantie bekend was, bereikte de andere niet tijdig.

Het patroon van geweld dat zich over maanden had opgebouwd, was daardoor voor geen enkele instantie in zijn geheel zichtbaar. Een VVD-woordvoerder verwoordde de frustratie van slachtoffers in een Kamerdebat in 2025 over femicide en informatiedeling:

“Slachtoffers zeggen: ‘Nadat ik mijn verhaal bij de politie en bij Veilig Thuis heb gedaan, zit ik nu weer ergens en moet ik nu al voor de derde keer mijn verhaal doen.’ Als wij daar vragen over stellen aan het kabinet, wijst het kabinet op de privacywetgeving, waardoor het ingewikkeld is om gegevens te delen.”
VVD-woordvoerder, Kamerdebat 2025 over femicide en informatiedeling

De gevolgen van informatiesilo’s

Het OM eiste veertien jaar cel en tbs tegen de verdachte. De zaak leidde tot felle discussies over de effectiviteit van huisverboden en de verantwoordelijkheid van hulpdiensten. Critici stelden dat instanties de tragische afloop hadden kunnen voorkomen als zij sneller en vrijer informatie hadden mogen uitwisselen. Voorstanders van striktere privacyregels wezen erop dat ook het omgekeerde risico bestaat: als informatie te vrij circuleert, kunnen daders daar misbruik van maken om de verblijfplaats van hun slachtoffer te achterhalen. In die discussie staat de privacy van daders dus niet alleen tegenover veiligheid, maar soms ook tegenover de veiligheid van datzelfde slachtoffer.

Clare’s Law: het recht om te weten bestaat hier niet

Clare Wood was 36 jaar oud toen haar ex-vriend George Appleton haar in 2009 vermoordde in het Britse Salford. Wat Clare niet wist: Appleton had een uitgebreid politieverleden met geweld tegen vrouwen. De Britse politie kende dat verleden, maar mocht het niet met haar delen.

Na haar dood drong haar vader, Michael Brown, er jarenlang op aan dat dit moest veranderen. In 2014 resulteerde dat in Clare’s Law. Die wet geeft burgers twee rechten: het recht te vragen of een partner een gewelddadig verleden heeft, en het recht dat de politie proactief waarschuwt wanneer zij weet dat iemand gevaar loopt.

In Nederland bestaat geen vergelijkbaar instrument. Burgers kunnen bij de politie geen informatie opvragen over het geweldsverleden van een partner. De politie mag dat ook niet uit eigen beweging delen, zelfs wanneer zij beschikt over relevante informatie die iemand in gevaar kan brengen. De AVG en de Wet politiegegevens stellen strikte eisen aan het uitwisselen van persoonsgegevens, ook wanneer veiligheid in het geding is. Minister Van Weel sprak zich in mei 2026 tegenover de NOS uit voor invoering van een Nederlandse variant:

“Ik denk dat die wet meerwaarde heeft. Elke kans om een vrouw te beschermen tegen een gewelddadige partner, moeten we grijpen. En we zien vaak dat als mensen in één relatie geweld gebruiken, ze dat vaker doen.”
Minister Van Weel, NOS, mei 2026

Nederland loopt achter

De Tweede Kamer nam in mei 2025 een motie aan om te onderzoeken onder welke voorwaarden een Nederlandse variant van Clare’s Law haalbaar is. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt samen met hulporganisaties en universiteiten aan een verkenning en publiceert het beleidsrapport naar verwachting in 2026. Juristen wijzen op het spanningsveld: de privacybescherming van de (ex-)dader en het veiligheidsrecht van het potentiële slachtoffer staan hier rechtstreeks tegenover elkaar. In die afweging heeft Nederland tot nu toe structureel gekozen voor de eerste. Dat ging ten koste van de tweede.

Adresgegevens in het strafdossier: de dader weet waar je woont

Tot 1 juli 2025 stonden de adresgegevens van slachtoffers standaard opgenomen in strafdossiers. Dat betekende dat een verdachte via zijn advocaat en de inzage in het dossier toegang had tot het woonadres van de persoon die aangifte tegen hem had gedaan. Dit gold ook voor slachtoffers van stalking, bedreiging en huiselijk geweld: mensen die al vreesden voor hun veiligheid, zagen hun adres op een presenteerblaadje bij de man of vrouw liggen die hen bedreigde.

Uit onderzoek van het NSCR bleek dat slachtoffers hier doorgaans niet van op de hoogte waren. De politie informeerde hen lang niet altijd over de mogelijkheid om anoniem te blijven of domiciliekeuze aan te vragen. Op het moment dat slachtoffers ontdekten dat hun adres in het dossier stond, was het al te laat om dat terug te draaien.

Gevolgen liepen uiteen van hernieuwde angst en intimidatie tot gedwongen verhuizing. Een deel van de slachtoffers trok daarop hun aangifte in, of deed in de toekomst geen aangifte meer. De misdaad bleef daardoor onzichtbaar voor het systeem, terwijl de dader zijn gang kon gaan. Een onderzoek naar de privacy van slachtoffers in het strafproces, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, stelde dit onomwonden vast:

“Er is veel aandacht voor privacybescherming van de verdachte voor zover het zijn naam en zijn beeltenissen betreft. Die is er relatief minder voor die van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt in bepaalde situaties nog steeds soms ‘vergeten’.”
Onderzoek naar de privacy van slachtoffers in het strafproces, ministerie van Veiligheid en Justitie

De wet verandert: het witte balkje

Per 1 juli 2025 trad nieuw beleid in werking op basis van een besluit in het Staatsblad: justitie mag acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers, waaronder woonadres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN, niet meer automatisch in strafdossiers opnemen. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap, na een jarenlange lobby onder de naam “Het Witte Balkje”.

De naam verwees naar het verschil in behandeling: verdachten krijgen al decennia lang een zwart balkje over hun naam in de media, ter bescherming van hun privacy. Slachtoffers hadden dat equivalent nooit gehad, terwijl hun gegevens wel beschikbaar waren voor de mensen die hen schade hadden berokkend.

Huisverbodverslagen: de pleger mag meelezen

Een tijdelijk huisverbod is een van de meest ingrijpende beschermingsmaatregelen die de Nederlandse wet kent voor slachtoffers van huiselijk geweld. De rechter verplicht de pleger voor maximaal tien dagen, later verlengbaar tot vier weken, de woning te verlaten. Hulpverleners stellen in die periode een verslag op van de situatie: wat er is voorgevallen, hoe de kinderen erbij staan, welke risico’s er zijn. Dat verslag is bedoeld als basis voor verdere hulpverlening en risicobeoordeling.

Maar er is een probleem. Uit een aanpakplan van Blijf Groep uit 2025 blijkt dat alle betrokkenen bij een huisverbod het verslag mogen opvragen, de pleger inbegrepen. Dat is juridisch consistent: de pleger is ook een betrokkene in de zin van de AVG en heeft daarmee recht op inzage in zijn eigen dossier.

Maar in de praktijk betekent dit dat gedetailleerde informatie over de verblijfplaats van het slachtoffer, de situatie van de kinderen en de inhoud van gesprekken met hulpverleners, bij de pleger terecht kan komen. Hulpverleners houden daarmee rekening: zij schrijven verslagen bewust minder gedetailleerd, om te voorkomen dat kwetsbare informatie in verkeerde handen valt. Dat beperkt echter ook de bruikbaarheid van die verslagen voor andere instanties. Het aanpakplan van Blijf Groep voor kinderen van femicideslachtoffers (2025) is op dit punt onomwonden:

“Privacy en informatiedeling mogen de veiligheid van kinderen niet in gevaar brengen. We zien dat dit soms wel het geval is. Het is van belang dat hulpverleners meer handvatten en heldere juridische instructies krijgen, zodat zij de AVG beter begrijpen en de ruimte benutten om informatie AVG-conform te delen.”
Aanpakplan kinderen van femicideslachtoffers en femicide-overlevers, Blijf Groep (2025)

Kinderen als slachtoffer van informatieafscherming

Hetzelfde rapport stelt dat gecertificeerde instellingen na femicide niet standaard op de hoogte worden gehouden van het strafrechtelijke onderzoek, vanwege de privacy van de dader. Kinderen die hun moeder zijn verloren door toedoen van hun vader, kunnen daardoor in een situatie terechtkomen waarbij hulpverleners niet tijdig weten wat er strafrechtelijk speelt of wat het risicoprofiel van de vader is. De wet beschermt ook in dit geval de dader, terwijl de kinderen de prijs betalen.

Het recht op vergetelheid van veroordeelde daders

Artikel 17 van de AVG verankert het recht op gegevenswissing, in de volksmond beter bekend als het recht op vergetelheid. Iedere burger kan verzoeken dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd wanneer er geen geldige reden meer bestaat voor de verwerking ervan. In de praktijk wordt dit recht het vaakst ingeroepen richting zoekmachines: iemand wil dat een bepaalde zoekresultaten bij zijn naam verdwijnt. Google en andere zoekmachines zijn verplicht dergelijke verzoeken in behandeling te nemen en per geval een afweging te maken.

Definitie: wat is het recht op vergetelheid?
Het recht op vergetelheid, vastgelegd in artikel 17 van de AVG, geeft burgers het recht te verzoeken dat hun persoonsgegevens worden verwijderd wanneer er geen geldige reden meer is voor verwerking. In de praktijk wordt het vooral ingezet om zoekresultaten van zoekmachines te laten verwijderen. Veroordeelde daders hebben dit recht in principe ook, hoewel rechters per zaak een belangenafweging maken tussen privacybelang en het publieke belang van de informatie.

Dat recht geldt ook voor veroordeelde daders. Na het uitzitten van hun straf, of soms al eerder, kunnen zij verzoeken dat nieuwsberichten over hun misdaad en veroordeling niet langer vindbaar zijn via hun naam. In meerdere Europese gevallen is dat verzoek gehonoreerd, ook bij ernstige misdrijven.

De rechter weegt het privacybelang van de betrokkene af tegen het publieke belang van de informatie: hoe lang geleden is het delict? Vormt de persoon nog steeds een gevaar? Is hij een publiek figuur? Bij gewone burgers, lang geleden, met een schone lei, kan de balans doorslaan naar verwijdering.

Een instrument dat alleen de dader toekomt

Voor slachtoffers en nabestaanden is dit moeilijk te verteren. Niet alleen maakte iemand hen slachtoffer van een ernstig misdrijf, maar de dader kan ook de publieke herinnering aan dat misdrijf op verzoek laten uitwissen. Wat voor de dader een frisse start is, is voor het slachtoffer een ontkenning van wat hen is aangedaan.

De wet biedt hun geen vergelijkbaar instrument: slachtoffers kunnen niet verzoeken dat hun eigen trauma uit de zoekresultaten verdwijnt, terwijl de naam van de dader prominent zichtbaar blijft. De asymmetrie is volledig. De juridische afweging die bij elk verzoek om vergetelheid moet worden gemaakt, omschrijft het juridische kader rondom het Costeja-arrest als volgt:

“Het recht om vergeten te worden komt in conflict met twee fundamentele rechten: het recht op privacy en het recht op vrijheid van informatie. Daarom wordt bij ieder verzoek altijd gelet op de juistheid en de relevantie van de informatie en het belang van de privacy van de betreffende persoon, afgewogen tegen het publieke belang.”
Toelichting op het recht op vergetelheid in de Europese rechtspraktijk (Costeja-arrest)

Recidiverende stalkers en het ontbrekende register

Stalking is in Nederland strafbaar via artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. De wet spreekt van “belaging”: het stelselmatig inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer met als gevolg dat het slachtoffer vreest voor zijn of haar veiligheid. De maximumstraf bedraagt drie jaar gevangenisstraf. In de praktijk worden stalkers echter lang niet altijd vervolgd, zeker niet bij eerste meldingen. Aangifte leidt regelmatig tot sepot wegens onvoldoende bewijs, of tot een lage prioritering binnen een overbelaste strafrechtketen.

Het ontbreken van een veroordeling heeft directe gevolgen voor de informatiedeling. Een stalker die bij de politie bekend is wegens meerdere meldingen, maar nooit strafrechtelijk is vervolgd, verschijnt niet in het systeem dat een volgende werkgever of hulpverlener kan raadplegen. Hij kan een nieuwe relatie beginnen, in een andere stad gaan wonen of in een andere beroepsomgeving terechtkomen, zonder dat iemand weet wat er aan de hand is.

Zijn slachtoffer wisselen is, juridisch gezien, een effectieve strategie om aan het beeld te ontsnappen. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen constateerde in het rapport ‘Gewogen risico’ een fundamenteel communicatieprobleem binnen de strafrechtketen:

“Over het recidiverisico van zedendelinquenten wordt niet adequaat gecommuniceerd in het strafproces. Gedragsdeskundigen, reclasseringswerkers, officieren van justitie en rechters kennen aan de term ‘gemiddeld risico’ een andere kans op recidive toe.”
Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, rapport ‘Gewogen risico’

Geen zicht op herhaling

Dat gebrek aan gedeelde taal maakt het ook moeilijk om risico’s tijdig te signaleren. Een slachtoffer dat bij de politie melding maakt van stalking door een ex-partner, heeft geen toegang tot eerdere meldingen van andere slachtoffers over dezelfde persoon, ook als die er zijn. De privacybescherming van de stalker staat daar rechtstreeks aan in de weg. Pas wanneer een rechter een uitspraak doet, wordt gedrag juridisch geregistreerd. Tot dat moment heeft de potentiële dader meer informatiebescherming dan het slachtoffer veiligheidsgaranties.

Waarom voelt dit zo onrechtvaardig? Een maatschappelijke en persoonlijke beschouwing

Er bestaat een diepe morele kloof tussen hoe de wet werkt en hoe slachtoffers de werking van die wet ervaren. Die kloof is niet slechts een kwestie van wet- en regelgeving. Ze raakt aan fundamentele opvattingen over rechtvaardigheid, menselijkheid en de vraag wie de samenleving werkelijk wil beschermen.

Voor een slachtoffer van huiselijk geweld, stalking of seksueel misbruik begint de schade niet bij de aanval zelf. De schade begint vaak al wanneer hij of zij voor de keuze staat om aangifte te doen. Die keuze wordt bemoeilijkt door de wetenschap dat het woonadres in het strafdossier kan belanden, beschikbaar voor de man of vrouw die het leven al onveilig heeft gemaakt. De wet beschermt de verdachte, ook al weet het slachtoffer als geen ander wat er is gebeurd.

Slachtoffers die bij meerdere instanties hulp zoeken, zijn verplicht hun verhaal steeds opnieuw te vertellen. Politie, Veilig Thuis, hulpverlening: elk heeft zijn eigen dossier, zijn eigen systeem, zijn eigen privacyregels. Gegevens mogen niet zomaar worden doorgegeven, ook niet wanneer dat de veiligheid ten goede zou komen. De slachtoffers betalen de prijs van die afscherming. De dader profiteert ervan. Een VVD-woordvoerder verwoordde dit gevoel in een Kamerdebat in 2025 over femicide en informatiedeling scherp:

“Slachtoffers zeggen: ‘Nadat ik mijn verhaal bij de politie en bij Veilig Thuis heb gedaan, zit ik nu weer ergens en moet ik nu al voor de derde keer mijn verhaal doen.’ Als wij daar vragen over stellen aan het kabinet, wijst het kabinet op de privacywetgeving, waardoor het ingewikkeld is om gegevens te delen. De VVD is van mening dat uiteindelijk de veiligheid van vrouwen altijd voor de privacy van een dader moet gaan.”
VVD-woordvoerder, Kamerdebat 2025 over femicide en informatiedeling

Dat gevoel van onrechtvaardigheid is op persoonlijk niveau nauwelijks te overschatten. Een vrouw die vlucht voor een gewelddadige partner, moet haar verhaal opnieuw vertellen bij elke nieuwe instantie, terwijl de man die haar bedreigt gewoon kan doorgaan met zijn leven.

Een ouder die zijn kind ziet lijden na seksueel misbruik op een kinderdagverblijf, hoort dat de medewerker al eerder was ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag, maar dat dit niet gedeeld mocht worden. En een nabestaande die rouwt om een vermoorde dochter, ziet hoe berichten over de moordenaar op zijn verzoek uit Google kunnen worden verwijderd.

Het maatschappelijke effect van juridische bescherming

Op maatschappelijk niveau werkt dit mechanisme verstikkend. Slachtoffers leren dat het systeem niet voor hen gebouwd is. Dat ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat, niet als abstracte institutie, maar als concrete beschermstructuur in het dagelijks leven. Wanneer mensen stoppen met aangifte doen omdat ze weten dat hun adres bij de verdachte terechtkomt, dan faalt de preventieve functie van het rechtssysteem. Wanneer werkgevers geen waarschuwingssignalen kunnen ontvangen omdat de wet dat verbiedt, maakt de dader nieuwe slachtoffers die vermijdbaar waren geweest. De privacy van daders weegt in al deze gevallen zwaarder dan de veiligheid van de mensen om hen heen.

De symbolische dimensie: wie herschrijft de geschiedenis?

Er is ook een symbolische dimensie die zwaar weegt. Een dader die via de rechter zijn naam uit het publieke domein kan laten wissen, heeft de macht om de geschiedenis te herschrijven. Het slachtoffer blijft echter leven met de gevolgen: het trauma, de angst, de schaamte en soms de blijvende lichamelijke schade.

De wet geeft de dader instrumenten die het slachtoffer onthoudt. Dat is geen technische fout in de wetstekst. Het is een uitdrukking van een diepere keuze in de manier waarop het recht is opgebouwd. Die keuze is primair gericht op het voorkomen van staatsmacht over het individu, en in mindere mate op het beschermen van het ene individu tegen het andere.

Een fundament dat aanvulling verdient

Dat rechtstatelijke fundament is waardevol en moet niet worden weggegooid. Maar het vraagt om aanvulling. De bescherming van de verdachte is een verworvenheid van de rechtsstaat. De bescherming van het slachtoffer is een morele opdracht die de samenleving nog niet voldoende heeft ingevuld. Zolang die opdracht niet is ingelost, blijft de weegschaal scheef.

Wat er wel en niet verandert in Nederland

Er zijn de laatste jaren stappen gezet. Per 1 juli 2025 mogen acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers niet meer automatisch in strafdossiers worden opgenomen. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap na een jarenlange campagne onder de naam “Het Witte Balkje”, een verwijzing naar het zwarte balkje waarmee de namen van verdachten al decennia lang worden afgedekt in de media. Het bleek dat slachtoffers structureel minder bescherming genoten dan de mensen die hen schade hadden berokkend.

Nog openstaande hervormingen

Voor Clare’s Law loopt nog onderzoek, met een verwacht beleidsrapport in 2026. Minister Van Weel heeft zijn voorkeur uitgesproken voor invoering, maar de AVG maakt een directe overname van de Britse wet juridisch complex. Experts wijzen op de noodzaak van een juridische balans tussen het recht op privacy van de (ex-)dader en het recht op fysieke veiligheid van het potentiële slachtoffer.

Op het punt van het VOG-systeem is na de zaak Jan B. opnieuw gepleit voor een beter waarschuwingssysteem of een BIG-register-achtige constructie voor de kinderopvangsector. Dat debat heeft echter al een precedent: na de zaak Robert M. in 2010 werd dezelfde discussie gevoerd, maar leidde dat niet tot structurele systeemwijziging. Meer dan tien jaar later kon Jan B. datzelfde systeem opnieuw omzeilen.

De maatschappelijke druk neemt toe. Bij femicide zagen we hetzelfde patroon: jarenlang ontbrekende wetgeving, groeiende maatschappelijke verontwaardiging, en uiteindelijk beleid dat reageert op schokkende zaken in plaats van structureel preventief te werken. De vraag is wanneer de wet zijn verantwoordelijkheid neemt, in plaats van af te wachten op het volgende slachtoffer.

Wat moet er veranderen?

Op basis van recente zaken en expertanalyses zijn er meerdere hervormingen mogelijk en noodzakelijk:

  • Een waarschuwingssysteem in de kinderopvang, waarbij meldingen van grensoverschrijdend gedrag op persoonsniveau worden geregistreerd, ook zonder strafrechtelijke veroordeling. Dat vereist wetswijziging maar ook politieke wil.
  • Invoering van een Nederlandse Clare’s Law, die burgers het recht geeft te vragen naar het geweldsverleden van een partner, en de politie de mogelijkheid geeft proactief te waarschuwen.
  • Een structureel register voor recidiverisico bij zedendelinquenten, waarbij gedragsdeskundigen, reclassering en rechters dezelfde risicodefinities hanteren en informatie beter delen.
  • Betere informatiedeling tussen hulpinstanties, zodat Veilig Thuis, de politie en gecertificeerde instellingen niet in afzonderlijke silo’s werken wanneer de veiligheid van een slachtoffer in het geding is.
  • Begrenzing van het recht op vergetelheid voor veroordeelde daders, zodat slachtoffers en de samenleving toegang houden tot geverifieerde publieke feiten over ernstige misdrijven.

Geen van deze maatregelen elimineert de privacybescherming van verdachten of veroordeelden volledig. Ze voegen wel een tegenwicht toe dat nu ontbreekt: de systematische bescherming van de veiligheid van slachtoffers en potentiële toekomstige slachtoffers. Zolang de privacy van daders zwaarder weegt dan dat tegenwicht, blijft de weegschaal structureel scheef.

Hulp nodig als slachtoffer?

Ben jij slachtoffer van seksueel misbruik, stalking, huiselijk geweld of een ander ernstig misdrijf? Neem dan contact op met één van de onderstaande organisaties:

Veelgestelde vragen over privacy van daders in Nederland

Wat is de AVG en waarom beschermt die ook daders?
De AVG is een Europese privacywet die de verwerking van persoonsgegevens regelt. De wet geldt voor iedereen, ook voor verdachten en veroordeelden. Dit is een rechtstatelijk principe: de wet maakt geen uitzondering op basis van schuld of delict, behalve in specifiek omschreven situaties. Dat beschermt burgers tegen willekeurig gebruik van informatie door overheden en bedrijven, maar heeft als keerzijde dat het ook mensen met slechte intenties beschermt.
Waarom mogen werkgevers in de kinderopvang elkaar niet waarschuwen voor een ontslagen medewerker?
Zonder rechterlijke veroordeling is iemand in juridische zin onschuldig. Het delen van informatie over een ontslag op verdenking van grensoverschrijdend gedrag kan in strijd zijn met de AVG, omdat het gaat om gevoelige persoonsgegevens die het functioneren en de reputatie van iemand raken. Alleen wanneer er een strafrechtelijke veroordeling is, kan een VOG worden geweigerd. De kinderopvangsector pleit al jaren voor een specifiek register of waarschuwingssysteem dat dit gat dicht.
Wat is Clare’s Law en waarom bestaat die in Nederland nog niet?
Clare’s Law is een Britse wet uit 2014 die burgers het recht geeft om bij de politie het geweldsverleden van een (ex-)partner op te vragen. De politie mag ook proactief waarschuwen als iemand een gevaarlijke geweldshistorie heeft. In Nederland botst zo’n wet met de AVG, die strenge eisen stelt aan het delen van politiegegevens. De Tweede Kamer nam in mei 2025 een motie aan om de haalbaarheid te onderzoeken. Minister Van Weel heeft zijn steun uitgesproken, maar concrete wetgeving wordt niet voor 2027 verwacht.
Kan een veroordeelde moordenaar of zedendelinquent zijn naam uit het nieuws laten verwijderen?
In principe biedt artikel 17 van de AVG iedere burger het recht om te verzoeken dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd. Ook veroordeelde daders kunnen dit recht inroepen bij zoekmachines en media. De rechter maakt per geval een belangenafweging: het privacybelang van de betrokkene wordt afgewogen tegen het publieke belang van de informatie. Bij ernstige misdrijven of personen die nog steeds een gevaar kunnen vormen, zal de afweging vaak in het voordeel van openbaarheid uitvallen. Maar de mogelijkheid bestaat, en wordt door slachtoffers als diep onrechtvaardig ervaren.
Is er recent iets veranderd aan de bescherming van slachtoffers in het strafproces?
Ja. Per 1 juli 2025 staan acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers, waaronder woonadres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN, niet meer standaard in strafdossiers. Verdachten en hun advocaten hebben dus niet meer automatisch toegang tot die gegevens. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap na jaren van lobby. De wet geldt voor alle nieuwe processen-verbaal vanaf die datum. Eerder ingediende dossiers vallen nog onder de oude regels.

Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions

In Nederland geldt de AVG als een van de strengste privacywetten ter wereld. Maar wie beschermt die wet eigenlijk? Slachtoffers van misdrijven, stalking en seksueel misbruik stellen die vraag steeds vaker, omdat zij ervaren dat de privacy van daders herhaaldelijk zwaarder lijkt te wegen dan hun eigen recht op veiligheid. Dit artikel van Juristenblog.nl onderzoekt wanneer en hoe dat mechanisme optreedt, welke concrete zaken illustreren wat er mis kan gaan, en waarom dit zo onrechtvaardig voelt.

Privacy van daders: wat zegt de wet?

De spanning tussen privacy en veiligheid is geen bijzaak van het Nederlandse rechtssysteem, maar een structurele uitdaging die in de wet zelf verankerd is. Artikel 10 van de Grondwet beschermt de persoonlijke levenssfeer van iedere burger, verdachten en veroordeelden inbegrepen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geeft daar op Europees niveau uitwerking aan. Die bescherming is principieel en rechtsstatelijk noodzakelijk. Zonder haar zou willekeur in vervolging en straf de norm kunnen worden.

Maar diezelfde bescherming heeft een keerzijde. Wanneer instanties cruciale informatie over een verdachte of veroordeelde niet mogen delen vanwege privacywetgeving, kunnen nieuwe slachtoffers worden gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden. Dat is niet een theoretisch risico: het is in Nederland herhaaldelijk werkelijkheid geworden.

Definitie: wat is de AVG?
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in het Engels de General Data Protection Regulation (GDPR), is een Europese verordening die sinds 25 mei 2018 in Nederland van kracht is. De AVG regelt hoe organisaties persoonsgegevens mogen verwerken, opslaan en delen. Organisaties, waaronder politie, zorginstellingen en werkgevers, zijn gebonden aan strikte regels over welke gegevens zij mogen uitwisselen. Overtreding kan leiden tot hoge boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Onderzoek van het WODC naar de privacy van slachtoffers in het strafproces legt een fundamentele ongelijkheid bloot: er is in Nederland veel aandacht voor de privacybescherming van de verdachte, maar relatief weinig voor die van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt soms nog steeds “vergeten”. Tegelijkertijd mogen instellingen de gegevens van een verdachte of veroordeelde niet zomaar delen, ook als dat nodig zou zijn om anderen te waarschuwen.

Het VOG-systeem en zijn blinde vlekken

Een centraal instrument in de Nederlandse veiligheidsketen is de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Iemand die in aanmerking wil komen voor werk met kwetsbare groepen, zoals kinderen of ouderen, moet een geldige VOG kunnen overleggen. Het systeem werkt in theorie: wie veroordeeld is, kan geen VOG krijgen voor dat type werk. Maar er is een kritische blinde vlek.

Zolang iemand niet strafrechtelijk is vervolgd of veroordeeld, blijft zijn VOG geldig, ook wanneer er aantoonbaar sprake was van grensoverschrijdend gedrag. Meldingen, schorsingen en ontslagen zonder rechterlijke uitspraak registreert het VOG-systeem niet, het systeem dat werkgevers bij een aanvraag raadplegen. Dit is een van de meest concrete manieren waarop de privacy van daders in de praktijk nieuwe slachtoffers mogelijk maakt. Daders kunnen hierdoor gewoon doorwerken bij een andere werkgever, terwijl die nieuwe werkgever van niets weet.

Zaken waarbij privacy van daders bescherming bood

De volgende zaken illustreren hoe de privacybescherming van verdachten en daders in de praktijk heeft geleid tot nieuwe slachtoffers of ernstige tekortkomingen in de bescherming van bestaande slachtoffers. De tabel geeft per zaak een beknopt overzicht. Verderop licht dit artikel elke zaak uitgebreid toe, met context over hoe de privacywetgeving precies een rol speelde en welke consequenties dat had.

Zaak Probleem Gevolg
Jan B. (2025/2026) Ontslag kinderdagverblijf niet te delen met nieuwe werkgevers Maandenlang werkzaam bij meerdere crèches, tot zeker 33+ slachtoffers
Robert M. (2010/2011) Buitenlandse veroordeling niet zichtbaar in VOG-systeem Misbruik van ruim 80 kinderen op meerdere kinderdagverblijven
Hardenberg (2024/2025) Signalen niet gedeeld tussen instanties (privacywet) Vrouw vermoord ondanks eerder politiecontact en huis- en contactverbod
Clare Wood (basis Clare’s Law) Politie mocht geweldshistorie partner niet delen Clare vermoord door ex met bekende geweldshistorie; aanleiding voor wetgeving
Strafdossier bevat adresgegevens slachtoffer Adres slachtoffer automatisch bij verdachte beschikbaar via dossier Secundaire victimisatie, intimidatie, vlucht noodzakelijk
Huisverbod plegers vrij inzichtelijk Huisverbodverslag opvraagbaar door pleger zelf Informatieoverdracht bemoeilijkt, veiligheid slachtoffer en kinderen in gevaar
Recidiverende stalker Geen strafrechtelijk register van gedrag zonder veroordeling Stalker kan nieuwe relatie beginnen zonder waarschuwing
Recht op vergetelheid dader Art. 17 AVG: veroordeelde kan verwijdering van naam uit media eisen Slachtoffers en samenleving hebben geen toegang meer tot publieke feiten

Jan B. en de gebroken veiligheidsketen (2025/2026)

Een van de meest schrijnende recente voorbeelden is de zaak rond Jan B., een 66-jarige invalkracht die jarenlang actief was in de kinderopvang. Uit onderzoek van Het Misdaadbureau bleek dat hij al eerder bij kinderopvang Eigen&Wijzer in Huizen op non-actief was gesteld wegens grensoverschrijdend gedrag, nadat in april en juni 2025 twee afzonderlijke meldingen waren binnengekomen. Na de eerste melding mocht Jan B. na een gesprek nog terugkeren op de werkvloer. Pas na de tweede melding beëindigde de opvang zijn contract.

De opvang volgde alle protocollen: medewerkers doorliepen de meldcodes en gaven signalen door aan de politie. De instanties achtten de basis echter onvoldoende voor strafrechtelijk onderzoek en vervolgden Jan B. niet.

Het systeem dat Jan B. beschermde

Dat is precies waar het systeem vastloopt. Doordat er geen rechterlijke uitspraak volgde, behield Jan B. zijn geldige Verklaring Omtrent Gedrag. Strenge privacyregels verbieden werkgevers om elkaar te waarschuwen zonder rechterlijk oordeel. Zo kon hij maandenlang bij meerdere andere kinderdagverblijven aan de slag. Nieuwe werkgevers hadden geen enkele manier om te weten wat er bij zijn vorige werkgever was voorgevallen.

Een moeder die haar zoontje op de BSO in Huizen had, had al eerder aan de bel getrokken. Zij vertelde aan Het Misdaadbureau hoe zij het gedrag van Jan B. had aangekaart, maar uiteindelijk niets meer hoorde:

“Ik heb echt gezegd: ‘Ik wil dit niet wat ik nu zie.'”
Moeder van een kind dat op de BSO in Huizen zat, tegenover Het Misdaadbureau

Ze liet weten dat Jan B. daarna bij de organisatie vertrok, maar dat haar gevoel bleef knagen:

“Deze meneer ging weg bij deze organisatie en ook achteraf heb ik er weer achteraan gemaild met: ‘Ik heb er toch een gek gevoel bij. Moeten wij als ouders iets weten?’ Dan komt het nieuws twee weken geleden naar buiten. Dan vallen de puzzelstukjes in elkaar, maar stort je wereld ook in.”
Moeder van een kind dat op de BSO in Huizen zat, tegenover Het Misdaadbureau

In november 2025 hield de politie Jan B. aan op verdenking van poging tot verkrachting van een 2-jarig meisje op een kinderdagverblijf in Amsterdam. Op zijn computer troffen rechercheurs kinderporno aan, evenals zelfgemaakte naaktfoto’s van een baby en een 3-jarig jongetje. Het totale aantal vermoedelijke slachtoffers liep uiteindelijk op tot meer dan 33, mede doordat na publiciteit tientallen nieuwe meldingen binnenkwamen. Politici reageerden geschokt. VVD-kamerlid Ulysse Ellian stelde de werking van het VOG-systeem ter discussie:

“Ik ben verdrietig en boos tegelijk. De bedoeling van signalen melden is dat zulke verschrikkelijke dingen kunnen worden voorkomen. Het VOG-systeem is bedacht om juist dit te voorkomen; dat werkt hier dus kennelijk niet. Privacy moeten we respecteren, maar het moet niet ten voordele van kwaadwillende criminelen uitvallen.”
VVD-kamerlid Ulysse Ellian, tegenover Het Misdaadbureau

De directie van Eigen&Wijzer pleitte na de zaak voor een waarschuwingssysteem of een BIG-register-achtige constructie voor de sector. BOink, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang, deed eenzelfde oproep. Het CDA kondigde Kamervragen aan. Het debat dat volgde was echter bijna identiek aan het debat dat al in 2010 was gevoerd, na de zaak Robert M.

Robert M. en de buitenlandse veroordeling (2010/2011)

De zaak Jan B. is niet de eerste keer dat het VOG-systeem faalt. Al ruim een decennium eerder toonde de Amsterdamse zedenzaak rond Robert M. een vergelijkbare structurele tekortkoming: de VOG kijkt uitsluitend naar veroordelingen in Nederland. Robert M. was in Duitsland al eens veroordeeld voor het bezit en verspreiden van kinderporno, maar dat gegeven was voor het Nederlandse systeem volstrekt onzichtbaar. Zijn Nederlandse VOG was daarmee geldig, en hij kon aan het werk in de kinderopvang.

Hij misbruikte vervolgens ruim 80 kinderen op meerdere kinderdagverblijven in Amsterdam, soms nog baby’s. De zaak kwam pas in 2010 aan het licht nadat Amerikaanse onderzoekers beeldmateriaal vonden dat zij naar Nederland herleidde. Interpol hielp bij de identificatie. Bij de aanhouding van Robert M. troffen rechercheurs op zijn computers gecodeerd materiaal aan met geavanceerde versleuteling. Een eerdere melding van een ouder uit 2008 over zijn gedrag had destijds al niet geleid tot een aangifte.

De directeur van Het Hofnarretje, het kinderdagverblijf waar Robert M. het langst werkte, raakte eveneens in opspraak. Wat later bleek: hij was in 1995 zelf ontslagen bij een ander kinderdagverblijf na een aangifte wegens misbruik van twee kinderen, maar was destijds niet vervolgd. Die informatie was nergens geregistreerd en had geen belemmering gevormd voor zijn latere positie als directeur.

Na de zaak volgden parlementaire debatten over een Europees register voor zedendelinquenten. Concreet resultaat bleef echter beperkt, zoals de zaak Jan B. vijftien jaar later zou bewijzen.

Hardenberg: signalen die niet mochten worden gedeeld

De zaak uit Hardenberg wordt door experts en politici regelmatig aangehaald als een van de meest tragische illustraties van wat er misgaat wanneer instanties hun informatie niet met elkaar kunnen delen. Het slachtoffer had al geruime tijd te maken met een gewelddadige ex-partner. Er waren eerder meldingen gedaan, er lag een huis- en contactverbod, en toch wist de man haar te bereiken.

Vlak voor haar dood nam zij nog contact op met de politie om de schending van het verbod te melden. De politie greep niet in. Enkele weken later vermoordde haar ex-partner haar.

Het probleem zat niet in onwil, maar in structuur. Politie, hulpverlening en Veilig Thuis werkten vanuit afzonderlijke systemen, met afzonderlijke dossiers en afzonderlijke privacyregels. De AVG en de interne silo’s maakten het in de praktijk moeilijk om een volledig risicoprofiel op te stellen van de man die haar bedreigde. Informatie die bij de ene instantie bekend was, bereikte de andere niet tijdig.

Het patroon van geweld dat zich over maanden had opgebouwd, was daardoor voor geen enkele instantie in zijn geheel zichtbaar. Een VVD-woordvoerder verwoordde de frustratie van slachtoffers in een Kamerdebat in 2025 over femicide en informatiedeling:

“Slachtoffers zeggen: ‘Nadat ik mijn verhaal bij de politie en bij Veilig Thuis heb gedaan, zit ik nu weer ergens en moet ik nu al voor de derde keer mijn verhaal doen.’ Als wij daar vragen over stellen aan het kabinet, wijst het kabinet op de privacywetgeving, waardoor het ingewikkeld is om gegevens te delen.”
VVD-woordvoerder, Kamerdebat 2025 over femicide en informatiedeling

De gevolgen van informatiesilo’s

Het OM eiste veertien jaar cel en tbs tegen de verdachte. De zaak leidde tot felle discussies over de effectiviteit van huisverboden en de verantwoordelijkheid van hulpdiensten. Critici stelden dat instanties de tragische afloop hadden kunnen voorkomen als zij sneller en vrijer informatie hadden mogen uitwisselen. Voorstanders van striktere privacyregels wezen erop dat ook het omgekeerde risico bestaat: als informatie te vrij circuleert, kunnen daders daar misbruik van maken om de verblijfplaats van hun slachtoffer te achterhalen. In die discussie staat de privacy van daders dus niet alleen tegenover veiligheid, maar soms ook tegenover de veiligheid van datzelfde slachtoffer.

Clare’s Law: het recht om te weten bestaat hier niet

Clare Wood was 36 jaar oud toen haar ex-vriend George Appleton haar in 2009 vermoordde in het Britse Salford. Wat Clare niet wist: Appleton had een uitgebreid politieverleden met geweld tegen vrouwen. De Britse politie kende dat verleden, maar mocht het niet met haar delen.

Na haar dood drong haar vader, Michael Brown, er jarenlang op aan dat dit moest veranderen. In 2014 resulteerde dat in Clare’s Law. Die wet geeft burgers twee rechten: het recht te vragen of een partner een gewelddadig verleden heeft, en het recht dat de politie proactief waarschuwt wanneer zij weet dat iemand gevaar loopt.

In Nederland bestaat geen vergelijkbaar instrument. Burgers kunnen bij de politie geen informatie opvragen over het geweldsverleden van een partner. De politie mag dat ook niet uit eigen beweging delen, zelfs wanneer zij beschikt over relevante informatie die iemand in gevaar kan brengen. De AVG en de Wet politiegegevens stellen strikte eisen aan het uitwisselen van persoonsgegevens, ook wanneer veiligheid in het geding is. Minister Van Weel sprak zich in mei 2026 tegenover de NOS uit voor invoering van een Nederlandse variant:

“Ik denk dat die wet meerwaarde heeft. Elke kans om een vrouw te beschermen tegen een gewelddadige partner, moeten we grijpen. En we zien vaak dat als mensen in één relatie geweld gebruiken, ze dat vaker doen.”
Minister Van Weel, NOS, mei 2026

Nederland loopt achter

De Tweede Kamer nam in mei 2025 een motie aan om te onderzoeken onder welke voorwaarden een Nederlandse variant van Clare’s Law haalbaar is. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt samen met hulporganisaties en universiteiten aan een verkenning en publiceert het beleidsrapport naar verwachting in 2026. Juristen wijzen op het spanningsveld: de privacybescherming van de (ex-)dader en het veiligheidsrecht van het potentiële slachtoffer staan hier rechtstreeks tegenover elkaar. In die afweging heeft Nederland tot nu toe structureel gekozen voor de eerste. Dat ging ten koste van de tweede.

Adresgegevens in het strafdossier: de dader weet waar je woont

Tot 1 juli 2025 stonden de adresgegevens van slachtoffers standaard opgenomen in strafdossiers. Dat betekende dat een verdachte via zijn advocaat en de inzage in het dossier toegang had tot het woonadres van de persoon die aangifte tegen hem had gedaan. Dit gold ook voor slachtoffers van stalking, bedreiging en huiselijk geweld: mensen die al vreesden voor hun veiligheid, zagen hun adres op een presenteerblaadje bij de man of vrouw liggen die hen bedreigde.

Uit onderzoek van het NSCR bleek dat slachtoffers hier doorgaans niet van op de hoogte waren. De politie informeerde hen lang niet altijd over de mogelijkheid om anoniem te blijven of domiciliekeuze aan te vragen. Op het moment dat slachtoffers ontdekten dat hun adres in het dossier stond, was het al te laat om dat terug te draaien.

Gevolgen liepen uiteen van hernieuwde angst en intimidatie tot gedwongen verhuizing. Een deel van de slachtoffers trok daarop hun aangifte in, of deed in de toekomst geen aangifte meer. De misdaad bleef daardoor onzichtbaar voor het systeem, terwijl de dader zijn gang kon gaan. Een onderzoek naar de privacy van slachtoffers in het strafproces, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, stelde dit onomwonden vast:

“Er is veel aandacht voor privacybescherming van de verdachte voor zover het zijn naam en zijn beeltenissen betreft. Die is er relatief minder voor die van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt in bepaalde situaties nog steeds soms ‘vergeten’.”
Onderzoek naar de privacy van slachtoffers in het strafproces, ministerie van Veiligheid en Justitie

De wet verandert: het witte balkje

Per 1 juli 2025 trad nieuw beleid in werking op basis van een besluit in het Staatsblad: justitie mag acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers, waaronder woonadres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN, niet meer automatisch in strafdossiers opnemen. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap, na een jarenlange lobby onder de naam “Het Witte Balkje”.

De naam verwees naar het verschil in behandeling: verdachten krijgen al decennia lang een zwart balkje over hun naam in de media, ter bescherming van hun privacy. Slachtoffers hadden dat equivalent nooit gehad, terwijl hun gegevens wel beschikbaar waren voor de mensen die hen schade hadden berokkend.

Huisverbodverslagen: de pleger mag meelezen

Een tijdelijk huisverbod is een van de meest ingrijpende beschermingsmaatregelen die de Nederlandse wet kent voor slachtoffers van huiselijk geweld. De rechter verplicht de pleger voor maximaal tien dagen, later verlengbaar tot vier weken, de woning te verlaten. Hulpverleners stellen in die periode een verslag op van de situatie: wat er is voorgevallen, hoe de kinderen erbij staan, welke risico’s er zijn. Dat verslag is bedoeld als basis voor verdere hulpverlening en risicobeoordeling.

Maar er is een probleem. Uit een aanpakplan van Blijf Groep uit 2025 blijkt dat alle betrokkenen bij een huisverbod het verslag mogen opvragen, de pleger inbegrepen. Dat is juridisch consistent: de pleger is ook een betrokkene in de zin van de AVG en heeft daarmee recht op inzage in zijn eigen dossier.

Maar in de praktijk betekent dit dat gedetailleerde informatie over de verblijfplaats van het slachtoffer, de situatie van de kinderen en de inhoud van gesprekken met hulpverleners, bij de pleger terecht kan komen. Hulpverleners houden daarmee rekening: zij schrijven verslagen bewust minder gedetailleerd, om te voorkomen dat kwetsbare informatie in verkeerde handen valt. Dat beperkt echter ook de bruikbaarheid van die verslagen voor andere instanties. Het aanpakplan van Blijf Groep voor kinderen van femicideslachtoffers (2025) is op dit punt onomwonden:

“Privacy en informatiedeling mogen de veiligheid van kinderen niet in gevaar brengen. We zien dat dit soms wel het geval is. Het is van belang dat hulpverleners meer handvatten en heldere juridische instructies krijgen, zodat zij de AVG beter begrijpen en de ruimte benutten om informatie AVG-conform te delen.”
Aanpakplan kinderen van femicideslachtoffers en femicide-overlevers, Blijf Groep (2025)

Kinderen als slachtoffer van informatieafscherming

Hetzelfde rapport stelt dat gecertificeerde instellingen na femicide niet standaard op de hoogte worden gehouden van het strafrechtelijke onderzoek, vanwege de privacy van de dader. Kinderen die hun moeder zijn verloren door toedoen van hun vader, kunnen daardoor in een situatie terechtkomen waarbij hulpverleners niet tijdig weten wat er strafrechtelijk speelt of wat het risicoprofiel van de vader is. De wet beschermt ook in dit geval de dader, terwijl de kinderen de prijs betalen.

Het recht op vergetelheid van veroordeelde daders

Artikel 17 van de AVG verankert het recht op gegevenswissing, in de volksmond beter bekend als het recht op vergetelheid. Iedere burger kan verzoeken dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd wanneer er geen geldige reden meer bestaat voor de verwerking ervan. In de praktijk wordt dit recht het vaakst ingeroepen richting zoekmachines: iemand wil dat een bepaalde zoekresultaten bij zijn naam verdwijnt. Google en andere zoekmachines zijn verplicht dergelijke verzoeken in behandeling te nemen en per geval een afweging te maken.

Definitie: wat is het recht op vergetelheid?
Het recht op vergetelheid, vastgelegd in artikel 17 van de AVG, geeft burgers het recht te verzoeken dat hun persoonsgegevens worden verwijderd wanneer er geen geldige reden meer is voor verwerking. In de praktijk wordt het vooral ingezet om zoekresultaten van zoekmachines te laten verwijderen. Veroordeelde daders hebben dit recht in principe ook, hoewel rechters per zaak een belangenafweging maken tussen privacybelang en het publieke belang van de informatie.

Dat recht geldt ook voor veroordeelde daders. Na het uitzitten van hun straf, of soms al eerder, kunnen zij verzoeken dat nieuwsberichten over hun misdaad en veroordeling niet langer vindbaar zijn via hun naam. In meerdere Europese gevallen is dat verzoek gehonoreerd, ook bij ernstige misdrijven.

De rechter weegt het privacybelang van de betrokkene af tegen het publieke belang van de informatie: hoe lang geleden is het delict? Vormt de persoon nog steeds een gevaar? Is hij een publiek figuur? Bij gewone burgers, lang geleden, met een schone lei, kan de balans doorslaan naar verwijdering.

Een instrument dat alleen de dader toekomt

Voor slachtoffers en nabestaanden is dit moeilijk te verteren. Niet alleen maakte iemand hen slachtoffer van een ernstig misdrijf, maar de dader kan ook de publieke herinnering aan dat misdrijf op verzoek laten uitwissen. Wat voor de dader een frisse start is, is voor het slachtoffer een ontkenning van wat hen is aangedaan.

De wet biedt hun geen vergelijkbaar instrument: slachtoffers kunnen niet verzoeken dat hun eigen trauma uit de zoekresultaten verdwijnt, terwijl de naam van de dader prominent zichtbaar blijft. De asymmetrie is volledig. De juridische afweging die bij elk verzoek om vergetelheid moet worden gemaakt, omschrijft het juridische kader rondom het Costeja-arrest als volgt:

“Het recht om vergeten te worden komt in conflict met twee fundamentele rechten: het recht op privacy en het recht op vrijheid van informatie. Daarom wordt bij ieder verzoek altijd gelet op de juistheid en de relevantie van de informatie en het belang van de privacy van de betreffende persoon, afgewogen tegen het publieke belang.”
Toelichting op het recht op vergetelheid in de Europese rechtspraktijk (Costeja-arrest)

Recidiverende stalkers en het ontbrekende register

Stalking is in Nederland strafbaar via artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. De wet spreekt van “belaging”: het stelselmatig inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer met als gevolg dat het slachtoffer vreest voor zijn of haar veiligheid. De maximumstraf bedraagt drie jaar gevangenisstraf. In de praktijk worden stalkers echter lang niet altijd vervolgd, zeker niet bij eerste meldingen. Aangifte leidt regelmatig tot sepot wegens onvoldoende bewijs, of tot een lage prioritering binnen een overbelaste strafrechtketen.

Het ontbreken van een veroordeling heeft directe gevolgen voor de informatiedeling. Een stalker die bij de politie bekend is wegens meerdere meldingen, maar nooit strafrechtelijk is vervolgd, verschijnt niet in het systeem dat een volgende werkgever of hulpverlener kan raadplegen. Hij kan een nieuwe relatie beginnen, in een andere stad gaan wonen of in een andere beroepsomgeving terechtkomen, zonder dat iemand weet wat er aan de hand is.

Zijn slachtoffer wisselen is, juridisch gezien, een effectieve strategie om aan het beeld te ontsnappen. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen constateerde in het rapport ‘Gewogen risico’ een fundamenteel communicatieprobleem binnen de strafrechtketen:

“Over het recidiverisico van zedendelinquenten wordt niet adequaat gecommuniceerd in het strafproces. Gedragsdeskundigen, reclasseringswerkers, officieren van justitie en rechters kennen aan de term ‘gemiddeld risico’ een andere kans op recidive toe.”
Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, rapport ‘Gewogen risico’

Geen zicht op herhaling

Dat gebrek aan gedeelde taal maakt het ook moeilijk om risico’s tijdig te signaleren. Een slachtoffer dat bij de politie melding maakt van stalking door een ex-partner, heeft geen toegang tot eerdere meldingen van andere slachtoffers over dezelfde persoon, ook als die er zijn. De privacybescherming van de stalker staat daar rechtstreeks aan in de weg. Pas wanneer een rechter een uitspraak doet, wordt gedrag juridisch geregistreerd. Tot dat moment heeft de potentiële dader meer informatiebescherming dan het slachtoffer veiligheidsgaranties.

Waarom voelt dit zo onrechtvaardig? Een maatschappelijke en persoonlijke beschouwing

Er bestaat een diepe morele kloof tussen hoe de wet werkt en hoe slachtoffers de werking van die wet ervaren. Die kloof is niet slechts een kwestie van wet- en regelgeving. Ze raakt aan fundamentele opvattingen over rechtvaardigheid, menselijkheid en de vraag wie de samenleving werkelijk wil beschermen.

Voor een slachtoffer van huiselijk geweld, stalking of seksueel misbruik begint de schade niet bij de aanval zelf. De schade begint vaak al wanneer hij of zij voor de keuze staat om aangifte te doen. Die keuze wordt bemoeilijkt door de wetenschap dat het woonadres in het strafdossier kan belanden, beschikbaar voor de man of vrouw die het leven al onveilig heeft gemaakt. De wet beschermt de verdachte, ook al weet het slachtoffer als geen ander wat er is gebeurd.

Slachtoffers die bij meerdere instanties hulp zoeken, zijn verplicht hun verhaal steeds opnieuw te vertellen. Politie, Veilig Thuis, hulpverlening: elk heeft zijn eigen dossier, zijn eigen systeem, zijn eigen privacyregels. Gegevens mogen niet zomaar worden doorgegeven, ook niet wanneer dat de veiligheid ten goede zou komen. De slachtoffers betalen de prijs van die afscherming. De dader profiteert ervan. Een VVD-woordvoerder verwoordde dit gevoel in een Kamerdebat in 2025 over femicide en informatiedeling scherp:

“Slachtoffers zeggen: ‘Nadat ik mijn verhaal bij de politie en bij Veilig Thuis heb gedaan, zit ik nu weer ergens en moet ik nu al voor de derde keer mijn verhaal doen.’ Als wij daar vragen over stellen aan het kabinet, wijst het kabinet op de privacywetgeving, waardoor het ingewikkeld is om gegevens te delen. De VVD is van mening dat uiteindelijk de veiligheid van vrouwen altijd voor de privacy van een dader moet gaan.”
VVD-woordvoerder, Kamerdebat 2025 over femicide en informatiedeling

Dat gevoel van onrechtvaardigheid is op persoonlijk niveau nauwelijks te overschatten. Een vrouw die vlucht voor een gewelddadige partner, moet haar verhaal opnieuw vertellen bij elke nieuwe instantie, terwijl de man die haar bedreigt gewoon kan doorgaan met zijn leven.

Een ouder die zijn kind ziet lijden na seksueel misbruik op een kinderdagverblijf, hoort dat de medewerker al eerder was ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag, maar dat dit niet gedeeld mocht worden. En een nabestaande die rouwt om een vermoorde dochter, ziet hoe berichten over de moordenaar op zijn verzoek uit Google kunnen worden verwijderd.

Het maatschappelijke effect van juridische bescherming

Op maatschappelijk niveau werkt dit mechanisme verstikkend. Slachtoffers leren dat het systeem niet voor hen gebouwd is. Dat ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat, niet als abstracte institutie, maar als concrete beschermstructuur in het dagelijks leven. Wanneer mensen stoppen met aangifte doen omdat ze weten dat hun adres bij de verdachte terechtkomt, dan faalt de preventieve functie van het rechtssysteem. Wanneer werkgevers geen waarschuwingssignalen kunnen ontvangen omdat de wet dat verbiedt, maakt de dader nieuwe slachtoffers die vermijdbaar waren geweest. De privacy van daders weegt in al deze gevallen zwaarder dan de veiligheid van de mensen om hen heen.

De symbolische dimensie: wie herschrijft de geschiedenis?

Er is ook een symbolische dimensie die zwaar weegt. Een dader die via de rechter zijn naam uit het publieke domein kan laten wissen, heeft de macht om de geschiedenis te herschrijven. Het slachtoffer blijft echter leven met de gevolgen: het trauma, de angst, de schaamte en soms de blijvende lichamelijke schade.

De wet geeft de dader instrumenten die het slachtoffer onthoudt. Dat is geen technische fout in de wetstekst. Het is een uitdrukking van een diepere keuze in de manier waarop het recht is opgebouwd. Die keuze is primair gericht op het voorkomen van staatsmacht over het individu, en in mindere mate op het beschermen van het ene individu tegen het andere.

Een fundament dat aanvulling verdient

Dat rechtstatelijke fundament is waardevol en moet niet worden weggegooid. Maar het vraagt om aanvulling. De bescherming van de verdachte is een verworvenheid van de rechtsstaat. De bescherming van het slachtoffer is een morele opdracht die de samenleving nog niet voldoende heeft ingevuld. Zolang die opdracht niet is ingelost, blijft de weegschaal scheef.

Wat er wel en niet verandert in Nederland

Er zijn de laatste jaren stappen gezet. Per 1 juli 2025 mogen acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers niet meer automatisch in strafdossiers worden opgenomen. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap na een jarenlange campagne onder de naam “Het Witte Balkje”, een verwijzing naar het zwarte balkje waarmee de namen van verdachten al decennia lang worden afgedekt in de media. Het bleek dat slachtoffers structureel minder bescherming genoten dan de mensen die hen schade hadden berokkend.

Nog openstaande hervormingen

Voor Clare’s Law loopt nog onderzoek, met een verwacht beleidsrapport in 2026. Minister Van Weel heeft zijn voorkeur uitgesproken voor invoering, maar de AVG maakt een directe overname van de Britse wet juridisch complex. Experts wijzen op de noodzaak van een juridische balans tussen het recht op privacy van de (ex-)dader en het recht op fysieke veiligheid van het potentiële slachtoffer.

Op het punt van het VOG-systeem is na de zaak Jan B. opnieuw gepleit voor een beter waarschuwingssysteem of een BIG-register-achtige constructie voor de kinderopvangsector. Dat debat heeft echter al een precedent: na de zaak Robert M. in 2010 werd dezelfde discussie gevoerd, maar leidde dat niet tot structurele systeemwijziging. Meer dan tien jaar later kon Jan B. datzelfde systeem opnieuw omzeilen.

De maatschappelijke druk neemt toe. Bij femicide zagen we hetzelfde patroon: jarenlang ontbrekende wetgeving, groeiende maatschappelijke verontwaardiging, en uiteindelijk beleid dat reageert op schokkende zaken in plaats van structureel preventief te werken. De vraag is wanneer de wet zijn verantwoordelijkheid neemt, in plaats van af te wachten op het volgende slachtoffer.

Wat moet er veranderen?

Op basis van recente zaken en expertanalyses zijn er meerdere hervormingen mogelijk en noodzakelijk:

  • Een waarschuwingssysteem in de kinderopvang, waarbij meldingen van grensoverschrijdend gedrag op persoonsniveau worden geregistreerd, ook zonder strafrechtelijke veroordeling. Dat vereist wetswijziging maar ook politieke wil.
  • Invoering van een Nederlandse Clare’s Law, die burgers het recht geeft te vragen naar het geweldsverleden van een partner, en de politie de mogelijkheid geeft proactief te waarschuwen.
  • Een structureel register voor recidiverisico bij zedendelinquenten, waarbij gedragsdeskundigen, reclassering en rechters dezelfde risicodefinities hanteren en informatie beter delen.
  • Betere informatiedeling tussen hulpinstanties, zodat Veilig Thuis, de politie en gecertificeerde instellingen niet in afzonderlijke silo’s werken wanneer de veiligheid van een slachtoffer in het geding is.
  • Begrenzing van het recht op vergetelheid voor veroordeelde daders, zodat slachtoffers en de samenleving toegang houden tot geverifieerde publieke feiten over ernstige misdrijven.

Geen van deze maatregelen elimineert de privacybescherming van verdachten of veroordeelden volledig. Ze voegen wel een tegenwicht toe dat nu ontbreekt: de systematische bescherming van de veiligheid van slachtoffers en potentiële toekomstige slachtoffers. Zolang de privacy van daders zwaarder weegt dan dat tegenwicht, blijft de weegschaal structureel scheef.

Hulp nodig als slachtoffer?

Ben jij slachtoffer van seksueel misbruik, stalking, huiselijk geweld of een ander ernstig misdrijf? Neem dan contact op met één van de onderstaande organisaties:

Veelgestelde vragen over privacy van daders in Nederland

Wat is de AVG en waarom beschermt die ook daders?
De AVG is een Europese privacywet die de verwerking van persoonsgegevens regelt. De wet geldt voor iedereen, ook voor verdachten en veroordeelden. Dit is een rechtstatelijk principe: de wet maakt geen uitzondering op basis van schuld of delict, behalve in specifiek omschreven situaties. Dat beschermt burgers tegen willekeurig gebruik van informatie door overheden en bedrijven, maar heeft als keerzijde dat het ook mensen met slechte intenties beschermt.
Waarom mogen werkgevers in de kinderopvang elkaar niet waarschuwen voor een ontslagen medewerker?
Zonder rechterlijke veroordeling is iemand in juridische zin onschuldig. Het delen van informatie over een ontslag op verdenking van grensoverschrijdend gedrag kan in strijd zijn met de AVG, omdat het gaat om gevoelige persoonsgegevens die het functioneren en de reputatie van iemand raken. Alleen wanneer er een strafrechtelijke veroordeling is, kan een VOG worden geweigerd. De kinderopvangsector pleit al jaren voor een specifiek register of waarschuwingssysteem dat dit gat dicht.
Wat is Clare’s Law en waarom bestaat die in Nederland nog niet?
Clare’s Law is een Britse wet uit 2014 die burgers het recht geeft om bij de politie het geweldsverleden van een (ex-)partner op te vragen. De politie mag ook proactief waarschuwen als iemand een gevaarlijke geweldshistorie heeft. In Nederland botst zo’n wet met de AVG, die strenge eisen stelt aan het delen van politiegegevens. De Tweede Kamer nam in mei 2025 een motie aan om de haalbaarheid te onderzoeken. Minister Van Weel heeft zijn steun uitgesproken, maar concrete wetgeving wordt niet voor 2027 verwacht.
Kan een veroordeelde moordenaar of zedendelinquent zijn naam uit het nieuws laten verwijderen?
In principe biedt artikel 17 van de AVG iedere burger het recht om te verzoeken dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd. Ook veroordeelde daders kunnen dit recht inroepen bij zoekmachines en media. De rechter maakt per geval een belangenafweging: het privacybelang van de betrokkene wordt afgewogen tegen het publieke belang van de informatie. Bij ernstige misdrijven of personen die nog steeds een gevaar kunnen vormen, zal de afweging vaak in het voordeel van openbaarheid uitvallen. Maar de mogelijkheid bestaat, en wordt door slachtoffers als diep onrechtvaardig ervaren.
Is er recent iets veranderd aan de bescherming van slachtoffers in het strafproces?
Ja. Per 1 juli 2025 staan acht categorieën persoonsgegevens van slachtoffers, waaronder woonadres, e-mailadres, telefoonnummer en BSN, niet meer standaard in strafdossiers. Verdachten en hun advocaten hebben dus niet meer automatisch toegang tot die gegevens. Slachtofferhulp Nederland noemde dit een historische stap na jaren van lobby. De wet geldt voor alle nieuwe processen-verbaal vanaf die datum. Eerder ingediende dossiers vallen nog onder de oude regels.

Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions

Over Juristenblog.nl

Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.

Schrijf je in & Blijf op de hoogte

Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.

We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.