De Wet op de economische delicten (WED) vormt sinds 1950 een essentieel onderdeel van het Nederlandse rechtssysteem. De wet heeft als doel de naleving van sociaal-economische regelgeving af te dwingen en fungeert als schakel tussen bestuursrecht en strafrecht. Anders dan het algemene strafrecht richt de Wet op de economische delicten zich op overtredingen die voortkomen uit economische activiteiten, bedrijfsvoering en toezichtwetgeving. Juist door die brede werking raakt de wet een groot aantal sectoren en ondernemingen.
In dit blogartikel op Juristenblog.nl gaan we dieper in op de Wet op de economische delicten en wat deze wet nou precies inhoudt. Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan!
Strafbaarheid en handhaving binnen het economisch strafrecht
De WED werkt als een zogenoemde kapstokwet. Zij verklaart overtredingen van bepalingen uit andere wetten strafbaar en bepaalt per voorschrift of sprake is van een overtreding of een misdrijf. Tot de bekendste wetten die onder de werking van de WED vallen behoren onder meer de Warenwet, de Douanewet, de Wet milieubeheer, de Telecommunicatiewet, de Tabaks- en rookwarenwet, de Arbeidstijdenwet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Deze opsomming vormt slechts een selectie uit de uitgebreide lijst van bepalingen die zijn opgenomen in artikel 1 en 1a van de WED.
| Onderdeel | Toelichting |
|---|---|
| Belangrijkste wetgeving | Wet op de economische delicten (WED) · Algemene Plaatselijke Verordening (APV) · Derde Boek Wetboek van Strafrecht (WvS) · Wegenverkeerswet 1994 · Opiumwet · Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) · Nationale wetgeving strafrechtelijke persoonsgegevens |
| Impact – individu / bedrijf | Boetes, strafvervolging, reputatieschade en financiële verliezen. |
| Impact – omgeving | Milieuschade, gezondheidsrisico’s en verstoring van de leefomgeving. |
| Impact – gemeenschap | Aantasting van vertrouwen in markt en regelgeving, preventie van criminaliteit en invloed op economische stabiliteit. |
Wanneer iemand een voorschrift uit een van deze wetten overtreedt, kan vervolging wegens een economisch delict volgen. Daarmee krijgt een administratieve norm direct strafrechtelijke betekenis, wat de impact van de Wet op de economische delicten aanzienlijk vergroot.
Strafrecht en bestuursrecht naast elkaar
Een bijzonder kenmerk van de Wet op de economische delicten is dat economische delicten zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kunnen worden afgedaan. Toezichthoudende instanties spelen hierbij een centrale rol. Afhankelijk van het rechtsgebied kunnen organisaties zoals de NVWA, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Autoriteit Consument en Markt, de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Kansspelautoriteit, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de FIOD en het Openbaar Ministerie optreden.
In strafrechtelijke trajecten ligt de uitvoering vaak bij de FIOD, de ILT, de NVWA, de Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie. Wanneer voldoende bewijs aanwezig is, volgt dagvaarding voor de economische strafkamer. De rechter kan vervolgens hoofdstraffen opleggen die vergelijkbaar zijn met het algemene strafrecht, zoals een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf. Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen opleggen, waaronder een beroepsverbod.
Het begrip opzet in economische delicten
Bij economische delicten speelt het begrip opzet een centrale rol. De rechtspraak heeft dit begrip nader ingevuld in onder meer de Spinazie-, Krulsla– en Aushilfe-Lohn-arresten. Opzet in economische strafzaken heeft dezelfde betekenis als in het commune strafrecht en geldt als kleurloos opzet. De verdachte hoeft zich niet bewust te zijn geweest van de strafbaarheid van het handelen. Het enkele bewust verrichten van de gedraging kan al voldoende zijn voor strafbaarheid.
Deze uitleg van opzet maakt economische strafzaken juridisch complex. Zij benadrukt het belang van zorgvuldige verhoren en een goed begrip van de norm waarop de verdenking is gebaseerd.
Opsporingsbevoegdheden en sancties onder de WED
Onder de WED worden verschillende opsporingsbevoegdheden en sancties als mogelijkheden gegeven om economische delicten aan te vechten. We leggen ze hieronder verder toe.
Ruime opsporingsbevoegdheden
De wetgever heeft opsporingsambtenaren ruime bevoegdheden toegekend om economische delicten effectief te kunnen bestrijden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze bevoegdheden mogen worden ingezet zodra aanwijzingen bestaan dat een economisch voorschrift niet wordt nageleefd. Een formele verdenking in de zin van het Wetboek van Strafvordering is daarvoor niet vereist.
Opsporingsambtenaren mogen op grond van de Wet op de economische delicten onder meer voorwerpen in beslag nemen, inzage vorderen in bescheiden, elke plaats betreden, vervoermiddelen onderzoeken en monsters nemen. Deze bevoegdheden gelden ook ten aanzien van personen die nog niet als verdachte zijn aangemerkt. Eenieder is verplicht medewerking te verlenen. Opzettelijke weigering vormt op zichzelf een economisch delict.
Voor de opsporing van economische delicten gelden de bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering, tenzij de Wet op de economische delicten of een daarin genoemde wet anders bepaalt. Deze systematiek versterkt de handhavingsmogelijkheden aanzienlijk.
Straffen, boetes en bijkomende maatregelen
De hoogte van de straf hangt af van de aard van het delict en de kwalificatie als overtreding of misdrijf. Bij misdrijven kan een gevangenisstraf tot zes jaar worden opgelegd, naast een taakstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Bij overtredingen geldt een maximale gevangenisstraf van één jaar of een geldboete van de vierde categorie.
Voor rechtspersonen kunnen de sancties verder oplopen tot een geldboete van de zesde categorie of een percentage van de jaaromzet. Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen opleggen, zoals ontzetting uit het recht een beroep uit te oefenen of stillegging van de onderneming. Ook reparatoire maatregelen behoren tot de mogelijkheden, waaronder herstel van de overtreden norm en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Voorbeeld uit de rechtspraak: samenloop van economische delicten
De praktijk laat zien dat economische delicten vaak niet op zichzelf staan, maar samenlopen met andere strafbare feiten. Dat blijkt ook uit de uitspraak van 10 mei 2022 door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:681). In deze zaak ging het onder meer om de invoer van teakhout in strijd met natuurwetgeving, wat als economisch delict onder de Wet op de economische delicten valt, gecombineerd met verdenkingen van witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat deze samenhangende feiten gezamenlijk konden worden behandeld, ook wanneer niet alle feiten strikt als economisch delict kwalificeren. Daarmee bevestigt de uitspraak dat overtredingen van economische regelgeving in de praktijk regelmatig onderdeel vormen van bredere strafrechtelijke onderzoeken. Voor toezichthouders en opsporingsinstanties betekent dit dat signalen van een economisch delict aanleiding kunnen geven tot verder onderzoek naar andere strafbare handelingen, terwijl voor betrokkenen duidelijk wordt dat een schending van economische voorschriften verstrekkende gevolgen kan hebben binnen het strafrechtelijk handhavingskader.
Zie ook de tabel hieronder voor meer soorten delicten:
| Onderwerp | Toelichting |
|---|---|
| Milieudelicten | Illegale lozing van afval, overtreding emissienormen, opslag van gevaarlijke stoffen. |
| Voedselveiligheidsovertredingen | Verkoop van bedorven of onveilig voedsel, onjuiste etikettering en hygiëne-overschrijdingen. |
| Frauduleuze handelspraktijken | Belastingontduiking, witwassen, valse administratie en factuurfraude. |
| Arbeidsrecht overtredingen | Zwart werk, het niet afdragen van sociale premies en schijnconstructies. |
| Kartelvorming | Illegale prijsafspraken en marktmanipulatie. |
| Douane- en import/export fraude | Smokkel, onjuiste aangiften en het omzeilen van douaneregels. |
| Productveiligheid | Verkoop van onveilige producten en het ontbreken van noodzakelijke vergunningen. |
Concluderend
De Wet op de economische delicten vormt een krachtig instrument binnen het Nederlandse recht. Door de koppeling van bestuursrechtelijke normen aan strafrechtelijke sancties bestrijkt de wet een breed terrein van economische activiteiten. De ruime opsporingsbevoegdheden, het kleurloze opzetbegrip en de zware sanctiemogelijkheden maken de Wet op de economische delicten tot een wet met verstrekkende gevolgen voor zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Daarmee benadrukt de Wet op de economische delicten het belang van naleving van economische regelgeving en effectieve handhaving ter bescherming van maatschappelijke en economische belangen.
FAQ – Wet op de economische delicten (WED)
1. Wat is het doel van de Wet op de economische delicten (WED)?
De WED heeft als doel de naleving van sociaal-economische regelgeving af te dwingen. Zij fungeert als schakel tussen bestuursrecht en strafrecht door overtredingen van andere wetten strafbaar te stellen. De wet richt zich specifiek op economische activiteiten, bedrijfsvoering en toezichtwetgeving.
2. Welke wetten vallen onder de werking van de WED?
De WED verklaart bepalingen uit andere wetten strafbaar, waaronder de Warenwet, Douanewet, Wet milieubeheer, Telecommunicatiewet en de Arbeidstijdenwet. Deze wetten zijn opgenomen in artikel 1 en 1a van de WED. De opsomming is niet limitatief maar onderdeel van een uitgebreide lijst.
3. Hoe worden economische delicten gehandhaafd: bestuursrechtelijk of strafrechtelijk?
Economische delicten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden afgedaan. Toezichthouders zoals de NVWA, FIOD en het Openbaar Ministerie spelen hierbij een centrale rol. Bij strafrechtelijke afdoening kan een zaak voor de economische strafkamer komen.
4. Wat betekent het begrip ‘opzet’ bij economische delicten?
Opzet heeft bij economische delicten dezelfde betekenis als in het commune strafrecht en geldt als kleurloos opzet. De verdachte hoeft zich niet bewust te zijn van de strafbaarheid van zijn handelen. Het bewust verrichten van de gedraging kan al voldoende zijn voor strafbaarheid.
5. Welke straffen en sancties kunnen worden opgelegd onder de WED?
Bij misdrijven kan een gevangenisstraf tot zes jaar worden opgelegd, of een geldboete van de vijfde categorie. Voor overtredingen geldt maximaal één jaar gevangenisstraf of een boete van de vierde categorie. Daarnaast zijn bijkomende straffen mogelijk, zoals een beroepsverbod of stillegging van de onderneming.
Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions
De Wet op de economische delicten (WED) vormt sinds 1950 een essentieel onderdeel van het Nederlandse rechtssysteem. De wet heeft als doel de naleving van sociaal-economische regelgeving af te dwingen en fungeert als schakel tussen bestuursrecht en strafrecht. Anders dan het algemene strafrecht richt de Wet op de economische delicten zich op overtredingen die voortkomen uit economische activiteiten, bedrijfsvoering en toezichtwetgeving. Juist door die brede werking raakt de wet een groot aantal sectoren en ondernemingen.
In dit blogartikel op Juristenblog.nl gaan we dieper in op de Wet op de economische delicten en wat deze wet nou precies inhoudt. Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan!
Strafbaarheid en handhaving binnen het economisch strafrecht
De WED werkt als een zogenoemde kapstokwet. Zij verklaart overtredingen van bepalingen uit andere wetten strafbaar en bepaalt per voorschrift of sprake is van een overtreding of een misdrijf. Tot de bekendste wetten die onder de werking van de WED vallen behoren onder meer de Warenwet, de Douanewet, de Wet milieubeheer, de Telecommunicatiewet, de Tabaks- en rookwarenwet, de Arbeidstijdenwet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Deze opsomming vormt slechts een selectie uit de uitgebreide lijst van bepalingen die zijn opgenomen in artikel 1 en 1a van de WED.
| Onderdeel | Toelichting |
|---|---|
| Belangrijkste wetgeving | Wet op de economische delicten (WED) · Algemene Plaatselijke Verordening (APV) · Derde Boek Wetboek van Strafrecht (WvS) · Wegenverkeerswet 1994 · Opiumwet · Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) · Nationale wetgeving strafrechtelijke persoonsgegevens |
| Impact – individu / bedrijf | Boetes, strafvervolging, reputatieschade en financiële verliezen. |
| Impact – omgeving | Milieuschade, gezondheidsrisico’s en verstoring van de leefomgeving. |
| Impact – gemeenschap | Aantasting van vertrouwen in markt en regelgeving, preventie van criminaliteit en invloed op economische stabiliteit. |
Wanneer iemand een voorschrift uit een van deze wetten overtreedt, kan vervolging wegens een economisch delict volgen. Daarmee krijgt een administratieve norm direct strafrechtelijke betekenis, wat de impact van de Wet op de economische delicten aanzienlijk vergroot.
Strafrecht en bestuursrecht naast elkaar
Een bijzonder kenmerk van de Wet op de economische delicten is dat economische delicten zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kunnen worden afgedaan. Toezichthoudende instanties spelen hierbij een centrale rol. Afhankelijk van het rechtsgebied kunnen organisaties zoals de NVWA, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Autoriteit Consument en Markt, de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Kansspelautoriteit, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de FIOD en het Openbaar Ministerie optreden.
In strafrechtelijke trajecten ligt de uitvoering vaak bij de FIOD, de ILT, de NVWA, de Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie. Wanneer voldoende bewijs aanwezig is, volgt dagvaarding voor de economische strafkamer. De rechter kan vervolgens hoofdstraffen opleggen die vergelijkbaar zijn met het algemene strafrecht, zoals een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf. Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen opleggen, waaronder een beroepsverbod.
Het begrip opzet in economische delicten
Bij economische delicten speelt het begrip opzet een centrale rol. De rechtspraak heeft dit begrip nader ingevuld in onder meer de Spinazie-, Krulsla– en Aushilfe-Lohn-arresten. Opzet in economische strafzaken heeft dezelfde betekenis als in het commune strafrecht en geldt als kleurloos opzet. De verdachte hoeft zich niet bewust te zijn geweest van de strafbaarheid van het handelen. Het enkele bewust verrichten van de gedraging kan al voldoende zijn voor strafbaarheid.
Deze uitleg van opzet maakt economische strafzaken juridisch complex. Zij benadrukt het belang van zorgvuldige verhoren en een goed begrip van de norm waarop de verdenking is gebaseerd.
Opsporingsbevoegdheden en sancties onder de WED
Onder de WED worden verschillende opsporingsbevoegdheden en sancties als mogelijkheden gegeven om economische delicten aan te vechten. We leggen ze hieronder verder toe.
Ruime opsporingsbevoegdheden
De wetgever heeft opsporingsambtenaren ruime bevoegdheden toegekend om economische delicten effectief te kunnen bestrijden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze bevoegdheden mogen worden ingezet zodra aanwijzingen bestaan dat een economisch voorschrift niet wordt nageleefd. Een formele verdenking in de zin van het Wetboek van Strafvordering is daarvoor niet vereist.
Opsporingsambtenaren mogen op grond van de Wet op de economische delicten onder meer voorwerpen in beslag nemen, inzage vorderen in bescheiden, elke plaats betreden, vervoermiddelen onderzoeken en monsters nemen. Deze bevoegdheden gelden ook ten aanzien van personen die nog niet als verdachte zijn aangemerkt. Eenieder is verplicht medewerking te verlenen. Opzettelijke weigering vormt op zichzelf een economisch delict.
Voor de opsporing van economische delicten gelden de bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering, tenzij de Wet op de economische delicten of een daarin genoemde wet anders bepaalt. Deze systematiek versterkt de handhavingsmogelijkheden aanzienlijk.
Straffen, boetes en bijkomende maatregelen
De hoogte van de straf hangt af van de aard van het delict en de kwalificatie als overtreding of misdrijf. Bij misdrijven kan een gevangenisstraf tot zes jaar worden opgelegd, naast een taakstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Bij overtredingen geldt een maximale gevangenisstraf van één jaar of een geldboete van de vierde categorie.
Voor rechtspersonen kunnen de sancties verder oplopen tot een geldboete van de zesde categorie of een percentage van de jaaromzet. Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen opleggen, zoals ontzetting uit het recht een beroep uit te oefenen of stillegging van de onderneming. Ook reparatoire maatregelen behoren tot de mogelijkheden, waaronder herstel van de overtreden norm en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Voorbeeld uit de rechtspraak: samenloop van economische delicten
De praktijk laat zien dat economische delicten vaak niet op zichzelf staan, maar samenlopen met andere strafbare feiten. Dat blijkt ook uit de uitspraak van 10 mei 2022 door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:681). In deze zaak ging het onder meer om de invoer van teakhout in strijd met natuurwetgeving, wat als economisch delict onder de Wet op de economische delicten valt, gecombineerd met verdenkingen van witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat deze samenhangende feiten gezamenlijk konden worden behandeld, ook wanneer niet alle feiten strikt als economisch delict kwalificeren. Daarmee bevestigt de uitspraak dat overtredingen van economische regelgeving in de praktijk regelmatig onderdeel vormen van bredere strafrechtelijke onderzoeken. Voor toezichthouders en opsporingsinstanties betekent dit dat signalen van een economisch delict aanleiding kunnen geven tot verder onderzoek naar andere strafbare handelingen, terwijl voor betrokkenen duidelijk wordt dat een schending van economische voorschriften verstrekkende gevolgen kan hebben binnen het strafrechtelijk handhavingskader.
Zie ook de tabel hieronder voor meer soorten delicten:
| Onderwerp | Toelichting |
|---|---|
| Milieudelicten | Illegale lozing van afval, overtreding emissienormen, opslag van gevaarlijke stoffen. |
| Voedselveiligheidsovertredingen | Verkoop van bedorven of onveilig voedsel, onjuiste etikettering en hygiëne-overschrijdingen. |
| Frauduleuze handelspraktijken | Belastingontduiking, witwassen, valse administratie en factuurfraude. |
| Arbeidsrecht overtredingen | Zwart werk, het niet afdragen van sociale premies en schijnconstructies. |
| Kartelvorming | Illegale prijsafspraken en marktmanipulatie. |
| Douane- en import/export fraude | Smokkel, onjuiste aangiften en het omzeilen van douaneregels. |
| Productveiligheid | Verkoop van onveilige producten en het ontbreken van noodzakelijke vergunningen. |
Concluderend
De Wet op de economische delicten vormt een krachtig instrument binnen het Nederlandse recht. Door de koppeling van bestuursrechtelijke normen aan strafrechtelijke sancties bestrijkt de wet een breed terrein van economische activiteiten. De ruime opsporingsbevoegdheden, het kleurloze opzetbegrip en de zware sanctiemogelijkheden maken de Wet op de economische delicten tot een wet met verstrekkende gevolgen voor zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Daarmee benadrukt de Wet op de economische delicten het belang van naleving van economische regelgeving en effectieve handhaving ter bescherming van maatschappelijke en economische belangen.
FAQ – Wet op de economische delicten (WED)
1. Wat is het doel van de Wet op de economische delicten (WED)?
De WED heeft als doel de naleving van sociaal-economische regelgeving af te dwingen. Zij fungeert als schakel tussen bestuursrecht en strafrecht door overtredingen van andere wetten strafbaar te stellen. De wet richt zich specifiek op economische activiteiten, bedrijfsvoering en toezichtwetgeving.
2. Welke wetten vallen onder de werking van de WED?
De WED verklaart bepalingen uit andere wetten strafbaar, waaronder de Warenwet, Douanewet, Wet milieubeheer, Telecommunicatiewet en de Arbeidstijdenwet. Deze wetten zijn opgenomen in artikel 1 en 1a van de WED. De opsomming is niet limitatief maar onderdeel van een uitgebreide lijst.
3. Hoe worden economische delicten gehandhaafd: bestuursrechtelijk of strafrechtelijk?
Economische delicten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden afgedaan. Toezichthouders zoals de NVWA, FIOD en het Openbaar Ministerie spelen hierbij een centrale rol. Bij strafrechtelijke afdoening kan een zaak voor de economische strafkamer komen.
4. Wat betekent het begrip ‘opzet’ bij economische delicten?
Opzet heeft bij economische delicten dezelfde betekenis als in het commune strafrecht en geldt als kleurloos opzet. De verdachte hoeft zich niet bewust te zijn van de strafbaarheid van zijn handelen. Het bewust verrichten van de gedraging kan al voldoende zijn voor strafbaarheid.
5. Welke straffen en sancties kunnen worden opgelegd onder de WED?
Bij misdrijven kan een gevangenisstraf tot zes jaar worden opgelegd, of een geldboete van de vijfde categorie. Voor overtredingen geldt maximaal één jaar gevangenisstraf of een boete van de vierde categorie. Daarnaast zijn bijkomende straffen mogelijk, zoals een beroepsverbod of stillegging van de onderneming.
Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions
Over Juristenblog.nl
Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.
Gerelateerde berichten
Schrijf je in & Blijf op de hoogte
Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.
We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.






