Het zijn advocaten die vertrouwen uitstralen, dossiers beheersen en hun cliënten door de meest complexe juridische procedures loodsen. Maar wat gebeurt er als de bewaker van het recht zelf de fout ingaat? In 2025 en 2026 stapelden de incidenten zich op: een advocaat die verzonnen jurisprudentie indiende bij de rechter, een strafrechtadvocaat die zijn beroepsgeheim brak en drie maanden celstraf kreeg, een advocaat die vertrouwelijke processtukken in de prullenbak van een supermarkt gooide, en een juridisch netwerk rondom ondernemer Sanderink dat inmiddels zes tuchtuitspraken heeft opgeleverd. Juristenblog.nl zet de opvallendste zaken van het afgelopen jaar op een rij. Liever snel inzicht? Lees dan de FAQ onderaan!

Wat dit jaar opvallend maakt, is niet alleen de diversiteit van de fouten, maar ook de schaal. De combinatie van AI-hallucinaties in de rechtszaal, een strafrechtelijke veroordeling wegens beroepsgeheimschending, zes sancties in één dossier en een structureel tekortschietende werkwijze bij duizenden scheidingszaken tekent een breder beeld dan een reeks losse incidenten. De vraag die centraal staat: hoe robuust reageert het recht als advocaten de fout ingaan?

Wat betekent het als een advocaat in de fout gaat?

Advocaten zijn gebonden aan strenge beroeps- en gedragsregels. De wettelijke tuchtnorm is neergelegd in artikel 46 van de Advocatenwet: een advocaat mag zich niet schuldig maken aan “handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt”. Die open norm wordt geconcretiseerd door de vijf kernwaarden uit artikel 10a van de Advocatenwet: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Elke kernwaarde legt een specifieke verplichting op. Integriteit verbiedt handelingen die een behoorlijk advocaat niet betamen. Vertrouwelijkheid verankert het beroepsgeheim. Deskundigheid verplicht tot up-to-date vakkennis, ook als het gaat om nieuwe technologieën. Schiet een advocaat op een of meer van deze punten tekort, dan kan iedere belanghebbende een klacht indienen bij de deken, in het uiterste geval met schrapping van het tableau als gevolg.

Een klacht leidt niet automatisch tot een maatregel. De tuchtrechter toetst per geval en weegt het verleden van de advocaat mee. Wie voor het eerst de fout ingaat en direct erkent te hebben gefaald, wordt doorgaans milder beoordeeld dan een advocaat die volhardt. Die nuance verklaart waarom sancties dit jaar sterk uiteen liepen: van een coachingsverplichting tot dertien weken onvoorwaardelijke schorsing.

Klacht indienen bij de deken: hoe werkt dat?

Wie vindt dat zijn advocaat een fout heeft gemaakt, kan een klacht indienen bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt. De deken treedt op als vooronderzoeker en probeert het geschil in der minne te schikken. Lukt dat niet, dan kan de klacht worden doorgestuurd naar de raad van discipline. Dat is voor de klager een drempelvrij traject: er is geen verplichte rechtsbijstand, en het griffierecht bedraagt slechts 50 euro. Wie in het gelijk wordt gesteld, krijgt dat bedrag terug op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet.

Naast de tuchtrechtelijke route staat altijd de civiele aansprakelijkheidsvordering open. Wie aantoonbaar schade heeft geleden door een beroepsfout van zijn advocaat, kan die schade verhalen via de rechter. Beide wegen sluiten elkaar niet uit en kunnen tegelijk worden gevolgd.

Definitie – Advocaat tuchtrecht

Hoe werkt het tuchtrecht voor advocaten?

Het tuchtrecht voor advocaten is geregeld in artikelen 46 tot en met 60h van de Advocatenwet. Iedere belanghebbende (een cliënt, de wederpartij of de deken zelf) kan een klacht indienen. De procedure verloopt als volgt:

  • Stap 1 – Deken: De klacht gaat eerst naar de deken van het arrondissement. De deken doet vooronderzoek en probeert te schikken (art. 46c Advocatenwet).
  • Stap 2 – Raad van Discipline: Als schikking uitblijft, gaat de klacht naar één van de vier raden van discipline. De raad kan een waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing of schrapping opleggen (art. 48 Advocatenwet).
  • Stap 3 – Hof van Discipline: Tegen de uitspraak van de raad staat hoger beroep open bij het Hof van Discipline.

Een bijzondere voorwaarde, zoals een verplicht coachingstraject, kan uitsluitend worden gekoppeld aan een voorwaardelijke schorsing (art. 48a Advocatenwet).

AI in de rechtszaal: wanneer technologie gevaarlijk wordt

Het meest besproken thema in de advocatuur van 2025–2026 is ongetwijfeld het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het opstellen van processtukken. In een groeiend aantal zaken ontdekten rechters dat advocaten jurisprudentie hadden aangehaald die simpelweg niet bestond, gegenereerd door AI-tools als ChatGPT, en klakkeloos overgenomen zonder verificatie.

Het eerste bekende Nederlandse geval speelde in de zomer van 2025 bij de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:10388). In een handelsnaamgeschil bleek bij de mondelinge behandeling dat letterlijk alle ECLI-nummers in de conclusie van antwoord onjuist waren: sommige verwezen naar strafrechtelijke uitspraken, andere bestonden in het geheel niet. Geconfronteerd met de bevindingen verklaarde de advocaat dat “dit alles is veroorzaakt door een probleem bij het converteren van een word-bestand naar pdf”. De rechtbank was niet onder de indruk: “Deze verklaring roept vragen op.” De zaak wees bovendien op een mogelijke schending van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de waarheidsplicht die van procespartijen vereist dat zij feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

Dezelfde advocaat diende drie maanden later bij dezelfde rechtbank opnieuw stukken in met niet-bestaande uitspraken. In februari 2026 volgde een derde zaak: de kantonrechter bij de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:1582) sprak zich expliciet uit over het “schadelijk gebruik van AI”. En in april 2026 verwees een advocaat bij de Ondernemingskamer naar fictieve jurisprudentie. Correctiepogingen leidden tot nieuwe uitspraken die evenmin bestonden. Het Financieele Dagblad kopte: ‘Hier is AI op hol geslagen.’

Overzicht: AI-blunders in de Nederlandse rechtszaal (2025–2026)

Wanneer Zaak / instantie Wat ging er mis Gevolg
Augustus 2025 Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:10388
Alle ECLI-nummers in conclusie van antwoord onjuist of niet-bestaand Rechterlijke berisping; mogelijke schending art. 21 Rv
Februari 2026 Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:1582
Wederom fictieve jurisprudentie; “schadelijk gebruik van AI” Kantonrechter spreekt zich expliciet uit; toezichthouder gewaarschuwd
April 2026 Ondernemingskamer Amsterdam Fictieve jurisprudentie; correctiepogingen leverden nieuwe verzinsels op Landelijke media-aandacht; FD en NRC berichten over “AI op hol”
Begin 2026 Meerdere rechtbanken (NL-breed) Drie advocaten aangesproken door toezichthouder over onjuist AI-gebruik Waarschuwing; twee advocaten verplicht op AI-cursus

De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de advocaat, zo benadrukt de Nederlandse Orde van Advocaten. De kernwaarde deskundigheid uit artikel 10a Advocatenwet verplicht de advocaat over voldoende kennis en vaardigheden te beschikken, ook als het gaat om de tools die hij inzet. AI kan een hulpmiddel zijn, maar ontslaat niet van de plicht tot controle en professionele beoordeling van elk processtuk.

Waarom hallucineert AI jurisprudentie?

Generatieve AI-modellen produceren vloeiende, overtuigende tekst, ook wanneer ze de exacte feiten niet kennen. In de juridische praktijk uit zich dat als fictieve ECLI-nummers: keurig opgemaakt, voorzien van datum en instantie, maar bij controle nergens te vinden. Wie die output zonder verificatie indient, zet zijn cliënt en zijn eigen reputatie op het spel. De Gelderse deken Wouter Timmermans verwoordde het eerder dit jaar treffend: klakkeloos overnemen is onacceptabel, hoe overtuigend de uitvoer ook oogt. Wie na alle publiciteit over dit onderwerp nog steeds ongecontroleerde AI-output bij de rechter indient, kan moeilijk een beroep doen op onwetendheid.

Beroepsgeheim geschonden: advocaat krijgt celstraf

Een van de zwaarste zaken van 2026 speelde bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Een Rotterdamse strafrechtadvocaat liet in april 2020 een drugshandelaar op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een van zijn cliënten, een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Beperkingen betekenen in strafrechtelijke zin dat een verdachte uitsluitend contact mag hebben met zijn advocaat, niet met anderen. De advocaat brak die regeling bewust en stelde daarmee de integriteit van het verhoor in gevaar. De zaak kwam aan het licht via Encrochat-berichten die in een ander strafrechtelijk onderzoek werden ontsleuteld.

Op 15 april 2026 veroordeelde het hof de advocaat tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (ECLI:NL:GHAMS:2026:614). De grondslag: artikel 272 Sr, dat opzettelijke beroepsgeheimschending strafbaar stelt met maximaal één jaar gevangenisstraf, mede uitgelegd via ECLI:NL:HR:2026:32.

Definitie – Beroepsgeheim advocaat

Wat is het beroepsgeheim van de advocaat?

Het beroepsgeheim is de wettelijke plicht van de advocaat om alles wat hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening verneemt, geheim te houden. De grondslag is drieledig:

  • Art. 10a lid 1 sub e Advocatenwet: de kernwaarde vertrouwelijkheid: de advocaat is vertrouwenspersoon en neemt geheimhouding in acht.
  • Art. 11a Advocatenwet: de gecodificeerde geheimhoudingsplicht, die ook geldt voor medewerkers en blijft gelden na beëindiging van de opdracht.
  • Gedragsregel 3 lid 2: de praktische uitwerking in de beroepsregels van de NOvA.

Schending van het beroepsgeheim is niet alleen tuchtrechtelijk verwijtbaar, het kan ook strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 272 Sr.

Het hof sprak openlijk zijn ongenoegen uit. Het noemde de fout “onvergeeflijk” en liet weten dat het de advocaat eigenlijk zijn beroep had willen ontzetten, maar de wet biedt die mogelijkheid niet in strafzaken. Ontzetting uit het beroep als bijkomende straf is in Nederland niet mogelijk bij artikel 272 Sr. Dat onderscheid (tussen wat strafrecht en tuchtrecht vermogen) is juridisch relevant. De tuchtrechter en de strafrechter opereren naast elkaar, niet in elkaars verlengde.

Een lacune in het recht: straf en beroep lopen niet synchroon

De Rotterdamse zaak legt een structurele spanning bloot in het Nederlandse rechtssysteem. Het gerechtshof legde een gevangenisstraf op, maar kon de advocaat niet verhinderen na het uitzitten van die straf gewoon zijn praktijk te hervatten. Dat is uitsluitend een kwestie voor de tuchtrechter. In de praktijk lopen strafrechtelijke en tuchtrechtelijke procedures vaak parallel, maar ze zijn niet aan elkaar gekoppeld. Een strafrechtelijke veroordeling leidt niet automatisch tot een tuchtrechtelijke sanctie, en omgekeerd sluit een vrijspraak door de strafrechter een berisping of schorsing door de tuchtrechter niet uit.

Voor cliënten die schade hebben geleden door het handelen van een advocaat is dat een belangrijk gegeven. Wie via het strafrecht geen genoegdoening krijgt, kan altijd nog de tuchtrechtelijke weg bewandelen. En wie niet tevreden is met de uitkomst van de raad van discipline, heeft nog het Hof van Discipline als hogerberoepsinstantie.

De zaak-Sanderink: zes advocaten, zes tuchtuitspraken

Weinig zaken in de Nederlandse advocatuurgeschiedenis illustreren het gevaar van grenzeloze cliëntloyaliteit zo scherp als het juridische netwerk rondom ondernemer Gerard Sanderink en zijn toenmalige partner Cynthia Alma van Rijbroek. In mei 2026 bereikte de teller een getal dat in tuchtrechtelijke kringen als ongekend wordt bestempeld: zes uitspraken tegen advocaten die voor dit koppel optraden, elk afgesloten met een sanctie. Dat er inmiddels een zesde advocaat is gesanctioneerd, maakt de zaak-Sanderink tot een unicum in het Nederlandse tuchtrecht.

De meest recente uitspraak dateert van 11 mei 2026. Het Hof van Discipline legde een van de betrokken advocaten een onvoorwaardelijke schorsing van dertien weken op (ECLI:NL:TAHVD:2026:129). Eerder had de Raad van Discipline in dezelfde zaak slechts een berisping opgelegd, maar het hof ging aanmerkelijk verder. De advocaat had rechters opzettelijk misleid, meegewerkt aan een onrechtmatige beslagconstructie en bijgedragen aan publicaties op de website Onrecht.nl, een platform dat werd ingezet voor een lastercampagne tegen de ex-partner van Sanderink. Het hof kwalificeerde het handelen als “ernstig laakbaar” en benadrukte dat de raad de ernst van de overtredingen had onderschat. Dat het hof vervolgens de sanctie ruimschoots verzwaarde, is in tuchtrechtelijke kringen uitzonderlijk.

Eerder werden ook de advocaten Acda, Verbruggen en Boogaard gesanctioneerd, waaronder via de uitspraak van de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:TADRARL:2026:50). Wat de reeks verenigt: advocaten die keer op keer meegingen in een strategie die de grenzen van het betamelijke ver te buiten ging.

Wanneer loyaliteit aan de cliënt omslaat in medeplichtigheid

De Sanderink-zaken roepen een fundamentele vraag op over de grenzen van de advocatenrol. Een advocaat is partijdig van nature: hij behartigt de belangen van zijn cliënt, niet die van de samenleving of de wederpartij. Maar die partijdigheid heeft grenzen. Gedragsregel 1 verplicht de advocaat tot betamelijk en integer handelen, ook jegens de rechter. Wie rechters opzettelijk misleidt of meewerkt aan een lastercampagne, overschrijdt die grens ruimschoots. Wat de reeks van zes uitspraken bijzonder maakt, is dat het geen losse incidenten zijn in ongerelateerde dossiers, maar een aaneengesloten patroon van grensoverschrijdend gedrag, telkens in dienst van dezelfde opdrachtgever.

Voor het Hof van Discipline is zo’n patroon een uitdrukkelijk verzwarende omstandigheid. Het hof heeft dit in de meest recente uitspraak ook expliciet benoemd: niet de ernst van één enkele overtreding, maar de structurele keuze om mee te gaan in een juridische strategie die de rechtsstaat ondermijnt, rechtvaardigde de zware sanctie.

Processtukken in de prullenbak: nalatigheid met grote gevolgen

Naast opzettelijke overtredingen zijn er ook zaken die voortkomen uit nalatigheid en een gebrek aan basiszorgvuldigheid. In mei 2026 legde de tuchtrechter een advocaat uit Dordrecht een voorwaardelijke schorsing van twee weken op, gecombineerd met een verplicht coachingstraject (ECLI:NL:TADRSGR:2026:99). De aanleiding was opvallend concreet: de advocaat had delen van een dossier uit een persgevoelige gewelds- en zedenzaak weggegooid in de prullenbak van een supermarkt. Een voorbijganger vond het dossier, herkende de ernst ervan en leverde het af bij de politie.

De advocaat erkende dat hij fout had gehandeld. De tuchtrechter oordeelde dat daarmee de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid waren geschonden en het vertrouwen in de advocatuur op grove wijze was aangetast. Omdat de advocaat inzicht toonde, volstond de raad met een voorwaardelijke schorsing.

Een structureel probleem in een ander deel van de advocatuur werd zichtbaar na een klacht van een fotograaf uit Hoogeveen. Haar zaak leidde tot een breder onderzoek door de toezichthouder, waaruit bleek dat scheidingsadvocaten landelijk structureel tekortschieten bij de controle van echtscheidingsovereenkomsten. Convenanten worden niet of onvoldoende gecontroleerd, met soms grote financiële en juridische gevolgen voor cliënten die niet weten wat zij tekenen. De klacht raakt aan gedragsregel 13 lid 1 (zorgvuldige uitvoering van de opdracht) en gedragsregel 16 lid 1, de informatieplicht richting de cliënt. In een afzonderlijke tuchtuitspraak (ECLI:NL:TADRARL:2026:46) bleek één advocaat stelselmatig nalatig te zijn geweest in maar liefst 1.700 dossiers per jaar, zonder dat cliënten daarvan op de hoogte waren.

Scheidingsadvocaten onder vuur: een kwestie van zorgplicht

De kwestie rond scheidingsadvocaten raakt aan een specifieke praktijk die weinig publieke aandacht krijgt: de zogenoemde afhechting bij gemeenschappelijk verzoek. Wanneer twee partners samen een echtscheiding aanvragen via een mediator, is het een advocaat die het convenant formeel bij de rechtbank indient. Dat klinkt als een administratieve handeling, maar brengt een zware zorgplicht met zich mee. De advocaat moet het convenant inhoudelijk beoordelen, nagaan of beide partijen begrijpen wat zij ondertekenen en erop wijzen als afspraken juridisch onhoudbaar of nadelig zijn.

Wie dat traject afdoet in minder dan een half uur per dossier, laat een cliënt in de steek op een van de kwetsbaarste momenten in zijn of haar leven. De boodschap van de toezichthouder is helder: ook een routineklus is geen vrijbrief voor onzorgvuldigheid.

Overzicht: tuchtrechtelijke maatregelen voor advocaten

Maatregel Wettelijke basis Wanneer?
Waarschuwing Art. 48 lid 2 sub a Advocatenwet Lichte overtreding, geen tuchtrechtelijk verleden
Berisping Art. 48 lid 2 sub b Advocatenwet Serieus verwijtbaar handelen
Voorwaardelijke schorsing Art. 48 + 48a Advocatenwet Ernst + inzicht getoond; bijzondere voorwaarden mogelijk (bijv. coaching)
Onvoorwaardelijke schorsing Art. 48 lid 2 sub c Advocatenwet Ernstig laakbaar handelen; advocaat kan niet meer praktiseren
Schrapping van het tableau Art. 48 lid 2 sub d Advocatenwet Zwaarste maatregel; definitief einde advocatenloopbaan

Wat als een advocaat een fout maakt: wat zegt dit over de advocatuur?

De zaken van 2025–2026 zijn niet representatief voor de gemiddelde advocaat. De Nederlandse advocatuur telt ruim 18.000 ingeschreven advocaten, en de overgrote meerderheid werkt dagelijks integer, zorgvuldig en met kennis van zaken. Maar de incidenten die dit jaar aan het licht kwamen, laten wel zien dat de professionele standaard op een aantal fronten onder druk staat: door de opmars van technologie die niet goed wordt beheerst, door een cliëntloyaliteit die haar grenzen verliest, en door nalatigheid in praktijken die door routinisering aan scherpte hebben ingeboet.

Opvallend is de beperking van het strafrecht: het gerechtshof wilde de advocaat eigenlijk uit zijn beroep zetten, maar de wet biedt die mogelijkheid niet bij artikel 272 Sr. Het tuchtrecht en het strafrecht lopen daarin niet synchroon. Hetzelfde geldt voor AI: de bestaande gedragsnormen zijn breed genoeg om advocaten aansprakelijk te houden, en de toezichthouder maakt daar nu actief gebruik van.

Vertrouwen als fundament: wat staat er op het spel?

Advocaten bekleden een bijzondere positie in de rechtsstaat. Zij hebben toegang tot informatie die anderen wordt onthouden, spreken namens cliënten voor de rechter en bewaken belangen in procedures die levens kunnen bepalen. Dat bijzondere privilege gaat gepaard met een even bijzondere verantwoordelijkheid. Wie als advocaat de fout ingaat, schaadt niet alleen zijn cliënt, maar ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat als geheel. Dat is de reden dat het tuchtrecht openbaar is, dat uitspraken worden gepubliceerd en dat de NOvA een lijst bijhoudt van geschorste en geschrapte advocaten.

Transparantie is de tegenhanger van het privilege dat advocaten genieten, en de zaken van dit jaar laten zien dat die transparantie werkt: misstanden komen aan het licht, worden openbaar beoordeeld en gesanctioneerd. Advocaten die AI inzetten voor processtukken dragen de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud. Wie dat vergeet, riskeert een tuchtrechtelijke procedure. De NOvA houdt actief toezicht. Dat signaal mag duidelijk zijn.

FAQ – Advocaat in de fout: wat zijn uw rechten?

Wat als een advocaat een fout maakt: wat kunt u doen?
Als een advocaat een fout maakt, heeft u meerdere mogelijkheden. U kunt een klacht indienen bij de deken van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt (art. 46c Advocatenwet). De deken doet eerst een vooronderzoek. Als de klacht niet wordt geschikt, gaat deze door naar de raad van discipline. Naast de tuchtrechtelijke route kunt u de advocaat ook aansprakelijk stellen voor geleden schade via een civiele procedure.
Kan een advocaat worden geschorst of ontslagen?
Ja. De tuchtrechter kan een advocaat een waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing of schrapping van het tableau opleggen. Schrapping is het definitieve einde van de advocatenloopbaan. Een advocaat kan ook strafrechtelijk worden vervolgd, zoals in de beroepsgeheimzaak waarbij een advocaat drie maanden celstraf kreeg op grond van artikel 272 Sr.
Mag een advocaat AI gebruiken voor processtukken?
AI is niet verboden, maar de advocaat draagt volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van ingediende stukken. Wie AI-gegenereerde jurisprudentie niet verifieert en fictieve ECLI-nummers indient bij de rechter, schendt de waarheidsplicht (art. 21 Rv) en kan tuchtrechtelijk worden aangesproken. Meerdere Nederlandse advocaten kregen hier in 2025–2026 al mee te maken.
Wat zijn de vijf kernwaarden van de advocatuur?
De vijf kernwaarden zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Schending van een kernwaarde weegt zwaar bij de tuchtrechtelijke beoordeling en leidt doorgaans tot een zwaardere maatregel.
Wat is het verschil tussen tuchtrecht en strafrecht voor advocaten?
Tuchtrecht beoordeelt of de advocaat zich als een “behoorlijk advocaat” heeft gedragen (art. 46 Advocatenwet). De maatregel is gericht op de beroepsuitoefening: van waarschuwing tot schrapping. Strafrecht beoordeelt of de advocaat een strafbaar feit heeft gepleegd, zoals schending van het beroepsgeheim (art. 272 Sr). Beide trajecten kunnen naast elkaar lopen. Een vrijspraak in het strafrecht sluit een tuchtrechtelijke veroordeling niet uit, en vice versa.
Waar vind ik tuchtrechtelijke uitspraken over advocaten?
Tuchtrechtelijke uitspraken over advocaten zijn openbaar en te vinden via tuchtrecht.overheid.nl. U kunt zoeken op ECLI-nummer, naam of trefwoord. De NOvA publiceert ook een lijst van advocaten die onherroepelijk zijn geschorst of geschrapt.

Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions

Het zijn advocaten die vertrouwen uitstralen, dossiers beheersen en hun cliënten door de meest complexe juridische procedures loodsen. Maar wat gebeurt er als de bewaker van het recht zelf de fout ingaat? In 2025 en 2026 stapelden de incidenten zich op: een advocaat die verzonnen jurisprudentie indiende bij de rechter, een strafrechtadvocaat die zijn beroepsgeheim brak en drie maanden celstraf kreeg, een advocaat die vertrouwelijke processtukken in de prullenbak van een supermarkt gooide, en een juridisch netwerk rondom ondernemer Sanderink dat inmiddels zes tuchtuitspraken heeft opgeleverd. Juristenblog.nl zet de opvallendste zaken van het afgelopen jaar op een rij. Liever snel inzicht? Lees dan de FAQ onderaan!

Wat dit jaar opvallend maakt, is niet alleen de diversiteit van de fouten, maar ook de schaal. De combinatie van AI-hallucinaties in de rechtszaal, een strafrechtelijke veroordeling wegens beroepsgeheimschending, zes sancties in één dossier en een structureel tekortschietende werkwijze bij duizenden scheidingszaken tekent een breder beeld dan een reeks losse incidenten. De vraag die centraal staat: hoe robuust reageert het recht als advocaten de fout ingaan?

Wat betekent het als een advocaat in de fout gaat?

Advocaten zijn gebonden aan strenge beroeps- en gedragsregels. De wettelijke tuchtnorm is neergelegd in artikel 46 van de Advocatenwet: een advocaat mag zich niet schuldig maken aan “handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt”. Die open norm wordt geconcretiseerd door de vijf kernwaarden uit artikel 10a van de Advocatenwet: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Elke kernwaarde legt een specifieke verplichting op. Integriteit verbiedt handelingen die een behoorlijk advocaat niet betamen. Vertrouwelijkheid verankert het beroepsgeheim. Deskundigheid verplicht tot up-to-date vakkennis, ook als het gaat om nieuwe technologieën. Schiet een advocaat op een of meer van deze punten tekort, dan kan iedere belanghebbende een klacht indienen bij de deken, in het uiterste geval met schrapping van het tableau als gevolg.

Een klacht leidt niet automatisch tot een maatregel. De tuchtrechter toetst per geval en weegt het verleden van de advocaat mee. Wie voor het eerst de fout ingaat en direct erkent te hebben gefaald, wordt doorgaans milder beoordeeld dan een advocaat die volhardt. Die nuance verklaart waarom sancties dit jaar sterk uiteen liepen: van een coachingsverplichting tot dertien weken onvoorwaardelijke schorsing.

Klacht indienen bij de deken: hoe werkt dat?

Wie vindt dat zijn advocaat een fout heeft gemaakt, kan een klacht indienen bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt. De deken treedt op als vooronderzoeker en probeert het geschil in der minne te schikken. Lukt dat niet, dan kan de klacht worden doorgestuurd naar de raad van discipline. Dat is voor de klager een drempelvrij traject: er is geen verplichte rechtsbijstand, en het griffierecht bedraagt slechts 50 euro. Wie in het gelijk wordt gesteld, krijgt dat bedrag terug op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet.

Naast de tuchtrechtelijke route staat altijd de civiele aansprakelijkheidsvordering open. Wie aantoonbaar schade heeft geleden door een beroepsfout van zijn advocaat, kan die schade verhalen via de rechter. Beide wegen sluiten elkaar niet uit en kunnen tegelijk worden gevolgd.

Definitie – Advocaat tuchtrecht

Hoe werkt het tuchtrecht voor advocaten?

Het tuchtrecht voor advocaten is geregeld in artikelen 46 tot en met 60h van de Advocatenwet. Iedere belanghebbende (een cliënt, de wederpartij of de deken zelf) kan een klacht indienen. De procedure verloopt als volgt:

  • Stap 1 – Deken: De klacht gaat eerst naar de deken van het arrondissement. De deken doet vooronderzoek en probeert te schikken (art. 46c Advocatenwet).
  • Stap 2 – Raad van Discipline: Als schikking uitblijft, gaat de klacht naar één van de vier raden van discipline. De raad kan een waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing of schrapping opleggen (art. 48 Advocatenwet).
  • Stap 3 – Hof van Discipline: Tegen de uitspraak van de raad staat hoger beroep open bij het Hof van Discipline.

Een bijzondere voorwaarde, zoals een verplicht coachingstraject, kan uitsluitend worden gekoppeld aan een voorwaardelijke schorsing (art. 48a Advocatenwet).

AI in de rechtszaal: wanneer technologie gevaarlijk wordt

Het meest besproken thema in de advocatuur van 2025–2026 is ongetwijfeld het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het opstellen van processtukken. In een groeiend aantal zaken ontdekten rechters dat advocaten jurisprudentie hadden aangehaald die simpelweg niet bestond, gegenereerd door AI-tools als ChatGPT, en klakkeloos overgenomen zonder verificatie.

Het eerste bekende Nederlandse geval speelde in de zomer van 2025 bij de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:10388). In een handelsnaamgeschil bleek bij de mondelinge behandeling dat letterlijk alle ECLI-nummers in de conclusie van antwoord onjuist waren: sommige verwezen naar strafrechtelijke uitspraken, andere bestonden in het geheel niet. Geconfronteerd met de bevindingen verklaarde de advocaat dat “dit alles is veroorzaakt door een probleem bij het converteren van een word-bestand naar pdf”. De rechtbank was niet onder de indruk: “Deze verklaring roept vragen op.” De zaak wees bovendien op een mogelijke schending van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de waarheidsplicht die van procespartijen vereist dat zij feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

Dezelfde advocaat diende drie maanden later bij dezelfde rechtbank opnieuw stukken in met niet-bestaande uitspraken. In februari 2026 volgde een derde zaak: de kantonrechter bij de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:1582) sprak zich expliciet uit over het “schadelijk gebruik van AI”. En in april 2026 verwees een advocaat bij de Ondernemingskamer naar fictieve jurisprudentie. Correctiepogingen leidden tot nieuwe uitspraken die evenmin bestonden. Het Financieele Dagblad kopte: ‘Hier is AI op hol geslagen.’

Overzicht: AI-blunders in de Nederlandse rechtszaal (2025–2026)

Wanneer Zaak / instantie Wat ging er mis Gevolg
Augustus 2025 Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:10388
Alle ECLI-nummers in conclusie van antwoord onjuist of niet-bestaand Rechterlijke berisping; mogelijke schending art. 21 Rv
Februari 2026 Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:1582
Wederom fictieve jurisprudentie; “schadelijk gebruik van AI” Kantonrechter spreekt zich expliciet uit; toezichthouder gewaarschuwd
April 2026 Ondernemingskamer Amsterdam Fictieve jurisprudentie; correctiepogingen leverden nieuwe verzinsels op Landelijke media-aandacht; FD en NRC berichten over “AI op hol”
Begin 2026 Meerdere rechtbanken (NL-breed) Drie advocaten aangesproken door toezichthouder over onjuist AI-gebruik Waarschuwing; twee advocaten verplicht op AI-cursus

De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de advocaat, zo benadrukt de Nederlandse Orde van Advocaten. De kernwaarde deskundigheid uit artikel 10a Advocatenwet verplicht de advocaat over voldoende kennis en vaardigheden te beschikken, ook als het gaat om de tools die hij inzet. AI kan een hulpmiddel zijn, maar ontslaat niet van de plicht tot controle en professionele beoordeling van elk processtuk.

Waarom hallucineert AI jurisprudentie?

Generatieve AI-modellen produceren vloeiende, overtuigende tekst, ook wanneer ze de exacte feiten niet kennen. In de juridische praktijk uit zich dat als fictieve ECLI-nummers: keurig opgemaakt, voorzien van datum en instantie, maar bij controle nergens te vinden. Wie die output zonder verificatie indient, zet zijn cliënt en zijn eigen reputatie op het spel. De Gelderse deken Wouter Timmermans verwoordde het eerder dit jaar treffend: klakkeloos overnemen is onacceptabel, hoe overtuigend de uitvoer ook oogt. Wie na alle publiciteit over dit onderwerp nog steeds ongecontroleerde AI-output bij de rechter indient, kan moeilijk een beroep doen op onwetendheid.

Beroepsgeheim geschonden: advocaat krijgt celstraf

Een van de zwaarste zaken van 2026 speelde bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Een Rotterdamse strafrechtadvocaat liet in april 2020 een drugshandelaar op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een van zijn cliënten, een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Beperkingen betekenen in strafrechtelijke zin dat een verdachte uitsluitend contact mag hebben met zijn advocaat, niet met anderen. De advocaat brak die regeling bewust en stelde daarmee de integriteit van het verhoor in gevaar. De zaak kwam aan het licht via Encrochat-berichten die in een ander strafrechtelijk onderzoek werden ontsleuteld.

Op 15 april 2026 veroordeelde het hof de advocaat tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (ECLI:NL:GHAMS:2026:614). De grondslag: artikel 272 Sr, dat opzettelijke beroepsgeheimschending strafbaar stelt met maximaal één jaar gevangenisstraf, mede uitgelegd via ECLI:NL:HR:2026:32.

Definitie – Beroepsgeheim advocaat

Wat is het beroepsgeheim van de advocaat?

Het beroepsgeheim is de wettelijke plicht van de advocaat om alles wat hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening verneemt, geheim te houden. De grondslag is drieledig:

  • Art. 10a lid 1 sub e Advocatenwet: de kernwaarde vertrouwelijkheid: de advocaat is vertrouwenspersoon en neemt geheimhouding in acht.
  • Art. 11a Advocatenwet: de gecodificeerde geheimhoudingsplicht, die ook geldt voor medewerkers en blijft gelden na beëindiging van de opdracht.
  • Gedragsregel 3 lid 2: de praktische uitwerking in de beroepsregels van de NOvA.

Schending van het beroepsgeheim is niet alleen tuchtrechtelijk verwijtbaar, het kan ook strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 272 Sr.

Het hof sprak openlijk zijn ongenoegen uit. Het noemde de fout “onvergeeflijk” en liet weten dat het de advocaat eigenlijk zijn beroep had willen ontzetten, maar de wet biedt die mogelijkheid niet in strafzaken. Ontzetting uit het beroep als bijkomende straf is in Nederland niet mogelijk bij artikel 272 Sr. Dat onderscheid (tussen wat strafrecht en tuchtrecht vermogen) is juridisch relevant. De tuchtrechter en de strafrechter opereren naast elkaar, niet in elkaars verlengde.

Een lacune in het recht: straf en beroep lopen niet synchroon

De Rotterdamse zaak legt een structurele spanning bloot in het Nederlandse rechtssysteem. Het gerechtshof legde een gevangenisstraf op, maar kon de advocaat niet verhinderen na het uitzitten van die straf gewoon zijn praktijk te hervatten. Dat is uitsluitend een kwestie voor de tuchtrechter. In de praktijk lopen strafrechtelijke en tuchtrechtelijke procedures vaak parallel, maar ze zijn niet aan elkaar gekoppeld. Een strafrechtelijke veroordeling leidt niet automatisch tot een tuchtrechtelijke sanctie, en omgekeerd sluit een vrijspraak door de strafrechter een berisping of schorsing door de tuchtrechter niet uit.

Voor cliënten die schade hebben geleden door het handelen van een advocaat is dat een belangrijk gegeven. Wie via het strafrecht geen genoegdoening krijgt, kan altijd nog de tuchtrechtelijke weg bewandelen. En wie niet tevreden is met de uitkomst van de raad van discipline, heeft nog het Hof van Discipline als hogerberoepsinstantie.

De zaak-Sanderink: zes advocaten, zes tuchtuitspraken

Weinig zaken in de Nederlandse advocatuurgeschiedenis illustreren het gevaar van grenzeloze cliëntloyaliteit zo scherp als het juridische netwerk rondom ondernemer Gerard Sanderink en zijn toenmalige partner Cynthia Alma van Rijbroek. In mei 2026 bereikte de teller een getal dat in tuchtrechtelijke kringen als ongekend wordt bestempeld: zes uitspraken tegen advocaten die voor dit koppel optraden, elk afgesloten met een sanctie. Dat er inmiddels een zesde advocaat is gesanctioneerd, maakt de zaak-Sanderink tot een unicum in het Nederlandse tuchtrecht.

De meest recente uitspraak dateert van 11 mei 2026. Het Hof van Discipline legde een van de betrokken advocaten een onvoorwaardelijke schorsing van dertien weken op (ECLI:NL:TAHVD:2026:129). Eerder had de Raad van Discipline in dezelfde zaak slechts een berisping opgelegd, maar het hof ging aanmerkelijk verder. De advocaat had rechters opzettelijk misleid, meegewerkt aan een onrechtmatige beslagconstructie en bijgedragen aan publicaties op de website Onrecht.nl, een platform dat werd ingezet voor een lastercampagne tegen de ex-partner van Sanderink. Het hof kwalificeerde het handelen als “ernstig laakbaar” en benadrukte dat de raad de ernst van de overtredingen had onderschat. Dat het hof vervolgens de sanctie ruimschoots verzwaarde, is in tuchtrechtelijke kringen uitzonderlijk.

Eerder werden ook de advocaten Acda, Verbruggen en Boogaard gesanctioneerd, waaronder via de uitspraak van de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:TADRARL:2026:50). Wat de reeks verenigt: advocaten die keer op keer meegingen in een strategie die de grenzen van het betamelijke ver te buiten ging.

Wanneer loyaliteit aan de cliënt omslaat in medeplichtigheid

De Sanderink-zaken roepen een fundamentele vraag op over de grenzen van de advocatenrol. Een advocaat is partijdig van nature: hij behartigt de belangen van zijn cliënt, niet die van de samenleving of de wederpartij. Maar die partijdigheid heeft grenzen. Gedragsregel 1 verplicht de advocaat tot betamelijk en integer handelen, ook jegens de rechter. Wie rechters opzettelijk misleidt of meewerkt aan een lastercampagne, overschrijdt die grens ruimschoots. Wat de reeks van zes uitspraken bijzonder maakt, is dat het geen losse incidenten zijn in ongerelateerde dossiers, maar een aaneengesloten patroon van grensoverschrijdend gedrag, telkens in dienst van dezelfde opdrachtgever.

Voor het Hof van Discipline is zo’n patroon een uitdrukkelijk verzwarende omstandigheid. Het hof heeft dit in de meest recente uitspraak ook expliciet benoemd: niet de ernst van één enkele overtreding, maar de structurele keuze om mee te gaan in een juridische strategie die de rechtsstaat ondermijnt, rechtvaardigde de zware sanctie.

Processtukken in de prullenbak: nalatigheid met grote gevolgen

Naast opzettelijke overtredingen zijn er ook zaken die voortkomen uit nalatigheid en een gebrek aan basiszorgvuldigheid. In mei 2026 legde de tuchtrechter een advocaat uit Dordrecht een voorwaardelijke schorsing van twee weken op, gecombineerd met een verplicht coachingstraject (ECLI:NL:TADRSGR:2026:99). De aanleiding was opvallend concreet: de advocaat had delen van een dossier uit een persgevoelige gewelds- en zedenzaak weggegooid in de prullenbak van een supermarkt. Een voorbijganger vond het dossier, herkende de ernst ervan en leverde het af bij de politie.

De advocaat erkende dat hij fout had gehandeld. De tuchtrechter oordeelde dat daarmee de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid waren geschonden en het vertrouwen in de advocatuur op grove wijze was aangetast. Omdat de advocaat inzicht toonde, volstond de raad met een voorwaardelijke schorsing.

Een structureel probleem in een ander deel van de advocatuur werd zichtbaar na een klacht van een fotograaf uit Hoogeveen. Haar zaak leidde tot een breder onderzoek door de toezichthouder, waaruit bleek dat scheidingsadvocaten landelijk structureel tekortschieten bij de controle van echtscheidingsovereenkomsten. Convenanten worden niet of onvoldoende gecontroleerd, met soms grote financiële en juridische gevolgen voor cliënten die niet weten wat zij tekenen. De klacht raakt aan gedragsregel 13 lid 1 (zorgvuldige uitvoering van de opdracht) en gedragsregel 16 lid 1, de informatieplicht richting de cliënt. In een afzonderlijke tuchtuitspraak (ECLI:NL:TADRARL:2026:46) bleek één advocaat stelselmatig nalatig te zijn geweest in maar liefst 1.700 dossiers per jaar, zonder dat cliënten daarvan op de hoogte waren.

Scheidingsadvocaten onder vuur: een kwestie van zorgplicht

De kwestie rond scheidingsadvocaten raakt aan een specifieke praktijk die weinig publieke aandacht krijgt: de zogenoemde afhechting bij gemeenschappelijk verzoek. Wanneer twee partners samen een echtscheiding aanvragen via een mediator, is het een advocaat die het convenant formeel bij de rechtbank indient. Dat klinkt als een administratieve handeling, maar brengt een zware zorgplicht met zich mee. De advocaat moet het convenant inhoudelijk beoordelen, nagaan of beide partijen begrijpen wat zij ondertekenen en erop wijzen als afspraken juridisch onhoudbaar of nadelig zijn.

Wie dat traject afdoet in minder dan een half uur per dossier, laat een cliënt in de steek op een van de kwetsbaarste momenten in zijn of haar leven. De boodschap van de toezichthouder is helder: ook een routineklus is geen vrijbrief voor onzorgvuldigheid.

Overzicht: tuchtrechtelijke maatregelen voor advocaten

Maatregel Wettelijke basis Wanneer?
Waarschuwing Art. 48 lid 2 sub a Advocatenwet Lichte overtreding, geen tuchtrechtelijk verleden
Berisping Art. 48 lid 2 sub b Advocatenwet Serieus verwijtbaar handelen
Voorwaardelijke schorsing Art. 48 + 48a Advocatenwet Ernst + inzicht getoond; bijzondere voorwaarden mogelijk (bijv. coaching)
Onvoorwaardelijke schorsing Art. 48 lid 2 sub c Advocatenwet Ernstig laakbaar handelen; advocaat kan niet meer praktiseren
Schrapping van het tableau Art. 48 lid 2 sub d Advocatenwet Zwaarste maatregel; definitief einde advocatenloopbaan

Wat als een advocaat een fout maakt: wat zegt dit over de advocatuur?

De zaken van 2025–2026 zijn niet representatief voor de gemiddelde advocaat. De Nederlandse advocatuur telt ruim 18.000 ingeschreven advocaten, en de overgrote meerderheid werkt dagelijks integer, zorgvuldig en met kennis van zaken. Maar de incidenten die dit jaar aan het licht kwamen, laten wel zien dat de professionele standaard op een aantal fronten onder druk staat: door de opmars van technologie die niet goed wordt beheerst, door een cliëntloyaliteit die haar grenzen verliest, en door nalatigheid in praktijken die door routinisering aan scherpte hebben ingeboet.

Opvallend is de beperking van het strafrecht: het gerechtshof wilde de advocaat eigenlijk uit zijn beroep zetten, maar de wet biedt die mogelijkheid niet bij artikel 272 Sr. Het tuchtrecht en het strafrecht lopen daarin niet synchroon. Hetzelfde geldt voor AI: de bestaande gedragsnormen zijn breed genoeg om advocaten aansprakelijk te houden, en de toezichthouder maakt daar nu actief gebruik van.

Vertrouwen als fundament: wat staat er op het spel?

Advocaten bekleden een bijzondere positie in de rechtsstaat. Zij hebben toegang tot informatie die anderen wordt onthouden, spreken namens cliënten voor de rechter en bewaken belangen in procedures die levens kunnen bepalen. Dat bijzondere privilege gaat gepaard met een even bijzondere verantwoordelijkheid. Wie als advocaat de fout ingaat, schaadt niet alleen zijn cliënt, maar ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat als geheel. Dat is de reden dat het tuchtrecht openbaar is, dat uitspraken worden gepubliceerd en dat de NOvA een lijst bijhoudt van geschorste en geschrapte advocaten.

Transparantie is de tegenhanger van het privilege dat advocaten genieten, en de zaken van dit jaar laten zien dat die transparantie werkt: misstanden komen aan het licht, worden openbaar beoordeeld en gesanctioneerd. Advocaten die AI inzetten voor processtukken dragen de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud. Wie dat vergeet, riskeert een tuchtrechtelijke procedure. De NOvA houdt actief toezicht. Dat signaal mag duidelijk zijn.

FAQ – Advocaat in de fout: wat zijn uw rechten?

Wat als een advocaat een fout maakt: wat kunt u doen?
Als een advocaat een fout maakt, heeft u meerdere mogelijkheden. U kunt een klacht indienen bij de deken van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt (art. 46c Advocatenwet). De deken doet eerst een vooronderzoek. Als de klacht niet wordt geschikt, gaat deze door naar de raad van discipline. Naast de tuchtrechtelijke route kunt u de advocaat ook aansprakelijk stellen voor geleden schade via een civiele procedure.
Kan een advocaat worden geschorst of ontslagen?
Ja. De tuchtrechter kan een advocaat een waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing of schrapping van het tableau opleggen. Schrapping is het definitieve einde van de advocatenloopbaan. Een advocaat kan ook strafrechtelijk worden vervolgd, zoals in de beroepsgeheimzaak waarbij een advocaat drie maanden celstraf kreeg op grond van artikel 272 Sr.
Mag een advocaat AI gebruiken voor processtukken?
AI is niet verboden, maar de advocaat draagt volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van ingediende stukken. Wie AI-gegenereerde jurisprudentie niet verifieert en fictieve ECLI-nummers indient bij de rechter, schendt de waarheidsplicht (art. 21 Rv) en kan tuchtrechtelijk worden aangesproken. Meerdere Nederlandse advocaten kregen hier in 2025–2026 al mee te maken.
Wat zijn de vijf kernwaarden van de advocatuur?
De vijf kernwaarden zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Schending van een kernwaarde weegt zwaar bij de tuchtrechtelijke beoordeling en leidt doorgaans tot een zwaardere maatregel.
Wat is het verschil tussen tuchtrecht en strafrecht voor advocaten?
Tuchtrecht beoordeelt of de advocaat zich als een “behoorlijk advocaat” heeft gedragen (art. 46 Advocatenwet). De maatregel is gericht op de beroepsuitoefening: van waarschuwing tot schrapping. Strafrecht beoordeelt of de advocaat een strafbaar feit heeft gepleegd, zoals schending van het beroepsgeheim (art. 272 Sr). Beide trajecten kunnen naast elkaar lopen. Een vrijspraak in het strafrecht sluit een tuchtrechtelijke veroordeling niet uit, en vice versa.
Waar vind ik tuchtrechtelijke uitspraken over advocaten?
Tuchtrechtelijke uitspraken over advocaten zijn openbaar en te vinden via tuchtrecht.overheid.nl. U kunt zoeken op ECLI-nummer, naam of trefwoord. De NOvA publiceert ook een lijst van advocaten die onherroepelijk zijn geschorst of geschrapt.

Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions

Over Juristenblog.nl

Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.

Schrijf je in & Blijf op de hoogte

Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.

We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.