Het strafrecht 2026 staat voor de grootste herziening in honderd jaar. Zo is een nieuw Wetboek van Strafvordering aangenomen, worden straffen voor online criminaliteit hoger en krijgen slachtoffers meer rechten. Bovendien wordt de aanpak van gewelds- en zedendelicten aanzienlijk strenger. De overheid wil het strafproces moderniseren, sneller maken en beter laten aansluiten op de digitale wereld van vandaag. Kortom, in dit artikel van Juristenblog.nl leggen we per onderwerp uit wat er verandert, welke wetten hieraan ten grondslag liggen en wat dit voor jou kan betekenen, of je nu slachtoffer, verdachte of geïnteresseerde burger bent. Liever snel inzicht? Lees dan de FAQ onderaan!

Strafrecht 2026: het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Bovendien is de grootste verandering in het strafrecht 2026 de vaststelling van een geheel nieuw Wetboek van Strafvordering. Het huidige wetboek stamt in de kern uit 1926 en is honderd jaar lang talloze malen gewijzigd, aangevuld en gelapt. Het resultaat was een onoverzichtelijk, versnipperd geheel dat niet meer aansloot op de digitale werkelijkheid. Gelukkig komt daar nu verandering in.

Zo nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel op 24 februari 2026 aan, met steun van vrijwel alle fracties. Alleen Forum voor Democratie stemde tegen. Verder bestaat het nieuwe wetboek uit acht inhoudelijke boeken en regelt het alles van het opsporingsonderzoek tot de tenuitvoerlegging van straffen.

Definitie – Wetboek van Strafvordering

Wat is het Wetboek van Strafvordering?
Het Wetboek van Strafvordering bevat de regels waaraan politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten zich moeten houden in het strafproces. Het regelt de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, en de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen. Het nieuwe wetboek, gepubliceerd als Stb. 2026, 56, vervangt het wetboek uit 1926 en treedt naar verwachting in werking op 1 april 2029.

Wat verandert er inhoudelijk?

Het nieuwe wetboek brengt allereerst een nieuwe bewijsstandaard. Niet langer staat de overtuiging van de rechter centraal, maar de objectieve eis dat het bewijs buiten redelijke twijfel vastgesteld moet zijn. Daarmee sluit Nederland aan bij internationale normen. Daarnaast krijgt de positie van het slachtoffer een prominentere plek in de wet. In Boek 1, Hoofdstuk 5 zijn de rechten van slachtoffers expliciet vastgelegd, van inzage in processtukken tot een volledig gemotiveerde sepotbeslissing. Ten slotte bevat het nieuwe wetboek een techniekongafhankelijke regeling voor digitaal bewijs, zodat de wet niet achterloopt op nieuwe technologische ontwikkelingen.

Wat betekent dit voor de rechtspraktijk?

Voor professionals in de rechtspraktijk betekent de nieuwe bewijsstandaard concreet dat zij hun redenering meer objectief moeten kunnen onderbouwen. Zo kunnen rechters, officieren van justitie en advocaten beter anticiperen op wat de wet verwacht. Bovendien stimuleert het nieuwe wetboek de toepassing van mediation en herstelrechtvoorzieningen in alle fasen van het strafproces. Dit is een belangrijke stap, omdat herstelrecht in de praktijk bewezen effectief is bij het voorkomen van herhaling.

Wanneer treedt het nieuwe wetboek in werking?

De beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029. Tot die tijd loopt de Innovatiewet Strafvordering door als experimenteerperiode, verlengd door de Tweede Kamer op 29 januari 2026. Zo kan de rechtspraktijk nu al oefenen met nieuwe werkwijzen, zoals digitale processen en aangepaste zittingsvormen. Bovendien diende de regering in maart 2026 de eerste aanvullingswet in bij de Tweede Kamer. Die bevat onder meer een nieuwe regeling voor procesafspraken en lichaamsonderzoek bij bewusteloze personen.

Hardere aanpak van online criminaliteit in het strafrecht 2026

Online criminaliteit is een van de snelst groeiende vormen van misdaad in Nederland. Zo treffen phishing, identiteitsfraude en internetoplichting jaarlijks honderdduizenden burgers. Mede daarom investeert het kabinet in 2026 alleen al €52,6 miljoen in de politie en strafrechtketen voor de aanpak van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.

Hogere straffen bij phishing en identiteitsfraude

De nieuwe regels geven politie en justitie ruimere bevoegdheden om digitaal bewijs te verzamelen. Zo mogen opsporingsdiensten onder strikte voorwaarden apparaten van verdachten hacken en illegale websites ontoegankelijk laten maken. Tegelijk komen er hogere straffen voor digitale fraude en online oplichting. Bovendien wordt de Integrale Aanpak Online Fraude voortgezet in 2026 en verder uitgewerkt in een concreet Actieplan 2026, dat begin 2026 aan de Tweede Kamer is toegezonden.

Wat zegt de WODC-evaluatie over computercriminaliteit?

In januari 2026 publiceerde het WODC een evaluatie van de Wet computercriminaliteit III. De conclusie is overwegend positief: de nieuwe opsporingsbevoegdheden worden daadwerkelijk benut. Toch signaleert het WODC een knelpunt. Het wetsartikel voor online handelsfraude richt zich namelijk op grootschalige fraude, maar in de praktijk gaat het in de meeste zaken om kleinere overtredingen. Bijgevolg zal de wetgever dit verschil in de komende aanvullingswetgeving moeten adresseren.

Digitale delicten en toepasselijke wetsartikelen

Delict Wetsartikel Wijziging 2026
Phishing / spoofing Art. 326 Sr (oplichting) Hogere strafmaxima, ruimere opsporing
Identiteitsfraude Art. 231b Sr Hogere straf, eigen wetsartikel
Online handelsfraude Art. 326a Sr Knelpunt grootschaligheidseis (WODC)
Computervredebreuk (hacken) Art. 138ab Sr Politie mag zelf hacken onder voorwaarden
Stelen / helen digitale gegevens Art. 138c / 139g Sr Nieuw strafbaar gesteld via Wet computercriminaliteit III

Strafrecht 2026 en de positie van het slachtoffer

Slachtoffers krijgen in het strafrecht 2026 een sterkere en uitdrukkelijker positie. Het strafproces draait namelijk niet meer uitsluitend om straffen, maar ook om erkenning, herstel en informatie. Deze koerswijziging is zowel in het nieuwe Wetboek van Strafvordering als in de Wet uitbreiding slachtofferrechten verankerd.

Uitbreiding van het spreekrecht

De Wet uitbreiding slachtofferrechten (35.349) breidt de kring van spreekgerechtigden uit. Zo krijgen stiefkinderen en stiefbroers of -zussen van een overleden slachtoffer nu ook spreekrecht op de zitting, naast stiefouders die dit recht al hadden. Bovendien wordt een spreekrecht ingevoerd op de tbs-verlengingszitting en in het kader van de plaatsing in een jeugdinstelling (PIJ-maatregel). Slachtoffers en nabestaanden kunnen zich hierdoor ook in die fase van het strafproces uitspreken. Verder wordt een verschijningsplicht ingevoerd voor de voorlopig gehechte verdachte die wordt verdacht van een ernstig zeden- of geweldsmisdrijf.

Definitie – Spreekrecht

Wat is het spreekrecht?
Het spreekrecht geeft slachtoffers en nabestaanden het recht om zich tijdens de strafzitting onbelemmerd uit te laten over het misdrijf, de gevolgen, de schuld van de verdachte en de gewenste straf. Het onbelemmerd spreekrecht is in 2016 ingevoerd via Stb. 2016, 160 en vastgelegd in artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering verankert dit recht in Boek 1, Hoofdstuk 5.

Wat zeggen slachtoffers zelf over het spreekrecht?

Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) evalueerde het onbelemmerd spreekrecht in 2023 in opdracht van het WODC. Slachtoffers en nabestaanden zijn overwegend positief. Zij waarderen namelijk de vrijheid om te spreken over wat zij willen, ook over de strafmaat en de schuld van de verdachte. Rechters daarentegen ervaren de balans bewaken als lastig: wanneer grijp je in en wanneer geef je ruimte? Bovendien is de belangrijkste aanbeveling het toevoegen van kaders, bijvoorbeeld over het al dan niet tonen van foto’s of filmpjes tijdens de zitting.

Strengere aanpak van gewelds- en zedendelicten in het strafrecht 2026

Bij ernstige gewelds- en zedenzaken kiest de overheid voor een duidelijk strengere lijn. Enerzijds moeten kwetsbare slachtoffers beter worden beschermd. Anderzijds moeten daders de gevolgen van hun daden onder ogen zien.

Hogere straffen en strafverzwarende omstandigheden

De wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht voorzien in hogere strafmaxima bij ernstige delicten, zeker wanneer de dader misbruik maakt van een afhankelijke positie. Denk aan geweld tegen ouderen, kinderen of mensen met een beperking. De wet houdt nu expliciet rekening met machtsverschil en kwetsbaarheid als strafverzwarende omstandigheid. De belangrijkste wijzigingen op een rij:

  • Hogere strafmaxima bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.
  • Strafverzwarende omstandigheid bij misbruik van een afhankelijke of kwetsbare positie.
  • Betere signalering en vervolging van structureel grensoverschrijdend gedrag.
  • Extra bescherming van slachtoffers tijdens het strafproces, ook bij herhaalde delicten.

De verschijningsplicht van de verdachte

Een van de opvallendste nieuwe maatregelen is de verschijningsplicht voor voorlopig gehechte verdachten bij ernstige zeden- of geweldszaken. Tot nu toe kon een verdachte namelijk ervoor kiezen niet aanwezig te zijn op de zitting. Dat verandert. Voortaan kan de rechter de aanwezigheid van de verdachte afdwingen, zodat het slachtoffer zijn verhaal kan doen in aanwezigheid van de dader. Dit sluit bovendien aan bij de bredere koers om de positie van het slachtoffer te versterken en is vastgelegd in de Wet uitbreiding slachtofferrechten.

Snellere afhandeling van strafzaken in het strafrecht 2026

De druk op rechtbanken is hoog en de doorlooptijden zijn lang. Mede daarom introduceert het strafrecht 2026 nieuwe instrumenten om eenvoudige zaken sneller af te doen, zonder dat dit ten koste gaat van de rechtsbescherming van de verdachte.

De strafbeschikking: sneller, maar let op je rechten

Het Openbaar Ministerie maakt vaker gebruik van de strafbeschikking bij lichte strafbare feiten. Daarmee hoeft een zaak niet voor de rechter te komen. De verdachte ontvangt een beschikking met een straf, bijvoorbeeld een boete of taakstraf. Vervolgens kan de verdachte binnen zes weken verzet instellen, waarna de zaak alsnog voor de rechter komt. Het is daarom belangrijk om deze termijn niet te missen. Doe je niets, dan wordt de straf definitief. Twijfel je over je rechten? Raadpleeg dan tijdig een advocaat.

Definitie – Strafbeschikking

Wat is een strafbeschikking?
Een strafbeschikking is een beslissing van de officier van justitie waarbij een straf wordt opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. De regeling is vastgelegd in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte kan binnen zes weken verzet instellen, waarna de zaak alsnog voor de politierechter of kantonrechter komt. Maakt de verdachte geen gebruik van het verzetsrecht, dan wordt de beschikking onherroepelijk.

Procesafspraken als nieuwe figuur in het strafrecht

De eerste aanvullingswet op het nieuwe Wetboek van Strafvordering introduceert de procesafspraak als nieuwe juridische figuur. Concreet kunnen een officier van justitie en een verdachte samen een voorstel doen aan de rechter over de op te leggen straf. De rechter is vrij dit voorstel te volgen of af te wijzen. Enerzijds heeft de verdachte hierdoor zekerheid over de maximale straf. Anderzijds kan het OM een tijdrovende rechtszaak vermijden. De maatregel is vergelijkbaar met het plea bargaining-systeem dat in andere landen al langer bestaat, maar nu voor het eerst wettelijk verankerd wordt in Nederland.

Jeugdstrafrecht en bescherming van kwetsbare personen

Twee groepen verdienen bijzondere aandacht in het strafrecht 2026: jongeren die in aanraking komen met justitie en kwetsbare personen die slachtoffer worden van misdrijven. In beide gevallen kiest de wetgever voor een aanpak die verder kijkt dan alleen de straf.

Meer maatwerk in het jeugdstrafrecht

Bij jongeren ligt de nadruk steeds meer op begeleiding, herstel en het voorkomen van herhaling. Zo is detentie niet langer het standaardinstrument. In plaats daarvan stimuleert de wet alternatieve straffen, herstelrecht en toekomstgerichte begeleiding. Bovendien verankert het amendement van de leden Mutluer en Van Nispen, aangenomen door de Tweede Kamer, herstelvoorzieningen voor jeugdige verdachten expliciet in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarmee krijgt herstelrecht een duidelijkere juridische basis dan voorheen.

Oud versus nieuw: jeugdstrafrecht in vogelvlucht

Aspect Oud (vóór 2026) Nieuw (2026)
Detentie Standaard instrument bij ernstige feiten Laatste redmiddel, niet bij alternatief mogelijk
Herstelrecht Facultatief, geen wettelijke basis Wettelijk verankerd in nieuw WvSv
Begeleiding Wisselend per rechtbank Meer maatwerk, focus op toekomst en gedrag
Verantwoordelijkheid Primair straf gericht Eigen verantwoordelijkheid én perspectief

Zwaardere straffen bij misbruik van kwetsbare personen

Misdrijven tegen kinderen, ouderen en afhankelijke personen worden in het strafrecht 2026 zwaarder bestraft. De wetgever erkent namelijk dat een machtsverschil tussen dader en slachtoffer het misdrijf ernstiger maakt. Signalen die wijzen op verhoogd risico bij kwetsbare slachtoffers:

  • De dader heeft een zorg- of begeleidingsfunctie ten opzichte van het slachtoffer.
  • Het slachtoffer is door leeftijd, ziekte of beperking niet in staat zichzelf te verweren.
  • Er is sprake van een structureel patroon van grensoverschrijdend gedrag.
  • Het geweld of misbruik vindt plaats in een afhankelijkheidsrelatie, zoals thuis of in een instelling.

De rechter weegt deze omstandigheden voortaan expliciet mee bij de strafmaat. Daarmee wil de overheid een duidelijk signaal afgeven: wie misbruik maakt van kwetsbaarheid, wordt zwaarder gestraft.

Conclusie: wat betekent het strafrecht 2026 voor jou?

Het strafrecht 2026 is geen kleine aanpassing, maar een stelselwijziging die tientallen jaren in de maak was en nu stapsgewijs realiteit wordt. Zo legt het nieuwe Wetboek van Strafvordering een fundament voor de komende decennia. Bovendien krijgen slachtoffers meer stem, worden daders bij ernstige feiten strenger aangepakt en krijgt de digitale wereld eindelijk een volwaardige plek in de wet. Tegelijk vraagt de overgang om zorgvuldigheid: niet alle wijzigingen treden tegelijk in werking en de praktijk zal moeten uitwijzen of de nieuwe regels werken zoals bedoeld. Heb je te maken met een strafzaak of twijfel je over je rechten? Schakel dan tijdig juridisch advies in.

FAQ – Strafrecht 2026

Wat is het belangrijkste dat verandert in het strafrecht in 2026?
De grootste verandering is de vaststelling van een nieuw Wetboek van Strafvordering (Stb. 2026, 56), aangenomen door de Eerste Kamer op 24 februari 2026. Het vervangt het wetboek uit 1926 en moderniseert het volledige strafproces, van opsporing tot tenuitvoerlegging. Andere belangrijke wijzigingen zijn hogere straffen voor online criminaliteit, uitbreiding van het spreekrecht voor slachtoffers en een verschijningsplicht voor verdachten bij ernstige zaken.
Wanneer treedt het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking?
De beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029. Tot die tijd loopt de Innovatiewet Strafvordering als experimenteerperiode door. Dat geeft de rechtspraktijk de tijd om te wennen aan nieuwe werkwijzen, zoals digitale processen en procesafspraken, voordat de wet formeel van kracht wordt.
Wat zijn mijn rechten als slachtoffer in het strafrecht 2026?
Als slachtoffer heb je recht op inzage in processtukken, een volledig gemotiveerde sepotbeslissing en het onbelemmerd spreekrecht op de zitting. De Wet uitbreiding slachtofferrechten (35.349) breidt dit uit met spreekrecht op de tbs-verlengingszitting en het recht om de verdachte aanwezig te laten zijn bij ernstige zaken. Slachtofferhulp Nederland en Veilig Thuis kunnen je ondersteunen.
Wat is een strafbeschikking en hoe reageer ik erop?
Een strafbeschikking is een beslissing van de officier van justitie waarbij een straf, zoals een boete of taakstraf, wordt opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. Je hebt zes weken de tijd om verzet in te stellen. Doe je dat niet, dan wordt de beschikking onherroepelijk. Raadpleeg bij twijfel altijd een advocaat voordat de termijn verloopt.
Worden straffen voor online criminaliteit hoger in 2026?
Ja. Hogere strafmaxima voor phishing, identiteitsfraude en online handelsfraude zijn onderdeel van de wijzigingen in het strafrecht 2026. Politie en justitie krijgen ook ruimere bevoegdheden om digitaal bewijs te verzamelen, waaronder het hacken van verdachte apparaten onder strikte voorwaarden. Het kabinet investeert €52,6 miljoen extra in de aanpak van cybercrime.

Geschreven door
Max Paul, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions

Het strafrecht 2026 staat voor de grootste herziening in honderd jaar. Zo is een nieuw Wetboek van Strafvordering aangenomen, worden straffen voor online criminaliteit hoger en krijgen slachtoffers meer rechten. Bovendien wordt de aanpak van gewelds- en zedendelicten aanzienlijk strenger. De overheid wil het strafproces moderniseren, sneller maken en beter laten aansluiten op de digitale wereld van vandaag. Kortom, in dit artikel van Juristenblog.nl leggen we per onderwerp uit wat er verandert, welke wetten hieraan ten grondslag liggen en wat dit voor jou kan betekenen, of je nu slachtoffer, verdachte of geïnteresseerde burger bent. Liever snel inzicht? Lees dan de FAQ onderaan!

Strafrecht 2026: het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Bovendien is de grootste verandering in het strafrecht 2026 de vaststelling van een geheel nieuw Wetboek van Strafvordering. Het huidige wetboek stamt in de kern uit 1926 en is honderd jaar lang talloze malen gewijzigd, aangevuld en gelapt. Het resultaat was een onoverzichtelijk, versnipperd geheel dat niet meer aansloot op de digitale werkelijkheid. Gelukkig komt daar nu verandering in.

Zo nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel op 24 februari 2026 aan, met steun van vrijwel alle fracties. Alleen Forum voor Democratie stemde tegen. Verder bestaat het nieuwe wetboek uit acht inhoudelijke boeken en regelt het alles van het opsporingsonderzoek tot de tenuitvoerlegging van straffen.

Definitie – Wetboek van Strafvordering

Wat is het Wetboek van Strafvordering?
Het Wetboek van Strafvordering bevat de regels waaraan politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten zich moeten houden in het strafproces. Het regelt de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, en de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen. Het nieuwe wetboek, gepubliceerd als Stb. 2026, 56, vervangt het wetboek uit 1926 en treedt naar verwachting in werking op 1 april 2029.

Wat verandert er inhoudelijk?

Het nieuwe wetboek brengt allereerst een nieuwe bewijsstandaard. Niet langer staat de overtuiging van de rechter centraal, maar de objectieve eis dat het bewijs buiten redelijke twijfel vastgesteld moet zijn. Daarmee sluit Nederland aan bij internationale normen. Daarnaast krijgt de positie van het slachtoffer een prominentere plek in de wet. In Boek 1, Hoofdstuk 5 zijn de rechten van slachtoffers expliciet vastgelegd, van inzage in processtukken tot een volledig gemotiveerde sepotbeslissing. Ten slotte bevat het nieuwe wetboek een techniekongafhankelijke regeling voor digitaal bewijs, zodat de wet niet achterloopt op nieuwe technologische ontwikkelingen.

Wat betekent dit voor de rechtspraktijk?

Voor professionals in de rechtspraktijk betekent de nieuwe bewijsstandaard concreet dat zij hun redenering meer objectief moeten kunnen onderbouwen. Zo kunnen rechters, officieren van justitie en advocaten beter anticiperen op wat de wet verwacht. Bovendien stimuleert het nieuwe wetboek de toepassing van mediation en herstelrechtvoorzieningen in alle fasen van het strafproces. Dit is een belangrijke stap, omdat herstelrecht in de praktijk bewezen effectief is bij het voorkomen van herhaling.

Wanneer treedt het nieuwe wetboek in werking?

De beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029. Tot die tijd loopt de Innovatiewet Strafvordering door als experimenteerperiode, verlengd door de Tweede Kamer op 29 januari 2026. Zo kan de rechtspraktijk nu al oefenen met nieuwe werkwijzen, zoals digitale processen en aangepaste zittingsvormen. Bovendien diende de regering in maart 2026 de eerste aanvullingswet in bij de Tweede Kamer. Die bevat onder meer een nieuwe regeling voor procesafspraken en lichaamsonderzoek bij bewusteloze personen.

Hardere aanpak van online criminaliteit in het strafrecht 2026

Online criminaliteit is een van de snelst groeiende vormen van misdaad in Nederland. Zo treffen phishing, identiteitsfraude en internetoplichting jaarlijks honderdduizenden burgers. Mede daarom investeert het kabinet in 2026 alleen al €52,6 miljoen in de politie en strafrechtketen voor de aanpak van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.

Hogere straffen bij phishing en identiteitsfraude

De nieuwe regels geven politie en justitie ruimere bevoegdheden om digitaal bewijs te verzamelen. Zo mogen opsporingsdiensten onder strikte voorwaarden apparaten van verdachten hacken en illegale websites ontoegankelijk laten maken. Tegelijk komen er hogere straffen voor digitale fraude en online oplichting. Bovendien wordt de Integrale Aanpak Online Fraude voortgezet in 2026 en verder uitgewerkt in een concreet Actieplan 2026, dat begin 2026 aan de Tweede Kamer is toegezonden.

Wat zegt de WODC-evaluatie over computercriminaliteit?

In januari 2026 publiceerde het WODC een evaluatie van de Wet computercriminaliteit III. De conclusie is overwegend positief: de nieuwe opsporingsbevoegdheden worden daadwerkelijk benut. Toch signaleert het WODC een knelpunt. Het wetsartikel voor online handelsfraude richt zich namelijk op grootschalige fraude, maar in de praktijk gaat het in de meeste zaken om kleinere overtredingen. Bijgevolg zal de wetgever dit verschil in de komende aanvullingswetgeving moeten adresseren.

Digitale delicten en toepasselijke wetsartikelen

Delict Wetsartikel Wijziging 2026
Phishing / spoofing Art. 326 Sr (oplichting) Hogere strafmaxima, ruimere opsporing
Identiteitsfraude Art. 231b Sr Hogere straf, eigen wetsartikel
Online handelsfraude Art. 326a Sr Knelpunt grootschaligheidseis (WODC)
Computervredebreuk (hacken) Art. 138ab Sr Politie mag zelf hacken onder voorwaarden
Stelen / helen digitale gegevens Art. 138c / 139g Sr Nieuw strafbaar gesteld via Wet computercriminaliteit III

Strafrecht 2026 en de positie van het slachtoffer

Slachtoffers krijgen in het strafrecht 2026 een sterkere en uitdrukkelijker positie. Het strafproces draait namelijk niet meer uitsluitend om straffen, maar ook om erkenning, herstel en informatie. Deze koerswijziging is zowel in het nieuwe Wetboek van Strafvordering als in de Wet uitbreiding slachtofferrechten verankerd.

Uitbreiding van het spreekrecht

De Wet uitbreiding slachtofferrechten (35.349) breidt de kring van spreekgerechtigden uit. Zo krijgen stiefkinderen en stiefbroers of -zussen van een overleden slachtoffer nu ook spreekrecht op de zitting, naast stiefouders die dit recht al hadden. Bovendien wordt een spreekrecht ingevoerd op de tbs-verlengingszitting en in het kader van de plaatsing in een jeugdinstelling (PIJ-maatregel). Slachtoffers en nabestaanden kunnen zich hierdoor ook in die fase van het strafproces uitspreken. Verder wordt een verschijningsplicht ingevoerd voor de voorlopig gehechte verdachte die wordt verdacht van een ernstig zeden- of geweldsmisdrijf.

Definitie – Spreekrecht

Wat is het spreekrecht?
Het spreekrecht geeft slachtoffers en nabestaanden het recht om zich tijdens de strafzitting onbelemmerd uit te laten over het misdrijf, de gevolgen, de schuld van de verdachte en de gewenste straf. Het onbelemmerd spreekrecht is in 2016 ingevoerd via Stb. 2016, 160 en vastgelegd in artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering verankert dit recht in Boek 1, Hoofdstuk 5.

Wat zeggen slachtoffers zelf over het spreekrecht?

Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) evalueerde het onbelemmerd spreekrecht in 2023 in opdracht van het WODC. Slachtoffers en nabestaanden zijn overwegend positief. Zij waarderen namelijk de vrijheid om te spreken over wat zij willen, ook over de strafmaat en de schuld van de verdachte. Rechters daarentegen ervaren de balans bewaken als lastig: wanneer grijp je in en wanneer geef je ruimte? Bovendien is de belangrijkste aanbeveling het toevoegen van kaders, bijvoorbeeld over het al dan niet tonen van foto’s of filmpjes tijdens de zitting.

Strengere aanpak van gewelds- en zedendelicten in het strafrecht 2026

Bij ernstige gewelds- en zedenzaken kiest de overheid voor een duidelijk strengere lijn. Enerzijds moeten kwetsbare slachtoffers beter worden beschermd. Anderzijds moeten daders de gevolgen van hun daden onder ogen zien.

Hogere straffen en strafverzwarende omstandigheden

De wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht voorzien in hogere strafmaxima bij ernstige delicten, zeker wanneer de dader misbruik maakt van een afhankelijke positie. Denk aan geweld tegen ouderen, kinderen of mensen met een beperking. De wet houdt nu expliciet rekening met machtsverschil en kwetsbaarheid als strafverzwarende omstandigheid. De belangrijkste wijzigingen op een rij:

  • Hogere strafmaxima bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.
  • Strafverzwarende omstandigheid bij misbruik van een afhankelijke of kwetsbare positie.
  • Betere signalering en vervolging van structureel grensoverschrijdend gedrag.
  • Extra bescherming van slachtoffers tijdens het strafproces, ook bij herhaalde delicten.

De verschijningsplicht van de verdachte

Een van de opvallendste nieuwe maatregelen is de verschijningsplicht voor voorlopig gehechte verdachten bij ernstige zeden- of geweldszaken. Tot nu toe kon een verdachte namelijk ervoor kiezen niet aanwezig te zijn op de zitting. Dat verandert. Voortaan kan de rechter de aanwezigheid van de verdachte afdwingen, zodat het slachtoffer zijn verhaal kan doen in aanwezigheid van de dader. Dit sluit bovendien aan bij de bredere koers om de positie van het slachtoffer te versterken en is vastgelegd in de Wet uitbreiding slachtofferrechten.

Snellere afhandeling van strafzaken in het strafrecht 2026

De druk op rechtbanken is hoog en de doorlooptijden zijn lang. Mede daarom introduceert het strafrecht 2026 nieuwe instrumenten om eenvoudige zaken sneller af te doen, zonder dat dit ten koste gaat van de rechtsbescherming van de verdachte.

De strafbeschikking: sneller, maar let op je rechten

Het Openbaar Ministerie maakt vaker gebruik van de strafbeschikking bij lichte strafbare feiten. Daarmee hoeft een zaak niet voor de rechter te komen. De verdachte ontvangt een beschikking met een straf, bijvoorbeeld een boete of taakstraf. Vervolgens kan de verdachte binnen zes weken verzet instellen, waarna de zaak alsnog voor de rechter komt. Het is daarom belangrijk om deze termijn niet te missen. Doe je niets, dan wordt de straf definitief. Twijfel je over je rechten? Raadpleeg dan tijdig een advocaat.

Definitie – Strafbeschikking

Wat is een strafbeschikking?
Een strafbeschikking is een beslissing van de officier van justitie waarbij een straf wordt opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. De regeling is vastgelegd in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte kan binnen zes weken verzet instellen, waarna de zaak alsnog voor de politierechter of kantonrechter komt. Maakt de verdachte geen gebruik van het verzetsrecht, dan wordt de beschikking onherroepelijk.

Procesafspraken als nieuwe figuur in het strafrecht

De eerste aanvullingswet op het nieuwe Wetboek van Strafvordering introduceert de procesafspraak als nieuwe juridische figuur. Concreet kunnen een officier van justitie en een verdachte samen een voorstel doen aan de rechter over de op te leggen straf. De rechter is vrij dit voorstel te volgen of af te wijzen. Enerzijds heeft de verdachte hierdoor zekerheid over de maximale straf. Anderzijds kan het OM een tijdrovende rechtszaak vermijden. De maatregel is vergelijkbaar met het plea bargaining-systeem dat in andere landen al langer bestaat, maar nu voor het eerst wettelijk verankerd wordt in Nederland.

Jeugdstrafrecht en bescherming van kwetsbare personen

Twee groepen verdienen bijzondere aandacht in het strafrecht 2026: jongeren die in aanraking komen met justitie en kwetsbare personen die slachtoffer worden van misdrijven. In beide gevallen kiest de wetgever voor een aanpak die verder kijkt dan alleen de straf.

Meer maatwerk in het jeugdstrafrecht

Bij jongeren ligt de nadruk steeds meer op begeleiding, herstel en het voorkomen van herhaling. Zo is detentie niet langer het standaardinstrument. In plaats daarvan stimuleert de wet alternatieve straffen, herstelrecht en toekomstgerichte begeleiding. Bovendien verankert het amendement van de leden Mutluer en Van Nispen, aangenomen door de Tweede Kamer, herstelvoorzieningen voor jeugdige verdachten expliciet in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarmee krijgt herstelrecht een duidelijkere juridische basis dan voorheen.

Oud versus nieuw: jeugdstrafrecht in vogelvlucht

Aspect Oud (vóór 2026) Nieuw (2026)
Detentie Standaard instrument bij ernstige feiten Laatste redmiddel, niet bij alternatief mogelijk
Herstelrecht Facultatief, geen wettelijke basis Wettelijk verankerd in nieuw WvSv
Begeleiding Wisselend per rechtbank Meer maatwerk, focus op toekomst en gedrag
Verantwoordelijkheid Primair straf gericht Eigen verantwoordelijkheid én perspectief

Zwaardere straffen bij misbruik van kwetsbare personen

Misdrijven tegen kinderen, ouderen en afhankelijke personen worden in het strafrecht 2026 zwaarder bestraft. De wetgever erkent namelijk dat een machtsverschil tussen dader en slachtoffer het misdrijf ernstiger maakt. Signalen die wijzen op verhoogd risico bij kwetsbare slachtoffers:

  • De dader heeft een zorg- of begeleidingsfunctie ten opzichte van het slachtoffer.
  • Het slachtoffer is door leeftijd, ziekte of beperking niet in staat zichzelf te verweren.
  • Er is sprake van een structureel patroon van grensoverschrijdend gedrag.
  • Het geweld of misbruik vindt plaats in een afhankelijkheidsrelatie, zoals thuis of in een instelling.

De rechter weegt deze omstandigheden voortaan expliciet mee bij de strafmaat. Daarmee wil de overheid een duidelijk signaal afgeven: wie misbruik maakt van kwetsbaarheid, wordt zwaarder gestraft.

Conclusie: wat betekent het strafrecht 2026 voor jou?

Het strafrecht 2026 is geen kleine aanpassing, maar een stelselwijziging die tientallen jaren in de maak was en nu stapsgewijs realiteit wordt. Zo legt het nieuwe Wetboek van Strafvordering een fundament voor de komende decennia. Bovendien krijgen slachtoffers meer stem, worden daders bij ernstige feiten strenger aangepakt en krijgt de digitale wereld eindelijk een volwaardige plek in de wet. Tegelijk vraagt de overgang om zorgvuldigheid: niet alle wijzigingen treden tegelijk in werking en de praktijk zal moeten uitwijzen of de nieuwe regels werken zoals bedoeld. Heb je te maken met een strafzaak of twijfel je over je rechten? Schakel dan tijdig juridisch advies in.

FAQ – Strafrecht 2026

Wat is het belangrijkste dat verandert in het strafrecht in 2026?
De grootste verandering is de vaststelling van een nieuw Wetboek van Strafvordering (Stb. 2026, 56), aangenomen door de Eerste Kamer op 24 februari 2026. Het vervangt het wetboek uit 1926 en moderniseert het volledige strafproces, van opsporing tot tenuitvoerlegging. Andere belangrijke wijzigingen zijn hogere straffen voor online criminaliteit, uitbreiding van het spreekrecht voor slachtoffers en een verschijningsplicht voor verdachten bij ernstige zaken.
Wanneer treedt het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking?
De beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029. Tot die tijd loopt de Innovatiewet Strafvordering als experimenteerperiode door. Dat geeft de rechtspraktijk de tijd om te wennen aan nieuwe werkwijzen, zoals digitale processen en procesafspraken, voordat de wet formeel van kracht wordt.
Wat zijn mijn rechten als slachtoffer in het strafrecht 2026?
Als slachtoffer heb je recht op inzage in processtukken, een volledig gemotiveerde sepotbeslissing en het onbelemmerd spreekrecht op de zitting. De Wet uitbreiding slachtofferrechten (35.349) breidt dit uit met spreekrecht op de tbs-verlengingszitting en het recht om de verdachte aanwezig te laten zijn bij ernstige zaken. Slachtofferhulp Nederland en Veilig Thuis kunnen je ondersteunen.
Wat is een strafbeschikking en hoe reageer ik erop?
Een strafbeschikking is een beslissing van de officier van justitie waarbij een straf, zoals een boete of taakstraf, wordt opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. Je hebt zes weken de tijd om verzet in te stellen. Doe je dat niet, dan wordt de beschikking onherroepelijk. Raadpleeg bij twijfel altijd een advocaat voordat de termijn verloopt.
Worden straffen voor online criminaliteit hoger in 2026?
Ja. Hogere strafmaxima voor phishing, identiteitsfraude en online handelsfraude zijn onderdeel van de wijzigingen in het strafrecht 2026. Politie en justitie krijgen ook ruimere bevoegdheden om digitaal bewijs te verzamelen, waaronder het hacken van verdachte apparaten onder strikte voorwaarden. Het kabinet investeert €52,6 miljoen extra in de aanpak van cybercrime.

Geschreven door Max Paul, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions

Over Juristenblog.nl

Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.

Schrijf je in & Blijf op de hoogte

Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.

We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.