Een gluurbril verbod staat sinds 29 september 2026 op de agenda, nadat de Tweede Kamer een motie over camerabrillen aannam. De Kamer verzoekt het kabinet om het dragen van zulke brillen verder te verbieden. Opvallend is dat dezelfde motie vaststelt dat het gebruik van zo’n bril bijna altijd al verboden is. In dit artikel zet Juristenblog.nl de bestaande regels voor camerabrillen op een rij.
Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan het artikel!
Gluurbril verbod: wat heeft de Tweede Kamer besloten?
Een gluurbril is de spreektaalnaam voor een camerabril, een bril met een camera en microfoons in het montuur. De bril oogt als een gewone bril en is meestal verbonden met de smartphone van de drager. Daardoor is voor omstanders nauwelijks te zien of iemand alleen kijkt of ook opneemt.
Kamerlid Barbara Kathmann (PRO) diende de gewijzigde motie samen met acht andere Kamerleden in. Onder de mede-indieners bevinden zich ook leden van CDA, SP en ChristenUnie. Eerst verzoekt de motie de regering om het dragen van gluurbrillen verder te verbieden. Ook moet het kabinet samen met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verschillende juridische mogelijkheden uitwerken, met aandacht voor noodzakelijk medisch gebruik. Voor die opdracht geldt een termijn, want de uitwerking moet in het eerste kwartaal van 2027 bij de Kamer liggen.
Met de motie krijgt het kabinet meer mee dan alleen een opdracht om onderzoek te doen. De Kamer vraagt immers uitdrukkelijk om een verbod en kiest zo al een duidelijke richting. In de tekst van de motie onderbouwt zij die keuze met de overweging dat:
“dit verbod massaal niet wordt nageleefd, met grove privacyschendingen als gevolg”
Gewijzigde motie van het lid Kathmann c.s., Kamerstuk 32 761, nr. 350
Uit de stemmingsuitslag blijkt dat fracties met samen 80 van de 150 zetels de motie steunden. Onder meer D66, PRO, CDA en SP stemden voor het voorstel. VVD, PVV, JA21, FVD, Groep Markuszower, BBB en SGP stemden tegen. Een motie is echter geen wet, dus voor burgers verandert er door deze stemming nog niets. Van een wettelijk gluurbril verbod is daarom nog geen sprake.
Welk verbod geldt nu al voor de gluurbril?
Nederland kent geen apart gluurbril verbod, maar voor filmen met zo’n bril gelden al verschillende regels. Die regels hebben ieder een eigen bereik en kunnen tegelijk een rol spelen. Sommige beperken het maken van beelden, andere stellen grenzen aan het delen ervan.
Op 24 september 2026 zette het kabinet deze regels uiteen na Kamervragen van het CDA over camerabrillen. Het noemt het grondrecht op privacy, de AVG, het portretrecht, de onrechtmatige daad en het strafrecht. Welke regel in een concreet geval geldt, hangt af van de plaats en het doel. Ook telt mee wat iemand later met de beelden doet.
Wie verantwoordelijk is voor de verwerking, verschilt ook per situatie en per onderdeel. Zo kan de drager verantwoordelijk zijn voor het vastleggen van beeld en geluid. Zodra beelden worden gedeeld, kan de aanbieder van de bril verantwoordelijk zijn voor verder gebruik. Voor omstanders is daardoor niet altijd duidelijk bij wie zij een klacht of verzoek moeten indienen. De tabel hieronder geeft de hoofdlijnen weer, waarna de voorwaarden per regeling worden besproken.
| Situatie | Regel | Mogelijk gevolg |
|---|---|---|
| Herkenbare omstanders filmen en de beelden delen | AVG | Klacht bij de AP en een verzoek tot verwijdering |
| Heimelijk filmen in een woning, kleedkamer of toilet | Artikel 139f Wetboek van Strafrecht | Gevangenisstraf tot een jaar of een geldboete van de vierde categorie |
| Heimelijk filmen op een voor het publiek toegankelijke plaats met een aangebrachte camera | Artikel 441b Wetboek van Strafrecht | Hechtenis tot twee maanden of een geldboete van de derde categorie |
| Een herkenbaar portret publiceren | Artikel 21 Auteurswet | Verbod, verwijdering of schadevergoeding via de civiele rechter |
De AVG en de huishoudelijke uitzondering
Een belangrijk bestaand verbod voor de gluurbril komt uit de privacywet. Zodra iemand herkenbaar in beeld verschijnt, geldt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), want zulke beelden zijn persoonsgegevens. Wie deze beelden vastlegt of deelt, heeft daarom een geldige grondslag nodig.
Voor strikt persoonlijk of huishoudelijk gebruik maakt de AVG een belangrijke uitzondering. Een vakantiefilmpje dat alleen binnen de eigen familiekring wordt bekeken, kan daar bijvoorbeeld onder vallen. Zodra iemand de beelden online zet of breder deelt, vervalt die uitzondering weer. Voor gebruikers van een camerabril biedt deze uitzondering dus minder ruimte dan zij mogelijk denken.
Ook het Europese Hof van Justitie legt deze uitzondering strikt uit. In het arrest Ryneš uit 2014 draaide de zaak om een bewakingscamera aan een woning die ook de openbare weg filmde. De eigenaar wilde zijn huis en gezin beschermen, maar de uitzondering voor huishoudelijk gebruik gold toch niet. Beslissend was dat de camera buiten zijn privésfeer filmde. Bij een bril die de straat, de trein en het terras vastlegt, speelt dezelfde juridische vraag.
Verder moeten mensen weten wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. De AP stelt echter dat een klein lampje in het montuur daarvoor niet genoeg informatie geeft. Vooraf toestemming vragen biedt in een drukke winkelstraat ook geen oplossing, want iedereen informeren is daar praktisch onmogelijk. Herkenbare beelden delen of publiceren mag daarom in de praktijk vrijwel nooit zomaar. Ook kunnen de AI-functies van de bril persoonsgegevens van omstanders verwerken als geen foto of video wordt bewaard. Op 22 september 2026 vatte de Autoriteit Persoonsgegevens de hoofdregel samen in een uitleg van de privacyregels voor camerabrillen:
“De AVG beschermt juist de mensen die ongevraagd in beeld komen.”
Katja Mur, bestuurslid van de Autoriteit Persoonsgegevens
Heimelijk filmen in het Wetboek van Strafrecht
Naast de AVG bevat het strafrecht twee bepalingen over heimelijk filmen. Welke bepaling geldt, hangt af van de plaats waar de gefilmde persoon zich bevindt. Voor besloten plaatsen geldt een misdrijf, voor plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn een overtreding. Beide bepalingen eisen ook dat de camera niet kenbaar is gemaakt.
Artikel 139f beschermt mensen in een woning of op een andere plaats die niet voor het publiek toegankelijk is. Wie daar opzettelijk en wederrechtelijk iemand filmt met een niet kenbaar gemaakt hulpmiddel, pleegt een misdrijf. Daarop staat een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie. Deze regel geldt ook bij filmen in kleedkamers en toiletten.
Voor plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn, zoals de openbare weg, een winkel of het openbaar vervoer, geldt artikel 441b. Op deze overtreding staat hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie. Wel eist deze bepaling dat iemand een daartoe aangebracht technisch hulpmiddel gebruikt. De memorie van toelichting bij de wetswijziging van 2003 legt uit wat deze eis betekent. Een camera die iemand openlijk met de hand bedient, valt buiten deze regel. Een camera die iemand in een voorwerp verstopt, kan wel als aangebracht gelden. Als voorbeeld noemt de toelichting een koffer met een gaatje voor de lens.
In 2003 bestond de huidige camerabril nog niet, dus voor deze bril is niet alles beslist. Verder eist de wet dat de camera niet duidelijk kenbaar is gemaakt. Een burger moet ter plaatse eenvoudig kunnen nagaan of er een camera aanwezig is, zo luidt de maatstaf uit de toelichting. De rechter moet beoordelen of het kleine opnamelampje van een camerabril aan die eis voldoet. Het kabinet noemt artikel 441b als een regel die kan gelden, maar zekerheid geeft dat nog niet.
Portretrecht en onrechtmatige daad
Het portretrecht richt zich op het publiceren van beelden en verbiedt het filmen zelf niet. Artikel 21 van de Auteurswet kan publicatie van een portret tegenhouden als de geportretteerde daar een redelijk belang tegen heeft. Ook een video-opname kan binnen deze regel als een portret gelden.
Privacy kan zo’n redelijk belang zijn en iemand kan daarom verwijdering van herkenbare beelden op sociale media eisen. Toestemming vooraf voorkomt die discussie, al is dat in de openbare ruimte praktisch lastig te regelen. Het portretrecht verbiedt de opname zelf echter niet. Voor de drager ontstaat dit risico dus vooral zodra hij de gemaakte beelden deelt.
Filmen zonder toestemming kan ook een onrechtmatige daad opleveren op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Lijdt iemand schade door de opname, dan kan die persoon de filmer aanspreken op een vergoeding. Die schade hoeft overigens niet alleen financieel van aard te zijn. Vervolgens weegt de civiele rechter het privacybelang af tegen het belang van de maker. Een heimelijke opname in een kleedkamer weegt daarbij anders dan een opname van een toevallige voorbijganger op straat. Ook kijkt de rechter naar de manier waarop iemand de beelden heeft gebruikt.
Waarom werkt het bestaande verbod op de gluurbril niet?
De motie spreekt van massale niet-naleving van de bestaande regels rond het gluurbril verbod. In zijn antwoorden erkent het kabinet zelf dat de handhaving in de praktijk problemen oplevert. Bij een telefoon zien omstanders immers dat iemand het toestel omhooghoudt om te filmen. Een camerabril blijft tijdens een opname gewoon op de neus staan.
Het opnamelampje verkleint dat verschil maar voor een deel. Veel mensen weten namelijk niet dat een brandend lampje betekent dat de bril filmt. In een drukke of fel verlichte omgeving valt het signaal bovendien snel minder op. Het kabinet noemt ook kleurenblindheid, visuele beperkingen en de kijkhoek als factoren die meespelen. Verder kan iemand het lampje betrekkelijk eenvoudig omzeilen.
Op 29 september 2026 stuurde de Consumentenbond Meta een sommatiebrief over het opnamelampje. De bond vindt het signaal niet zichtbaar genoeg en wijst erop dat gebruikers het kunnen afdekken. Meta kreeg daarom twee weken om de bril aan te passen. Online staan ook stickers en instructies waarmee gebruikers het lampje kunnen afdekken. Het kabinet noemt dit onwenselijk, maar ziet weinig in een verkoopverbod voor zulke hulpmiddelen. Zo’n verbod is juridisch kwetsbaar en moeilijk te handhaven, terwijl gebruikers het kunnen omzeilen met materialen die meestal legaal zijn.
Wie niet merkt dat iemand hem filmt, zal daar meestal ook niet over klagen. Op 24 september 2026 had de AP zes signalen en één klacht over camerabrillen ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft ook geen cijfers over het aantal aangiften. Bij een verbod dat massaal zou worden overtreden, zijn dat opvallend lage aantallen. Het toezicht loopt verder over meerdere landen, want de Europese vestiging van Meta zit in Ierland. Daardoor heeft de Ierse toezichthouder de leidende rol en werkt de AP samen met andere Europese privacytoezichthouders. Intussen onderzoekt de AP welke verdergaande maatregelen mogelijk zijn. Het kabinet wil de zorgen ook bespreken in het reguliere overleg met de toezichthouder.
Kan een gluurbril verbod op het dragen juridisch wel?
De motie richt zich op meer dan alleen het filmen met de bril. De Kamer wil namelijk ook het dragen van de bril verder verbieden. Juridisch is dat een grotere stap, want een draagverbod raakt ook mensen die niets opnemen. Wie de camerabril alleen als bril gebruikt, kan dan dus ook onder het verbod vallen. De regel verschuift zo van verboden gedrag naar het dragen van een product.
Een camerabril heeft ook andere functies, zoals een AI-assistent die vragen beantwoordt over wat de drager ziet. Daarom moet een gluurbril verbod precies bepalen welke brillen onder de nieuwe regel vallen. Dat is lastig, want modellen en functies veranderen snel en een ruime omschrijving raakt ook andere slimme brillen. Fabrikanten kunnen een te smalle omschrijving juist omzeilen door hun product aan te passen. Ook voor noodzakelijk medisch gebruik is een duidelijke uitzondering nodig. Een handhaver op straat moet immers kunnen vaststellen wie de bril wel mag dragen.
Vijf dagen voor de stemming reageerde het kabinet nog terughoudend op zo’n draagverbod. Het wilde toen geen eigen onderzoek starten en eerst de Europese bevindingen afwachten. Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid schreef in de beantwoording van de Kamervragen:
“Het gebruik van de camerabrillen is niet intrinsiek onwenselijk.”
Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), antwoord op Kamervragen, 24 september 2026
Proportionaliteit: het zwaarste middel komt als laatste
Een algemeen gluurbril verbod beperkt de vrijheid van de drager en moet daarom noodzakelijk en evenredig zijn. Het kabinet noemt een draagverbod in publieke ruimtes dan ook een ingrijpende maatregel. Zo’n maatregel kan alleen als minder zware alternatieven geen goede oplossing bieden.
Op papier bestaan die alternatieven al via de AVG, het strafrecht en huisregels. Het kabinet wijst in zijn antwoorden ook op de mogelijkheden die deze regels bieden. De Kamermeerderheid vindt echter dat deze middelen in de praktijk tekortschieten. Voor de juridische beoordeling telt daarom mee of bestaande regels nog een werkbaar alternatief vormen als mensen ze massaal negeren.
Het antwoord op die vraag bepaalt mede of een gluurbril verbod een rechterlijke toets kan doorstaan. De wetgever moet dan kunnen uitleggen waarom lichtere maatregelen onvoldoende werken. Cijfers over klachten en aangiften zijn daarbij belangrijk, maar die gegevens ontbreken nu grotendeels. Het kabinet moet dat gebrek dus meenemen in de uitwerking die het in 2027 naar de Kamer stuurt. Ook kan een beperkter verbod in beeld komen, bijvoorbeeld voor bepaalde plaatsen. De motie vraagt immers om verschillende juridische mogelijkheden.
Duitsland en Noorwegen als voorbeeld
Duitsland heeft geen specifiek gluurbril verbod, maar kent wel een regel die in het Nederlandse debat terugkomt. Kort gezegd verbiedt die regel het aanbieden en bezitten van telecommunicatieapparatuur die op een alledaags voorwerp lijkt en ongemerkt kan opnemen. De Hamburgse privacytoezichthouder opperde dat slimme brillen onder deze regel kunnen vallen. Of camerabrillen er echt onder vallen, is in Duitsland nog niet uitgemaakt. Nederland heeft geen vergelijkbare bepaling, dus voor een verbod naar Duits model is nieuwe wetgeving nodig.
In Noorwegen maakte de regering op 5 oktober 2026 bekend dat zij een tijdelijk verbod op AI-brillen wil invoeren. Dat verbod moet gelden op bepaalde plekken in de openbare ruimte en wordt geen algeheel verbod. De maatregel kan gelden op plaatsen met veel publiek, zoals parken en winkelcentra, en op plekken met veel kinderen. Ook privacygevoelige locaties, waaronder ziekenhuizen en kleedkamers, kunnen onder het verbod vallen. Noorwegen wil met de tijdelijke regel vooral tijd vrijmaken voor grondig onderzoek. Welke technologie precies onder de maatregel valt, wordt nog onderzocht. Voor Nederland laat dit zien hoe een beperkt gluurbril verbod per plaats eruit kan zien.
Oslo had eerder al een eigen beperking ingevoerd. De hoofdstad verbood slimme brillen in augustus 2026 al op scholen. De Noorse regering richt ook een expertgroep op die moet adviseren over blijvende landelijke regels. Privégebruik blijft toegestaan waar anderen geen risico lopen om gefilmd te worden.
Andere landen: geen gluurbril verbod, wel regels per plek
Buiten Noorwegen is, voor zover bekend, nog geen landelijk gluurbril verbod voor de openbare ruimte aangekondigd. In verschillende landen ontstaan wel verboden voor bepaalde plekken of sectoren. Rechtbanken in Engeland en Wales hebben het gebruik van Meta-brillen bijvoorbeeld verboden door bestaande beperkingen op beeldopnamen. Sinds 20 juli 2026 weren ook de rechtbanken van de staat New York slimme brillen uit al hun gebouwen. De Australische regering overweegt een verbod op werkplekken van de overheid vanwege privacy en veiligheid. Britse bioscopen voeren ook eigen beperkingen in. In België en Frankrijk blijft het vooralsnog bij discussie en waarschuwingen.
Ook op Europees niveau wordt naar slimme brillen gekeken. De European Data Protection Board komt later dit jaar met een rapport over deze technologie. Binnen dit orgaan werken de privacytoezichthouders van de lidstaten samen. De Europese Commissie heeft zelf nog geen wetgeving voor slimme brillen voorgesteld. Het kabinet wilde eerst de Europese bevindingen afwachten, maar de motie verandert die volgorde. Zolang het rapport er niet is, pleit het kabinet ook niet voor bindende Europese ontwerpeisen.
Voor gezichtsherkenning gelden nu al strenge grenzen bij het identificeren van willekeurige omstanders zonder wettelijke grondslag. Die beperkingen volgen uit de AVG en uit de Europese AI-verordening. Daarom vindt het kabinet een extra Europese oproep op dit punt niet nodig. Het zet hier in op handhaving van de bestaande regels.
Huisregels en verkoopstop: wie weert de camerabril nu al?
Beheerders hoeven niet op een wettelijk gluurbril verbod te wachten om zelf regels te stellen. Het kabinet schrijft dat beheerders van gebouwen en terreinen daar al genoeg ruimte voor hebben. Een wetswijziging is daarvoor dus niet nodig. Zij kunnen camerabrillen bijvoorbeeld verbieden via huisregels, contractvoorwaarden of hun toegangsbeleid.
Horeca, winkels, musea, zwembaden en sportscholen mogen een camerabril verbieden in hun huisregels of algemene voorwaarden. Zo’n regel moet wel kenbaar, niet-discriminerend en proportioneel zijn om stand te houden. Wie de regel negeert, mag vervolgens de toegang worden geweigerd. Weigert een bezoeker daarna te vertrekken, dan kan lokaalvredebreuk in beeld komen. Uiteindelijk kan dan ook de politie optreden.
Voor scholen en zorginstellingen is een verbod makkelijker te rechtvaardigen door hun bijzondere zorgplicht voor leerlingen, patiënten en bezoekers. Dat speelt vooral in kleedruimten, behandelkamers en rustruimten. De AP adviseert daarom de bril te weren op plekken waar mensen extra privacy verwachten. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, rechtbanken en religieuze gebouwen, waar bezoekers zich onbespied moeten kunnen voelen. Gemeenten kunnen ook extra voorwaarden stellen bij evenementen met een vergunning. Een landelijke richtlijn komt er echter niet, want het kabinet vindt het bestaande kader duidelijk genoeg. Ondernemers en instellingen moeten hun huisregels dus zelf aanpassen en zichtbaar maken bij de ingang.
Ook winkels nemen al maatregelen voordat er een wettelijk gluurbril verbod ligt. Opticienketen Hans Anders stopte op 1 oktober 2026 per direct met de verkoop van de camerabril van Meta. De keten nam dat besluit vanwege de onrust over privacyrisico’s en wil de discussie eerst afwachten. Daarna beslist Hans Anders of de bril terugkeert. Webwinkel Wehkamp haalde de camerabril per direct uit de verkoop vanwege privacyzorgen. Bij andere winkels en webshops blijft de bril nog gewoon te koop. Ook in ziekenhuizen en bij Defensie bestaat weerstand tegen de bril.
Wat kan iemand doen die met een camerabril is gefilmd?
Stel dat Anne in de sportschool merkt dat iemand haar met een camerabril filmt. Zij kan dan verschillende juridische stappen zetten, die ook naast elkaar kunnen lopen. Welke route past, hangt af van de situatie waarin de opname is gemaakt. Snel handelen kan helpen als de beelden online komen en zich verder verspreiden.
Eerst kan Anne de filmer aanspreken en vragen om de beelden te verwijderen. Valt het filmen onder de AVG, dan heeft zij ook recht op wissing van haar gegevens. Staan de beelden online, dan kan zij het platform vragen om ze te verwijderen. Ook kan Anne de sportschool inschakelen, want die kan de filmer de toegang ontzeggen.
Als dat niet helpt, kan Anne een klacht indienen bij de AP. De toezichthouder beslist daarna zelf of er een onderzoek komt. Bij heimelijk filmen in een kleedkamer of toilet kan Anne ook aangifte doen bij de politie. Voor opnamen op straat gelden strengere voorwaarden, dus daar is bewijs extra belangrijk. Noteer daarom de tijd, plaats en getuigen en bewaar zo mogelijk schermafbeeldingen van gepubliceerde beelden. De politie kan vervolgens ook onderzoeken wie de filmer precies is.
Anne kan ten slotte naar de civiele rechter stappen via het portretrecht of de onrechtmatige daad. Zij kan daar een verbod, verwijdering en schadevergoeding eisen. Bij spoed kan dat ook via een kort geding, al kost zo’n procedure tijd en geld. De identiteit van de filmer is bovendien niet altijd bekend, wat optreden tegen een camerabril lastiger maakt dan bij een zichtbare telefoon. Een advocaat, rechtsbijstandsverzekeraar of het Juridisch Loket kan vooraf inschatten of zo’n stap zinvol is. Dat kan vooral belangrijk zijn als de beelden al breed online zijn gedeeld. Een gluurbril verbod lost dit bewijsprobleem overigens niet vanzelf op, want ook een nieuw verbod moet worden gehandhaafd.
Hoe gaat het verder met het gluurbril verbod?
Er ligt nog geen wetsvoorstel voor een gluurbril verbod. Eerst moet het kabinet, in dit dossier vertegenwoordigd door een staatssecretaris, de juridische mogelijkheden uitwerken. Die uitwerking moet in het eerste kwartaal van 2027 naar de Tweede Kamer. Pas daarna kan een wetgevingstraject beginnen met behandeling in de Tweede en de Eerste Kamer.
Intussen lopen verschillende andere trajecten door en wordt het rapport van de Europese toezichthouders nog dit najaar verwacht. Op voorstel van JA21 wil de Tweede Kamer ook een apart debat over camerabrillen voeren. Dat voorstel kreeg een meerderheid. Ook de rechter kan eerder in beeld komen dan de wetgever. Op 13 oktober 2026 loopt de termijn af die de Consumentenbond aan Meta stelde. De stichtingen Offlimits en The Firewall eisen daarnaast dat de bril van de markt gaat zolang gebruikers er stiekem mee kunnen filmen. Een uitspraak in zo’n zaak kan de ruimte voor fabrikanten eerder beperken dan nieuwe wetgeving.
Voor mensen die nu een camerabril dragen, verandert juridisch nog niets door de aangenomen motie. Een gluurbril verbod is immers nog geen wet. Wel blijven de bestaande regels gelden voor iedereen die met zo’n bril filmt. Wie herkenbare mensen filmt en de beelden deelt, overtreedt in de meeste gevallen nu al de privacyregels. Het politieke debat richt zich daarom vooral op de vraag hoe deze regels in de praktijk kunnen worden gehandhaafd.
Veelgestelde vragen over het gluurbril verbod
Geschreven door
Cedrick Verleg, LL.B.
Jurist bij XY Legal Solutions
Een gluurbril verbod staat sinds 29 september 2026 op de agenda, nadat de Tweede Kamer een motie over camerabrillen aannam. De Kamer verzoekt het kabinet om het dragen van zulke brillen verder te verbieden. Opvallend is dat dezelfde motie vaststelt dat het gebruik van zo’n bril bijna altijd al verboden is. In dit artikel zet Juristenblog.nl de bestaande regels voor camerabrillen op een rij.
Liever snel antwoord? Lees dan de FAQ onderaan het artikel!
Gluurbril verbod: wat heeft de Tweede Kamer besloten?
Een gluurbril is de spreektaalnaam voor een camerabril, een bril met een camera en microfoons in het montuur. De bril oogt als een gewone bril en is meestal verbonden met de smartphone van de drager. Daardoor is voor omstanders nauwelijks te zien of iemand alleen kijkt of ook opneemt.
Kamerlid Barbara Kathmann (PRO) diende de gewijzigde motie samen met acht andere Kamerleden in. Onder de mede-indieners bevinden zich ook leden van CDA, SP en ChristenUnie. Eerst verzoekt de motie de regering om het dragen van gluurbrillen verder te verbieden. Ook moet het kabinet samen met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verschillende juridische mogelijkheden uitwerken, met aandacht voor noodzakelijk medisch gebruik. Voor die opdracht geldt een termijn, want de uitwerking moet in het eerste kwartaal van 2027 bij de Kamer liggen.
Met de motie krijgt het kabinet meer mee dan alleen een opdracht om onderzoek te doen. De Kamer vraagt immers uitdrukkelijk om een verbod en kiest zo al een duidelijke richting. In de tekst van de motie onderbouwt zij die keuze met de overweging dat:
“dit verbod massaal niet wordt nageleefd, met grove privacyschendingen als gevolg”
Gewijzigde motie van het lid Kathmann c.s., Kamerstuk 32 761, nr. 350
Uit de stemmingsuitslag blijkt dat fracties met samen 80 van de 150 zetels de motie steunden. Onder meer D66, PRO, CDA en SP stemden voor het voorstel. VVD, PVV, JA21, FVD, Groep Markuszower, BBB en SGP stemden tegen. Een motie is echter geen wet, dus voor burgers verandert er door deze stemming nog niets. Van een wettelijk gluurbril verbod is daarom nog geen sprake.
Welk verbod geldt nu al voor de gluurbril?
Nederland kent geen apart gluurbril verbod, maar voor filmen met zo’n bril gelden al verschillende regels. Die regels hebben ieder een eigen bereik en kunnen tegelijk een rol spelen. Sommige beperken het maken van beelden, andere stellen grenzen aan het delen ervan.
Op 24 september 2026 zette het kabinet deze regels uiteen na Kamervragen van het CDA over camerabrillen. Het noemt het grondrecht op privacy, de AVG, het portretrecht, de onrechtmatige daad en het strafrecht. Welke regel in een concreet geval geldt, hangt af van de plaats en het doel. Ook telt mee wat iemand later met de beelden doet.
Wie verantwoordelijk is voor de verwerking, verschilt ook per situatie en per onderdeel. Zo kan de drager verantwoordelijk zijn voor het vastleggen van beeld en geluid. Zodra beelden worden gedeeld, kan de aanbieder van de bril verantwoordelijk zijn voor verder gebruik. Voor omstanders is daardoor niet altijd duidelijk bij wie zij een klacht of verzoek moeten indienen. De tabel hieronder geeft de hoofdlijnen weer, waarna de voorwaarden per regeling worden besproken.
| Situatie | Regel | Mogelijk gevolg |
|---|---|---|
| Herkenbare omstanders filmen en de beelden delen | AVG | Klacht bij de AP en een verzoek tot verwijdering |
| Heimelijk filmen in een woning, kleedkamer of toilet | Artikel 139f Wetboek van Strafrecht | Gevangenisstraf tot een jaar of een geldboete van de vierde categorie |
| Heimelijk filmen op een voor het publiek toegankelijke plaats met een aangebrachte camera | Artikel 441b Wetboek van Strafrecht | Hechtenis tot twee maanden of een geldboete van de derde categorie |
| Een herkenbaar portret publiceren | Artikel 21 Auteurswet | Verbod, verwijdering of schadevergoeding via de civiele rechter |
De AVG en de huishoudelijke uitzondering
Een belangrijk bestaand verbod voor de gluurbril komt uit de privacywet. Zodra iemand herkenbaar in beeld verschijnt, geldt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), want zulke beelden zijn persoonsgegevens. Wie deze beelden vastlegt of deelt, heeft daarom een geldige grondslag nodig.
Voor strikt persoonlijk of huishoudelijk gebruik maakt de AVG een belangrijke uitzondering. Een vakantiefilmpje dat alleen binnen de eigen familiekring wordt bekeken, kan daar bijvoorbeeld onder vallen. Zodra iemand de beelden online zet of breder deelt, vervalt die uitzondering weer. Voor gebruikers van een camerabril biedt deze uitzondering dus minder ruimte dan zij mogelijk denken.
Ook het Europese Hof van Justitie legt deze uitzondering strikt uit. In het arrest Ryneš uit 2014 draaide de zaak om een bewakingscamera aan een woning die ook de openbare weg filmde. De eigenaar wilde zijn huis en gezin beschermen, maar de uitzondering voor huishoudelijk gebruik gold toch niet. Beslissend was dat de camera buiten zijn privésfeer filmde. Bij een bril die de straat, de trein en het terras vastlegt, speelt dezelfde juridische vraag.
Verder moeten mensen weten wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. De AP stelt echter dat een klein lampje in het montuur daarvoor niet genoeg informatie geeft. Vooraf toestemming vragen biedt in een drukke winkelstraat ook geen oplossing, want iedereen informeren is daar praktisch onmogelijk. Herkenbare beelden delen of publiceren mag daarom in de praktijk vrijwel nooit zomaar. Ook kunnen de AI-functies van de bril persoonsgegevens van omstanders verwerken als geen foto of video wordt bewaard. Op 22 september 2026 vatte de Autoriteit Persoonsgegevens de hoofdregel samen in een uitleg van de privacyregels voor camerabrillen:
“De AVG beschermt juist de mensen die ongevraagd in beeld komen.”
Katja Mur, bestuurslid van de Autoriteit Persoonsgegevens
Heimelijk filmen in het Wetboek van Strafrecht
Naast de AVG bevat het strafrecht twee bepalingen over heimelijk filmen. Welke bepaling geldt, hangt af van de plaats waar de gefilmde persoon zich bevindt. Voor besloten plaatsen geldt een misdrijf, voor plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn een overtreding. Beide bepalingen eisen ook dat de camera niet kenbaar is gemaakt.
Artikel 139f beschermt mensen in een woning of op een andere plaats die niet voor het publiek toegankelijk is. Wie daar opzettelijk en wederrechtelijk iemand filmt met een niet kenbaar gemaakt hulpmiddel, pleegt een misdrijf. Daarop staat een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie. Deze regel geldt ook bij filmen in kleedkamers en toiletten.
Voor plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn, zoals de openbare weg, een winkel of het openbaar vervoer, geldt artikel 441b. Op deze overtreding staat hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie. Wel eist deze bepaling dat iemand een daartoe aangebracht technisch hulpmiddel gebruikt. De memorie van toelichting bij de wetswijziging van 2003 legt uit wat deze eis betekent. Een camera die iemand openlijk met de hand bedient, valt buiten deze regel. Een camera die iemand in een voorwerp verstopt, kan wel als aangebracht gelden. Als voorbeeld noemt de toelichting een koffer met een gaatje voor de lens.
In 2003 bestond de huidige camerabril nog niet, dus voor deze bril is niet alles beslist. Verder eist de wet dat de camera niet duidelijk kenbaar is gemaakt. Een burger moet ter plaatse eenvoudig kunnen nagaan of er een camera aanwezig is, zo luidt de maatstaf uit de toelichting. De rechter moet beoordelen of het kleine opnamelampje van een camerabril aan die eis voldoet. Het kabinet noemt artikel 441b als een regel die kan gelden, maar zekerheid geeft dat nog niet.
Portretrecht en onrechtmatige daad
Het portretrecht richt zich op het publiceren van beelden en verbiedt het filmen zelf niet. Artikel 21 van de Auteurswet kan publicatie van een portret tegenhouden als de geportretteerde daar een redelijk belang tegen heeft. Ook een video-opname kan binnen deze regel als een portret gelden.
Privacy kan zo’n redelijk belang zijn en iemand kan daarom verwijdering van herkenbare beelden op sociale media eisen. Toestemming vooraf voorkomt die discussie, al is dat in de openbare ruimte praktisch lastig te regelen. Het portretrecht verbiedt de opname zelf echter niet. Voor de drager ontstaat dit risico dus vooral zodra hij de gemaakte beelden deelt.
Filmen zonder toestemming kan ook een onrechtmatige daad opleveren op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Lijdt iemand schade door de opname, dan kan die persoon de filmer aanspreken op een vergoeding. Die schade hoeft overigens niet alleen financieel van aard te zijn. Vervolgens weegt de civiele rechter het privacybelang af tegen het belang van de maker. Een heimelijke opname in een kleedkamer weegt daarbij anders dan een opname van een toevallige voorbijganger op straat. Ook kijkt de rechter naar de manier waarop iemand de beelden heeft gebruikt.
Waarom werkt het bestaande verbod op de gluurbril niet?
De motie spreekt van massale niet-naleving van de bestaande regels rond het gluurbril verbod. In zijn antwoorden erkent het kabinet zelf dat de handhaving in de praktijk problemen oplevert. Bij een telefoon zien omstanders immers dat iemand het toestel omhooghoudt om te filmen. Een camerabril blijft tijdens een opname gewoon op de neus staan.
Het opnamelampje verkleint dat verschil maar voor een deel. Veel mensen weten namelijk niet dat een brandend lampje betekent dat de bril filmt. In een drukke of fel verlichte omgeving valt het signaal bovendien snel minder op. Het kabinet noemt ook kleurenblindheid, visuele beperkingen en de kijkhoek als factoren die meespelen. Verder kan iemand het lampje betrekkelijk eenvoudig omzeilen.
Op 29 september 2026 stuurde de Consumentenbond Meta een sommatiebrief over het opnamelampje. De bond vindt het signaal niet zichtbaar genoeg en wijst erop dat gebruikers het kunnen afdekken. Meta kreeg daarom twee weken om de bril aan te passen. Online staan ook stickers en instructies waarmee gebruikers het lampje kunnen afdekken. Het kabinet noemt dit onwenselijk, maar ziet weinig in een verkoopverbod voor zulke hulpmiddelen. Zo’n verbod is juridisch kwetsbaar en moeilijk te handhaven, terwijl gebruikers het kunnen omzeilen met materialen die meestal legaal zijn.
Wie niet merkt dat iemand hem filmt, zal daar meestal ook niet over klagen. Op 24 september 2026 had de AP zes signalen en één klacht over camerabrillen ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft ook geen cijfers over het aantal aangiften. Bij een verbod dat massaal zou worden overtreden, zijn dat opvallend lage aantallen. Het toezicht loopt verder over meerdere landen, want de Europese vestiging van Meta zit in Ierland. Daardoor heeft de Ierse toezichthouder de leidende rol en werkt de AP samen met andere Europese privacytoezichthouders. Intussen onderzoekt de AP welke verdergaande maatregelen mogelijk zijn. Het kabinet wil de zorgen ook bespreken in het reguliere overleg met de toezichthouder.
Kan een gluurbril verbod op het dragen juridisch wel?
De motie richt zich op meer dan alleen het filmen met de bril. De Kamer wil namelijk ook het dragen van de bril verder verbieden. Juridisch is dat een grotere stap, want een draagverbod raakt ook mensen die niets opnemen. Wie de camerabril alleen als bril gebruikt, kan dan dus ook onder het verbod vallen. De regel verschuift zo van verboden gedrag naar het dragen van een product.
Een camerabril heeft ook andere functies, zoals een AI-assistent die vragen beantwoordt over wat de drager ziet. Daarom moet een gluurbril verbod precies bepalen welke brillen onder de nieuwe regel vallen. Dat is lastig, want modellen en functies veranderen snel en een ruime omschrijving raakt ook andere slimme brillen. Fabrikanten kunnen een te smalle omschrijving juist omzeilen door hun product aan te passen. Ook voor noodzakelijk medisch gebruik is een duidelijke uitzondering nodig. Een handhaver op straat moet immers kunnen vaststellen wie de bril wel mag dragen.
Vijf dagen voor de stemming reageerde het kabinet nog terughoudend op zo’n draagverbod. Het wilde toen geen eigen onderzoek starten en eerst de Europese bevindingen afwachten. Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid schreef in de beantwoording van de Kamervragen:
“Het gebruik van de camerabrillen is niet intrinsiek onwenselijk.”
Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), antwoord op Kamervragen, 24 september 2026
Proportionaliteit: het zwaarste middel komt als laatste
Een algemeen gluurbril verbod beperkt de vrijheid van de drager en moet daarom noodzakelijk en evenredig zijn. Het kabinet noemt een draagverbod in publieke ruimtes dan ook een ingrijpende maatregel. Zo’n maatregel kan alleen als minder zware alternatieven geen goede oplossing bieden.
Op papier bestaan die alternatieven al via de AVG, het strafrecht en huisregels. Het kabinet wijst in zijn antwoorden ook op de mogelijkheden die deze regels bieden. De Kamermeerderheid vindt echter dat deze middelen in de praktijk tekortschieten. Voor de juridische beoordeling telt daarom mee of bestaande regels nog een werkbaar alternatief vormen als mensen ze massaal negeren.
Het antwoord op die vraag bepaalt mede of een gluurbril verbod een rechterlijke toets kan doorstaan. De wetgever moet dan kunnen uitleggen waarom lichtere maatregelen onvoldoende werken. Cijfers over klachten en aangiften zijn daarbij belangrijk, maar die gegevens ontbreken nu grotendeels. Het kabinet moet dat gebrek dus meenemen in de uitwerking die het in 2027 naar de Kamer stuurt. Ook kan een beperkter verbod in beeld komen, bijvoorbeeld voor bepaalde plaatsen. De motie vraagt immers om verschillende juridische mogelijkheden.
Duitsland en Noorwegen als voorbeeld
Duitsland heeft geen specifiek gluurbril verbod, maar kent wel een regel die in het Nederlandse debat terugkomt. Kort gezegd verbiedt die regel het aanbieden en bezitten van telecommunicatieapparatuur die op een alledaags voorwerp lijkt en ongemerkt kan opnemen. De Hamburgse privacytoezichthouder opperde dat slimme brillen onder deze regel kunnen vallen. Of camerabrillen er echt onder vallen, is in Duitsland nog niet uitgemaakt. Nederland heeft geen vergelijkbare bepaling, dus voor een verbod naar Duits model is nieuwe wetgeving nodig.
In Noorwegen maakte de regering op 5 oktober 2026 bekend dat zij een tijdelijk verbod op AI-brillen wil invoeren. Dat verbod moet gelden op bepaalde plekken in de openbare ruimte en wordt geen algeheel verbod. De maatregel kan gelden op plaatsen met veel publiek, zoals parken en winkelcentra, en op plekken met veel kinderen. Ook privacygevoelige locaties, waaronder ziekenhuizen en kleedkamers, kunnen onder het verbod vallen. Noorwegen wil met de tijdelijke regel vooral tijd vrijmaken voor grondig onderzoek. Welke technologie precies onder de maatregel valt, wordt nog onderzocht. Voor Nederland laat dit zien hoe een beperkt gluurbril verbod per plaats eruit kan zien.
Oslo had eerder al een eigen beperking ingevoerd. De hoofdstad verbood slimme brillen in augustus 2026 al op scholen. De Noorse regering richt ook een expertgroep op die moet adviseren over blijvende landelijke regels. Privégebruik blijft toegestaan waar anderen geen risico lopen om gefilmd te worden.
Andere landen: geen gluurbril verbod, wel regels per plek
Buiten Noorwegen is, voor zover bekend, nog geen landelijk gluurbril verbod voor de openbare ruimte aangekondigd. In verschillende landen ontstaan wel verboden voor bepaalde plekken of sectoren. Rechtbanken in Engeland en Wales hebben het gebruik van Meta-brillen bijvoorbeeld verboden door bestaande beperkingen op beeldopnamen. Sinds 20 juli 2026 weren ook de rechtbanken van de staat New York slimme brillen uit al hun gebouwen. De Australische regering overweegt een verbod op werkplekken van de overheid vanwege privacy en veiligheid. Britse bioscopen voeren ook eigen beperkingen in. In België en Frankrijk blijft het vooralsnog bij discussie en waarschuwingen.
Ook op Europees niveau wordt naar slimme brillen gekeken. De European Data Protection Board komt later dit jaar met een rapport over deze technologie. Binnen dit orgaan werken de privacytoezichthouders van de lidstaten samen. De Europese Commissie heeft zelf nog geen wetgeving voor slimme brillen voorgesteld. Het kabinet wilde eerst de Europese bevindingen afwachten, maar de motie verandert die volgorde. Zolang het rapport er niet is, pleit het kabinet ook niet voor bindende Europese ontwerpeisen.
Voor gezichtsherkenning gelden nu al strenge grenzen bij het identificeren van willekeurige omstanders zonder wettelijke grondslag. Die beperkingen volgen uit de AVG en uit de Europese AI-verordening. Daarom vindt het kabinet een extra Europese oproep op dit punt niet nodig. Het zet hier in op handhaving van de bestaande regels.
Huisregels en verkoopstop: wie weert de camerabril nu al?
Beheerders hoeven niet op een wettelijk gluurbril verbod te wachten om zelf regels te stellen. Het kabinet schrijft dat beheerders van gebouwen en terreinen daar al genoeg ruimte voor hebben. Een wetswijziging is daarvoor dus niet nodig. Zij kunnen camerabrillen bijvoorbeeld verbieden via huisregels, contractvoorwaarden of hun toegangsbeleid.
Horeca, winkels, musea, zwembaden en sportscholen mogen een camerabril verbieden in hun huisregels of algemene voorwaarden. Zo’n regel moet wel kenbaar, niet-discriminerend en proportioneel zijn om stand te houden. Wie de regel negeert, mag vervolgens de toegang worden geweigerd. Weigert een bezoeker daarna te vertrekken, dan kan lokaalvredebreuk in beeld komen. Uiteindelijk kan dan ook de politie optreden.
Voor scholen en zorginstellingen is een verbod makkelijker te rechtvaardigen door hun bijzondere zorgplicht voor leerlingen, patiënten en bezoekers. Dat speelt vooral in kleedruimten, behandelkamers en rustruimten. De AP adviseert daarom de bril te weren op plekken waar mensen extra privacy verwachten. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, rechtbanken en religieuze gebouwen, waar bezoekers zich onbespied moeten kunnen voelen. Gemeenten kunnen ook extra voorwaarden stellen bij evenementen met een vergunning. Een landelijke richtlijn komt er echter niet, want het kabinet vindt het bestaande kader duidelijk genoeg. Ondernemers en instellingen moeten hun huisregels dus zelf aanpassen en zichtbaar maken bij de ingang.
Ook winkels nemen al maatregelen voordat er een wettelijk gluurbril verbod ligt. Opticienketen Hans Anders stopte op 1 oktober 2026 per direct met de verkoop van de camerabril van Meta. De keten nam dat besluit vanwege de onrust over privacyrisico’s en wil de discussie eerst afwachten. Daarna beslist Hans Anders of de bril terugkeert. Webwinkel Wehkamp haalde de camerabril per direct uit de verkoop vanwege privacyzorgen. Bij andere winkels en webshops blijft de bril nog gewoon te koop. Ook in ziekenhuizen en bij Defensie bestaat weerstand tegen de bril.
Wat kan iemand doen die met een camerabril is gefilmd?
Stel dat Anne in de sportschool merkt dat iemand haar met een camerabril filmt. Zij kan dan verschillende juridische stappen zetten, die ook naast elkaar kunnen lopen. Welke route past, hangt af van de situatie waarin de opname is gemaakt. Snel handelen kan helpen als de beelden online komen en zich verder verspreiden.
Eerst kan Anne de filmer aanspreken en vragen om de beelden te verwijderen. Valt het filmen onder de AVG, dan heeft zij ook recht op wissing van haar gegevens. Staan de beelden online, dan kan zij het platform vragen om ze te verwijderen. Ook kan Anne de sportschool inschakelen, want die kan de filmer de toegang ontzeggen.
Als dat niet helpt, kan Anne een klacht indienen bij de AP. De toezichthouder beslist daarna zelf of er een onderzoek komt. Bij heimelijk filmen in een kleedkamer of toilet kan Anne ook aangifte doen bij de politie. Voor opnamen op straat gelden strengere voorwaarden, dus daar is bewijs extra belangrijk. Noteer daarom de tijd, plaats en getuigen en bewaar zo mogelijk schermafbeeldingen van gepubliceerde beelden. De politie kan vervolgens ook onderzoeken wie de filmer precies is.
Anne kan ten slotte naar de civiele rechter stappen via het portretrecht of de onrechtmatige daad. Zij kan daar een verbod, verwijdering en schadevergoeding eisen. Bij spoed kan dat ook via een kort geding, al kost zo’n procedure tijd en geld. De identiteit van de filmer is bovendien niet altijd bekend, wat optreden tegen een camerabril lastiger maakt dan bij een zichtbare telefoon. Een advocaat, rechtsbijstandsverzekeraar of het Juridisch Loket kan vooraf inschatten of zo’n stap zinvol is. Dat kan vooral belangrijk zijn als de beelden al breed online zijn gedeeld. Een gluurbril verbod lost dit bewijsprobleem overigens niet vanzelf op, want ook een nieuw verbod moet worden gehandhaafd.
Hoe gaat het verder met het gluurbril verbod?
Er ligt nog geen wetsvoorstel voor een gluurbril verbod. Eerst moet het kabinet, in dit dossier vertegenwoordigd door een staatssecretaris, de juridische mogelijkheden uitwerken. Die uitwerking moet in het eerste kwartaal van 2027 naar de Tweede Kamer. Pas daarna kan een wetgevingstraject beginnen met behandeling in de Tweede en de Eerste Kamer.
Intussen lopen verschillende andere trajecten door en wordt het rapport van de Europese toezichthouders nog dit najaar verwacht. Op voorstel van JA21 wil de Tweede Kamer ook een apart debat over camerabrillen voeren. Dat voorstel kreeg een meerderheid. Ook de rechter kan eerder in beeld komen dan de wetgever. Op 13 oktober 2026 loopt de termijn af die de Consumentenbond aan Meta stelde. De stichtingen Offlimits en The Firewall eisen daarnaast dat de bril van de markt gaat zolang gebruikers er stiekem mee kunnen filmen. Een uitspraak in zo’n zaak kan de ruimte voor fabrikanten eerder beperken dan nieuwe wetgeving.
Voor mensen die nu een camerabril dragen, verandert juridisch nog niets door de aangenomen motie. Een gluurbril verbod is immers nog geen wet. Wel blijven de bestaande regels gelden voor iedereen die met zo’n bril filmt. Wie herkenbare mensen filmt en de beelden deelt, overtreedt in de meeste gevallen nu al de privacyregels. Het politieke debat richt zich daarom vooral op de vraag hoe deze regels in de praktijk kunnen worden gehandhaafd.
Veelgestelde vragen over het gluurbril verbod
Geschreven door Cedrick Verleg, LL.B. - Jurist bij XY Legal Solutions
Over Juristenblog.nl
Het team van Juristenblog.nl bestaat uit ervaren juristen. Wekelijks wordt onderzoek gedaan naar interessante onderwerpen waarover geschreven kan worden. Vervolgens schrijft de jurist met de meeste kennis van het onderwerp de betreffende blog. Op deze manier blijft ons concept up-to-date en relevant.
Gerelateerde berichten
Schrijf je in & Blijf op de hoogte
Laat hieronder je e-mailadres achter en ontvang elke maandagochtend een overzicht van de meest recente berichten die op juristenblog.nl zijn verschenen.
We spammen niet. Je kunt je op ieder moment uitschrijven.






