De Wet Bibob biedt overheidsinstanties een belangrijk instrument om te voorkomen dat zij onbewust criminaliteit faciliteren. Via een Bibob-onderzoek vergunning kunnen gemeenten en andere bestuursorganen de integriteit beoordelen van ondernemers en partijen met wie zij zakendoen. Dit onderzoek speelt een cruciale rol bij besluiten over vergunningen, subsidies en andere overheidsrelaties, vooral in sectoren die gevoelig zijn voor misbruik.
Alles weten over de Wet Bibob? Lees dan verder met dit artikel van Juristenblog.nl!
Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan!
Bibob-onderzoek vergunning en de rol van de overheid
De Wet Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Deze wet geeft overheidsinstanties de bevoegdheid om de achtergrond van bedrijven en personen te onderzoeken voordat zij een vergunning verlenen of een subsidie toekennen. Het doel hiervan is te voorkomen dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd via legale overheidsbesluiten.
Een Bibob-onderzoek vergunning kan door de overheidsinstantie zelf worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van verhoogde integriteitsrisico’s, kan de instantie echter advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Als uit het onderzoek blijkt dat een vergunning mogelijk wordt misbruikt voor criminele doeleinden, kan de aanvraag worden geweigerd of een bestaande vergunning worden ingetrokken. Daarmee beschermt de overheid de integriteit van het openbaar bestuur.
Rol en bevoegdheden van het Landelijk Bureau Bibob
Het LBB is onderdeel van Justis en ondersteunt overheidsinstanties bij een verdiepend Bibob-onderzoek vergunning. Het bureau onderzoekt of er een risico bestaat dat een vergunning, subsidie of andere overheidsbeslissing (opdracht/vastgoedtransactie) wordt gebruikt voor criminele activiteiten. Op basis daarvan brengt het LBB een gemotiveerd advies uit aan gemeenten, provincies en andere bestuursorganen.
Het LBB beschikt over ruimere onderzoeksbevoegdheden dan reguliere instanties. Daardoor kan het bureau meer informatie opvragen en een vollediger beeld krijgen van de integriteit van een ondernemer en diens zakelijke omgeving. Dit maakt het LBB-advies zwaarwegend bij de uiteindelijke besluitvorming.
Bij het onderzoek kijkt het LBB onder meer naar de volgende informatie:
- strafbare feiten zoals misdrijven en overtredingen
- (on)herroepelijke veroordelingen, strafbeschikkingen en sepots
- bestuurlijke boetes en herstelsancties, zoals lasten onder dwangsom
- relevante handhavingsbesluiten binnen de zakelijke omgeving
Deze brede informatiepositie stelt het LBB in staat om risico’s zorgvuldig te wegen en bestuursorganen te adviseren over de gevolgen voor een Bibob-onderzoek vergunning.
De overheid als bewaker van integriteit
De Nederlandse overheid wil alleen zaken doen met integere ondernemers. Toch proberen criminelen soms officiële vergunningen of subsidies te misbruiken. Daarom gebruikt de overheid de Wet Bibob als preventief instrument. Met een Bibob-onderzoek vergunning kan een instantie de achtergrond van een ondernemer en diens omgeving toetsen. Zo voorkomt het bestuur dat het onbedoeld criminaliteit faciliteert.
Wanneer een instantie een ernstig risico ziet op crimineel misbruik, kan zij een aanvraag weigeren. Ook kan zij een eerder verleende vergunning intrekken. Daardoor blijft de overheid een betrouwbare partner voor bonafide ondernemers. Dit maakt de wet relevant voor iedereen die afhankelijk is van een vergunning of subsidie.
Reikwijdte en betrokken partijen
De Wet Bibob geldt niet alleen voor vergunningen, maar ook voor subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Overheden passen de wet vaker toe in sectoren met verhoogde integriteitsrisico’s, zoals horeca. Ook branches zoals bouw, transport, milieu, veeteelt en chemie kunnen onder het bereik vallen. In de praktijk bepaalt de overheid per branche en situatie of een Bibob-onderzoek vergunning noodzakelijk is.
Meerdere partijen werken samen bij de toepassing van de wet. Bestuursorganen, zoals gemeenten, nemen de uiteindelijke beslissing over een aanvraag. Zij kunnen elkaar bovendien tippen wanneer zij risico’s signaleren. Het (LBB) adviseert in individuele zaken. Het Openbaar Ministerie kan relevante informatie aanleveren over strafzaken en signalen.
Andere instanties dragen ook bij aan het informatiebeeld. Denk aan opsporingsdiensten, inspecties en uitvoeringsorganisaties die gegevens beheren. De ondernemer zelf blijft de directe wederpartij en moet informatie aanleveren. Juist daarom is transparantie belangrijk tijdens een Bibob-onderzoek vergunning. Zo kan de overheid risico’s sneller beoordelen en gerichter handelen.
Verloop van een Bibob-onderzoek
Een Bibob-onderzoek vergunning start meestal bij een vergunningsaanvraag, maar kan ook volgen na een signaal van het Openbaar Ministerie. Het bestuursorgaan begint doorgaans met een eigen risico-inschatting via open bronnen en vragenlijsten. Daarnaast mag het gegevens opvragen bij bijvoorbeeld de Belastingdienst en politie. Regionale Informatie en Expertise Centra ondersteunen dit eerste onderzoek en helpen risico’s te duiden.
| Moment | Gebeurtenis | Juridisch effect |
|---|---|---|
| Start | Aanvraag vergunning of signaal vanuit het OM. | Aanleiding voor integriteitsbeoordeling door bestuursorgaan. |
| Fase 1 | Eigen onderzoek met vragenlijst, open bronnen en gegevensverzoeken. | Eerste risico-inschatting over mogelijk crimineel misbruik. |
| Fase 2 | Bij aanwijzingen vraagt de instantie advies aan het LBB. | Start verdiepend onderzoek met zwaardere informatiepositie. |
| Afronding | LBB onderzoekt financiering en structuur en geeft gemotiveerd advies. | Bestuursorgaan kan weigeren, intrekken of voorwaarden stellen. |
Wanneer het eigen onderzoek geen risico’s oplevert, gaat de normale besluitvorming door. Bij concrete aanwijzingen schakelt de overheid het LBB in voor een diepgaand onderzoek. Het LBB kijkt dan kritisch naar financiering, bedrijfsstructuur en relevante relaties. Uiteindelijk ontvangt het bestuursorgaan een gemotiveerd advies als basis voor het besluit. Zo krijgt een Bibob-onderzoek vergunning een duidelijke plek binnen de bestuurlijke besluitvorming.
Gronden voor weigering of intrekking van een vergunning
Bij een Bibob-onderzoek vergunning beoordeelt het bestuursorgaan of een vergunning kan worden verleend, geweigerd of ingetrokken. De Wet Bibob biedt deze bevoegdheid wanneer er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning wordt misbruikt voor criminele doeleinden. Dit gevaar ziet met name op het benutten van crimineel verkregen voordeel of het plegen van strafbare feiten in samenhang met de aangevraagde activiteit.
A en B gronden
De Wet Bibob onderscheidt twee hoofdgronden op basis waarvan een vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken. Deze gronden zijn verankerd in artikel 3 van de Wet Bibob en vormen de kern van de integriteitsbeoordeling bij een Bibob-onderzoek vergunning. Een bestuursorgaan mag alleen ingrijpen wanneer sprake is van een juridisch onderbouwd ernstig gevaar.
De zogenoemde A-grond ziet op het risico dat een vergunning wordt gebruikt om opbrengsten van strafbare feiten te benutten. Artikel 3 lid 1 sub a van de Wet Bibob bepaalt dat een beschikking kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een ernstig gevaar bestaat dat crimineel verkregen voordeel via de vergunning wordt benut.
De B-grond betreft het risico dat met behulp van de vergunning nieuwe strafbare feiten worden gepleegd. Ook deze grondslag volgt rechtstreeks uit artikel 3 lid 1 sub b van de Wet Bibob en wordt in de praktijk afzonderlijk beoordeeld. Samen bepalen de A-grond en B-grond of bestuursrechtelijk ingrijpen gerechtvaardigd is.
Voor beide gronden geldt dat het bestuursorgaan het gevaar zorgvuldig moet onderbouwen. De beoordeling mag niet uitsluitend op vermoedens rusten, maar moet steunen op concrete feiten en omstandigheden. Alleen bij een deugdelijke motivering kan een weigering of intrekking juridisch standhouden.
Informatie, netwerk en risicobeoordeling
Tijdens een Bibob-onderzoek vergunning is de aanvrager verplicht volledige en juiste informatie te verstrekken. Wanneer gegevens ontbreken of bewust worden achtergehouden, kan het bestuursorgaan de aanvraag buiten behandeling laten of daaruit negatieve conclusies trekken. Transparantie is daarom een essentieel onderdeel van de procedure.
De beoordeling beperkt zich niet tot de aanvrager alleen. Ook relevante personen in het zakelijke netwerk worden betrokken bij de risicoanalyse, zoals bestuurders, aandeelhouders en financiers. Hiermee voorkomt de wet dat criminele structuren via tussenpersonen toegang krijgen tot vergunningen.
- bestuurders en feitelijk leidinggevenden
- aandeelhouders en financiers
- structurele samenwerkingspartners
Door deze bredere blik kan het bestuursorgaan het risico op misbruik beter inschatten en onderbouwen.
Proportionaliteit en bestuursrechtelijk maatwerk
Niet ieder vastgesteld risico leidt automatisch tot weigering of intrekking van een vergunning. Wanneer sprake is van een beperkte mate van gevaar, moet het bestuursorgaan proportionaliteit toepassen. In dat geval kan worden gekozen voor aanvullende voorschriften in plaats van een afwijzend besluit.
Deze voorschriften zijn bedoeld om risico’s te beheersen zonder de ondernemer onevenredig te benadelen. Denk aan extra toezicht, meldplichten of beperkingen in de bedrijfsvoering. Bij elk Bibob-onderzoek vergunning moet de maatregel in verhouding staan tot het vastgestelde risico en de concrete omstandigheden van het geval.
Oorzaken voor een negatief Bibob-advies
Een negatief advies binnen een Bibob-onderzoek vergunning volgt wanneer het bestuursorgaan tot de conclusie komt dat sprake is van een ernstig integriteitsrisico. Daarbij gaat het niet om een strafrechtelijke veroordeling, maar om een bestuursrechtelijke risicoafweging. Het gevaar kan samenhangen met het benutten van crimineel verkregen voordeel of met het risico op nieuwe strafbare feiten.
Bij deze beoordeling kijkt het bestuursorgaan naar alle relevante feiten en omstandigheden. De aard van de relatie tussen de aanvrager en eventuele strafbare feiten speelt daarbij een belangrijke rol. Een directe en nauwe betrokkenheid weegt zwaarder dan een indirecte of zakelijke connectie op afstand.
Gradaties van vermoedens en bewijsvoering
Binnen een Bibob-onderzoek vergunning maakt de overheid onderscheid tussen verschillende gradaties van vermoedens. Ernstige vermoedens kunnen zelfstandig leiden tot een negatief advies. Minder zware vermoedens worden meegenomen in de totale risicoafweging en vereisen aanvullende aanwijzingen. Ook geseponeerde feiten mogen worden betrokken, omdat het bestuursrecht andere bewijsregels kent dan het strafrecht.
Voor elk vermoeden geldt dat er minimaal een objectieve grondslag aanwezig moet zijn. Het bestuursorgaan moet zijn besluit zorgvuldig motiveren en inzichtelijk maken hoe het risico is vastgesteld. Een ondeugdelijke onderbouwing vergroot de kans dat een besluit bij bezwaar of beroep geen stand houdt.
Conclusie Bibob-onderzoek vergunning
Het correct en volledig invullen van het Bibob-formulier is cruciaal. Onjuiste of onvolledige informatie kan zelfstandig leiden tot een negatief advies. Juist vanwege de impact van een Bibob-onderzoek vergunning is zorgvuldige voorbereiding essentieel. Zo blijft het evenwicht gewaarborgd tussen integriteitsbescherming en rechtsbescherming van ondernemers.
Meer weten over complexe juridische onderwerpen? Lees dan ook eens dit artikel over de anterieure overeenkomst op Juristenblog.nl!
FAQ: Bibob-onderzoek vergunning
1. Wat is een Bibob-onderzoek vergunning?
Een Bibob-onderzoek vergunning is een integriteitsonderzoek waarmee de overheid beoordeelt of een vergunning kan worden misbruikt voor criminele doeleinden. Het onderzoek voorkomt dat de overheid onbewust criminaliteit faciliteert via haar besluiten.
2. Wanneer kan een Bibob-onderzoek vergunning worden gestart?
Een Bibob-onderzoek vergunning start meestal bij een vergunningsaanvraag, maar kan ook volgen na een signaal van het Openbaar Ministerie. Vooral in risicovolle sectoren past de overheid dit instrument vaker toe.
3. Wat gebeurt er bij een negatief Bibob-advies?
Bij een negatief advies kan de overheid een vergunning weigeren of een bestaande vergunning intrekken. Dit gebeurt wanneer een ernstig integriteitsrisico wordt vastgesteld op basis van feiten en omstandigheden.
4. Wie voert het Bibob-onderzoek vergunning uit?
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bestuursorgaan zelf en kan worden verdiept met een advies van het Landelijk Bureau Bibob. Dit bureau beschikt over ruimere bevoegdheden om integriteitsrisico’s te beoordelen.
5. Kan een vergunning altijd worden geweigerd na een Bibob-onderzoek?
Nee, bij beperkte risico’s kan de overheid kiezen voor aanvullende voorschriften in plaats van weigering. Het bestuursorgaan moet altijd een proportionele maatregel nemen die past bij het vastgestelde risico.
Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions
De Wet Bibob biedt overheidsinstanties een belangrijk instrument om te voorkomen dat zij onbewust criminaliteit faciliteren. Via een Bibob-onderzoek vergunning kunnen gemeenten en andere bestuursorganen de integriteit beoordelen van ondernemers en partijen met wie zij zakendoen. Dit onderzoek speelt een cruciale rol bij besluiten over vergunningen, subsidies en andere overheidsrelaties, vooral in sectoren die gevoelig zijn voor misbruik.
Alles weten over de Wet Bibob? Lees dan verder met dit artikel van Juristenblog.nl!
Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan!
Bibob-onderzoek vergunning en de rol van de overheid
De Wet Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Deze wet geeft overheidsinstanties de bevoegdheid om de achtergrond van bedrijven en personen te onderzoeken voordat zij een vergunning verlenen of een subsidie toekennen. Het doel hiervan is te voorkomen dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd via legale overheidsbesluiten.
Een Bibob-onderzoek vergunning kan door de overheidsinstantie zelf worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van verhoogde integriteitsrisico’s, kan de instantie echter advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Als uit het onderzoek blijkt dat een vergunning mogelijk wordt misbruikt voor criminele doeleinden, kan de aanvraag worden geweigerd of een bestaande vergunning worden ingetrokken. Daarmee beschermt de overheid de integriteit van het openbaar bestuur.
Rol en bevoegdheden van het Landelijk Bureau Bibob
Het LBB is onderdeel van Justis en ondersteunt overheidsinstanties bij een verdiepend Bibob-onderzoek vergunning. Het bureau onderzoekt of er een risico bestaat dat een vergunning, subsidie of andere overheidsbeslissing (opdracht/vastgoedtransactie) wordt gebruikt voor criminele activiteiten. Op basis daarvan brengt het LBB een gemotiveerd advies uit aan gemeenten, provincies en andere bestuursorganen.
Het LBB beschikt over ruimere onderzoeksbevoegdheden dan reguliere instanties. Daardoor kan het bureau meer informatie opvragen en een vollediger beeld krijgen van de integriteit van een ondernemer en diens zakelijke omgeving. Dit maakt het LBB-advies zwaarwegend bij de uiteindelijke besluitvorming.
Bij het onderzoek kijkt het LBB onder meer naar de volgende informatie:
- strafbare feiten zoals misdrijven en overtredingen
- (on)herroepelijke veroordelingen, strafbeschikkingen en sepots
- bestuurlijke boetes en herstelsancties, zoals lasten onder dwangsom
- relevante handhavingsbesluiten binnen de zakelijke omgeving
Deze brede informatiepositie stelt het LBB in staat om risico’s zorgvuldig te wegen en bestuursorganen te adviseren over de gevolgen voor een Bibob-onderzoek vergunning.
De overheid als bewaker van integriteit
De Nederlandse overheid wil alleen zaken doen met integere ondernemers. Toch proberen criminelen soms officiële vergunningen of subsidies te misbruiken. Daarom gebruikt de overheid de Wet Bibob als preventief instrument. Met een Bibob-onderzoek vergunning kan een instantie de achtergrond van een ondernemer en diens omgeving toetsen. Zo voorkomt het bestuur dat het onbedoeld criminaliteit faciliteert.
Wanneer een instantie een ernstig risico ziet op crimineel misbruik, kan zij een aanvraag weigeren. Ook kan zij een eerder verleende vergunning intrekken. Daardoor blijft de overheid een betrouwbare partner voor bonafide ondernemers. Dit maakt de wet relevant voor iedereen die afhankelijk is van een vergunning of subsidie.
Reikwijdte en betrokken partijen
De Wet Bibob geldt niet alleen voor vergunningen, maar ook voor subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Overheden passen de wet vaker toe in sectoren met verhoogde integriteitsrisico’s, zoals horeca. Ook branches zoals bouw, transport, milieu, veeteelt en chemie kunnen onder het bereik vallen. In de praktijk bepaalt de overheid per branche en situatie of een Bibob-onderzoek vergunning noodzakelijk is.
Meerdere partijen werken samen bij de toepassing van de wet. Bestuursorganen, zoals gemeenten, nemen de uiteindelijke beslissing over een aanvraag. Zij kunnen elkaar bovendien tippen wanneer zij risico’s signaleren. Het (LBB) adviseert in individuele zaken. Het Openbaar Ministerie kan relevante informatie aanleveren over strafzaken en signalen.
Andere instanties dragen ook bij aan het informatiebeeld. Denk aan opsporingsdiensten, inspecties en uitvoeringsorganisaties die gegevens beheren. De ondernemer zelf blijft de directe wederpartij en moet informatie aanleveren. Juist daarom is transparantie belangrijk tijdens een Bibob-onderzoek vergunning. Zo kan de overheid risico’s sneller beoordelen en gerichter handelen.
Verloop van een Bibob-onderzoek
Een Bibob-onderzoek vergunning start meestal bij een vergunningsaanvraag, maar kan ook volgen na een signaal van het Openbaar Ministerie. Het bestuursorgaan begint doorgaans met een eigen risico-inschatting via open bronnen en vragenlijsten. Daarnaast mag het gegevens opvragen bij bijvoorbeeld de Belastingdienst en politie. Regionale Informatie en Expertise Centra ondersteunen dit eerste onderzoek en helpen risico’s te duiden.
| Moment | Gebeurtenis | Juridisch effect |
|---|---|---|
| Start | Aanvraag vergunning of signaal vanuit het OM. | Aanleiding voor integriteitsbeoordeling door bestuursorgaan. |
| Fase 1 | Eigen onderzoek met vragenlijst, open bronnen en gegevensverzoeken. | Eerste risico-inschatting over mogelijk crimineel misbruik. |
| Fase 2 | Bij aanwijzingen vraagt de instantie advies aan het LBB. | Start verdiepend onderzoek met zwaardere informatiepositie. |
| Afronding | LBB onderzoekt financiering en structuur en geeft gemotiveerd advies. | Bestuursorgaan kan weigeren, intrekken of voorwaarden stellen. |
Wanneer het eigen onderzoek geen risico’s oplevert, gaat de normale besluitvorming door. Bij concrete aanwijzingen schakelt de overheid het LBB in voor een diepgaand onderzoek. Het LBB kijkt dan kritisch naar financiering, bedrijfsstructuur en relevante relaties. Uiteindelijk ontvangt het bestuursorgaan een gemotiveerd advies als basis voor het besluit. Zo krijgt een Bibob-onderzoek vergunning een duidelijke plek binnen de bestuurlijke besluitvorming.
Gronden voor weigering of intrekking van een vergunning
Bij een Bibob-onderzoek vergunning beoordeelt het bestuursorgaan of een vergunning kan worden verleend, geweigerd of ingetrokken. De Wet Bibob biedt deze bevoegdheid wanneer er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning wordt misbruikt voor criminele doeleinden. Dit gevaar ziet met name op het benutten van crimineel verkregen voordeel of het plegen van strafbare feiten in samenhang met de aangevraagde activiteit.
A en B gronden
De Wet Bibob onderscheidt twee hoofdgronden op basis waarvan een vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken. Deze gronden zijn verankerd in artikel 3 van de Wet Bibob en vormen de kern van de integriteitsbeoordeling bij een Bibob-onderzoek vergunning. Een bestuursorgaan mag alleen ingrijpen wanneer sprake is van een juridisch onderbouwd ernstig gevaar.
De zogenoemde A-grond ziet op het risico dat een vergunning wordt gebruikt om opbrengsten van strafbare feiten te benutten. Artikel 3 lid 1 sub a van de Wet Bibob bepaalt dat een beschikking kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een ernstig gevaar bestaat dat crimineel verkregen voordeel via de vergunning wordt benut.
De B-grond betreft het risico dat met behulp van de vergunning nieuwe strafbare feiten worden gepleegd. Ook deze grondslag volgt rechtstreeks uit artikel 3 lid 1 sub b van de Wet Bibob en wordt in de praktijk afzonderlijk beoordeeld. Samen bepalen de A-grond en B-grond of bestuursrechtelijk ingrijpen gerechtvaardigd is.
Voor beide gronden geldt dat het bestuursorgaan het gevaar zorgvuldig moet onderbouwen. De beoordeling mag niet uitsluitend op vermoedens rusten, maar moet steunen op concrete feiten en omstandigheden. Alleen bij een deugdelijke motivering kan een weigering of intrekking juridisch standhouden.
Informatie, netwerk en risicobeoordeling
Tijdens een Bibob-onderzoek vergunning is de aanvrager verplicht volledige en juiste informatie te verstrekken. Wanneer gegevens ontbreken of bewust worden achtergehouden, kan het bestuursorgaan de aanvraag buiten behandeling laten of daaruit negatieve conclusies trekken. Transparantie is daarom een essentieel onderdeel van de procedure.
De beoordeling beperkt zich niet tot de aanvrager alleen. Ook relevante personen in het zakelijke netwerk worden betrokken bij de risicoanalyse, zoals bestuurders, aandeelhouders en financiers. Hiermee voorkomt de wet dat criminele structuren via tussenpersonen toegang krijgen tot vergunningen.
- bestuurders en feitelijk leidinggevenden
- aandeelhouders en financiers
- structurele samenwerkingspartners
Door deze bredere blik kan het bestuursorgaan het risico op misbruik beter inschatten en onderbouwen.
Proportionaliteit en bestuursrechtelijk maatwerk
Niet ieder vastgesteld risico leidt automatisch tot weigering of intrekking van een vergunning. Wanneer sprake is van een beperkte mate van gevaar, moet het bestuursorgaan proportionaliteit toepassen. In dat geval kan worden gekozen voor aanvullende voorschriften in plaats van een afwijzend besluit.
Deze voorschriften zijn bedoeld om risico’s te beheersen zonder de ondernemer onevenredig te benadelen. Denk aan extra toezicht, meldplichten of beperkingen in de bedrijfsvoering. Bij elk Bibob-onderzoek vergunning moet de maatregel in verhouding staan tot het vastgestelde risico en de concrete omstandigheden van het geval.
Oorzaken voor een negatief Bibob-advies
Een negatief advies binnen een Bibob-onderzoek vergunning volgt wanneer het bestuursorgaan tot de conclusie komt dat sprake is van een ernstig integriteitsrisico. Daarbij gaat het niet om een strafrechtelijke veroordeling, maar om een bestuursrechtelijke risicoafweging. Het gevaar kan samenhangen met het benutten van crimineel verkregen voordeel of met het risico op nieuwe strafbare feiten.
Bij deze beoordeling kijkt het bestuursorgaan naar alle relevante feiten en omstandigheden. De aard van de relatie tussen de aanvrager en eventuele strafbare feiten speelt daarbij een belangrijke rol. Een directe en nauwe betrokkenheid weegt zwaarder dan een indirecte of zakelijke connectie op afstand.
Gradaties van vermoedens en bewijsvoering
Binnen een Bibob-onderzoek vergunning maakt de overheid onderscheid tussen verschillende gradaties van vermoedens. Ernstige vermoedens kunnen zelfstandig leiden tot een negatief advies. Minder zware vermoedens worden meegenomen in de totale risicoafweging en vereisen aanvullende aanwijzingen. Ook geseponeerde feiten mogen worden betrokken, omdat het bestuursrecht andere bewijsregels kent dan het strafrecht.
Voor elk vermoeden geldt dat er minimaal een objectieve grondslag aanwezig moet zijn. Het bestuursorgaan moet zijn besluit zorgvuldig motiveren en inzichtelijk maken hoe het risico is vastgesteld. Een ondeugdelijke onderbouwing vergroot de kans dat een besluit bij bezwaar of beroep geen stand houdt.
Conclusie Bibob-onderzoek vergunning
Het correct en volledig invullen van het Bibob-formulier is cruciaal. Onjuiste of onvolledige informatie kan zelfstandig leiden tot een negatief advies. Juist vanwege de impact van een Bibob-onderzoek vergunning is zorgvuldige voorbereiding essentieel. Zo blijft het evenwicht gewaarborgd tussen integriteitsbescherming en rechtsbescherming van ondernemers.
Meer weten over complexe juridische onderwerpen? Lees dan ook eens dit artikel over de anterieure overeenkomst op Juristenblog.nl!
FAQ: Bibob-onderzoek vergunning
1. Wat is een Bibob-onderzoek vergunning?
Een Bibob-onderzoek vergunning is een integriteitsonderzoek waarmee de overheid beoordeelt of een vergunning kan worden misbruikt voor criminele doeleinden. Het onderzoek voorkomt dat de overheid onbewust criminaliteit faciliteert via haar besluiten.
2. Wanneer kan een Bibob-onderzoek vergunning worden gestart?
Een Bibob-onderzoek vergunning start meestal bij een vergunningsaanvraag, maar kan ook volgen na een signaal van het Openbaar Ministerie. Vooral in risicovolle sectoren past de overheid dit instrument vaker toe.
3. Wat gebeurt er bij een negatief Bibob-advies?
Bij een negatief advies kan de overheid een vergunning weigeren of een bestaande vergunning intrekken. Dit gebeurt wanneer een ernstig integriteitsrisico wordt vastgesteld op basis van feiten en omstandigheden.
4. Wie voert het Bibob-onderzoek vergunning uit?
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bestuursorgaan zelf en kan worden verdiept met een advies van het Landelijk Bureau Bibob. Dit bureau beschikt over ruimere bevoegdheden om integriteitsrisico’s te beoordelen.
5. Kan een vergunning altijd worden geweigerd na een Bibob-onderzoek?
Nee, bij beperkte risico’s kan de overheid kiezen voor aanvullende voorschriften in plaats van weigering. Het bestuursorgaan moet altijd een proportionele maatregel nemen die past bij het vastgestelde risico.
Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions
Over Juristenblog.nl
Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.
Gerelateerde berichten
Schrijf je in & Blijf op de hoogte
Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.
We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.






